- Arrêt of July 26, 2012

26/07/2012 - M12-1-0162/8761

Case law

Summary

Samenvatting 1

Arrêt - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 11 april 2008 had verzoeker, psycholoog, samen met een collega psychiater een gesprek in de stille ruimte van de gevangenis te ... met de geïnterneerde Roel Z..

Tijdens dit gesprek ging Z. volledig door het lint toen hij vernam dat zijn gevraagde overplaatsing naar de gevangenis te ... uitgesteld werd. Hij heeft verzoeker en diens collega aangevallen, diverse malen geslagen en enkele tafels op verzoeker gegooid.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 15 juni 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Roel Z. (° 1973), en waarbij zijn verdere internering gelast werd:

"Te ... op 11 april 2008:

A. Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Kurt, de slagen of verwondingen hebbende een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad; de misdaad of het wanbedrijf gepleegd zijnde tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een ambulancier, een arts, een apotheker, een kinesitherapeut, een verpleegkundige, een lid van het personeel aangesteld voor het

onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, in de uitoefening van hun bediening; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 700 morele schade meer de intresten en een RPV van euro 220.

Verzoeker stelt dat hij, omwille van de klaarblijkelijke insolvabiliteit van de veroordeelde, niet is overgegaan tot betekening van het vonnis.

Er werd geen hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker werd in de spoedafdeling opgenomen waar een hersenschudding en ernstige verstuiking rechterdijbeen werd vastgesteld.

Hij was 3 weken arbeidsongeschikt.

Het was de eerste maal sinds zijn indiensttreding in 1999 in de gevangenis te ... dat hij het slachtoffer werd van een agressie. Verzoeker stelt dat de feiten een ernstig psychisch letsel teweegbrachten, nl. angst om opnieuw in contact te treden met geïnterneerden, hetgeen zijn dagelijks werk uitmaakt.

"Wegens een goede opvolging door een collega kon verzoeker het werk op een goede manier hervatten."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader heeft geen gekende woonplaats in het Rijk. Hij is thans nog steeds geïnterneerd.

Bij PV van verhoor dd. 28/10/2008 verklaarde hij: " X. kan zijn onkosten niet op mij verhalen want ik heb geen enkele financiële middelen. "

Zijn raadsman schreef op 17/07/2011: " Mijn cliënt heeft inmiddels berust in het tussengekomen vonnis van de Correctionele Rechtbank te .... Evenwel deelde de heer Z. mij opnieuw mee niet over middelen te beschikken om de burgerlijke vordering uit te voeren. "

IV-2. Verzoeker stelt dat zijn private verzekering niet tussenkomt omdat de feiten als arbeidsongeval gekwalificeerd werden.

De arbeidsongevallenverzekeraar komt enkel tussen in loonverlies, medische kosten en rechtsbijstand maar niet in de morele schade, administratiekosten, vervoerskosten en herstel kledij.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.159,58.

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- kledijschade euro 375,00

- morele schade euro 700,00

- kopie strafdossier euro 9,00

- grosse vonnis euro 11,40

- RPV volgens vonnis euro 220,00

- RPV euro 375,00

- intresten euro 344,18

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Verzoeker vraagt een financiële hulp voor de rechtsplegingsvergoeding(en). De feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. De arbeidsongevallenverzekeraar van verzoeker neemt de procedurekosten ten laste, zoals zijn raadsman meedeelt.

Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede (hetgeen niet kadert binnen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985)

De posten ‘administratiekosten' ad euro 125 en ‘kledijschade' ad euro 375 maakten geen deel uit van de vordering voor de correctionele rechtbank. Van de beweerde kledijschade kan verzoeker geen enkel stavingstuk voorleggen.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 1.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 1.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.