- Decision of January 10, 2012

10/01/2012 - M10-5-1157/7734

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In het deskundig verslag van Dr. L. D. worden de feiten als volgt beschreven:

"Op 27 april 2005 waren er problemen met de heer Z. Pawel. De man was eerst opgepakt na vaststelling van verdachte gedragingen rond zijn wagen. Een poging tot boeien verliep moeizaam.

Diezelfde dag was er een tweede interventie, gezien de man teruggevonden werd in een tuin van een andere persoon. Hij werd opnieuw voor de politie opgeleid. Men stelde voor de man te laten overnachten in de cel. De heer Z. Pawel, welke zeer groot van gestalte is en zeer krachtig is, verzette zich hiertegen.

Er was noodzaak tot gebruiken van geweld. De heer X. Marc heeft op een bepaald ogenblik de heer Z. in een nekgreep, beiden komen ten val. De heer Z. Pawel wringt met zijn hand de rechter duim van de heer X. Marc helemaal om. Betrokkene kon toch met veel moeite opgesloten worden. Door agressie werd de cel bijna afgebroken. De volgende dag werd de man overgebracht naar psychiatrisch ziekenhuis te Ziekeren. De vrederechter Vandeborne voorzag echter geen noodzaak tot blijvende opname."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 19 juni 2007 werd de heer Pawel Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van drie jaar en tot een geldboete van EUR 1.100.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van EUR 12.500 meer intresten aan verzoeker. Tevens werd Dr. L. D. als deskundige aangesteld, met de gebruikelijke opdracht.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de heer Z. - andermaal bij verstek - bij vonnis d.d. 6 januari 2009 veroordeeld tot betaling van de som van EUR 119.490,74 aan verzoeker, zijnde EUR 131.990,74 verminderd met de provisie van EUR 12.500.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep als gevolg van de feiten een gewrichtsband- en een zenuwletsel op ter hoogte van de rechterduim. Hij onderging niet minder dan 9 operaties, maar die hadden uiteindelijk niet het verhoopte resultaat.

In zijn deskundig verslag d.d. 22 september 2008 weerhoudt Dr. L. D. de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit:

100 % van 28.04.05 t.e.m. 28.02.06

50 % van 01.03.06 t.e.m. 30.04.06

30 % van 01.05.06 t.e.m. 11.09.06

100 % van 12.09.06 t.e.m. 28.02.07

50 % van 01.03.07 t.e.m. 30.04.07

30 % van 01.05.07 t.e.m. 30.06.07

20 % van 01.07.07 t.e.m. 22.11.07

100 % van 23.11.07 t.e.m. 22.01.08

50 % van 23.01.08 t.e.m. 27.03.08

100 % van 28.03.08 t.e.m. 30.06.08

50 % van 01.07.08 t.e.m. 31.07.08

35 % van 01.08.08 t.e.m. 15.09.08.

Daarnaast zijn er volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 28.04.05 t.e.m. 28.02.07

50 % van 01.03.07 t.e.m. 30.09.07

35 % van 01.10.07 t.e.m. 22.11.07

100 % van 28.03.08 t.e.m. 30.06.08

50 % van 01.07.08 t.e.m. 31.07.08

35 % van 01.08.08 t.e.m. 15.09.08.

Er is consolidatie op 16 september 2008, met een blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid van 26 %.

De esthetische schade bedraagt 4 op de schaal van 7 (diverse littekens). Ter zitting van 6 december 2011 heeft de Commissie deze schade de visu kunnen vaststellen.

Ter zitting werd toegelicht dat verzoeker in april 2010 het werk heeft hervat, zij het in een andere functie (onthaal) en volgens een beperkt werkschema (drie dagen per week).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Aangezien de feiten een arbeidsongeval betreffen, werden bepaalde schadeposten vergoed via de arbeidsongevallenverzekering.

* De kansen op verhaal tegenover de heer Z., die de Poolse nationaliteit heeft, zijn nagenoeg onbestaande: hij was destijds zonder gekende verblijfplaats in België en beschikte niet over financiële middelen.

Met het oog op de gedwongen uitvoering in Polen stelde gerechtsdeurwaarder L. R. in zijn schrijven d.d. 19 februari 2009 dat er geen enkele zekerheid bestaat over de correctheid van de adresgegevens van de heer Z., nu deze niet kunnen gecontroleerd worden.

Er zou een (ingewikkelde en dure) procedure van uitvoering in Polen door middel van een exequatur kunnen overwogen worden, maar dit lijkt in de gegeven omstandigheden zinloos.

* In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' ontving verzoeker vanwege zijn rechtsbijstandsverzekeraar Ethias een uitkering van EUR 12.394,68.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een financiële hulp van EUR 62.000, zijnde het maximaal toekenbaar hulpbedrag.

De werkelijke schade beloopt niet minder dan EUR 134.600,74:

- schadevergoeding cf. vonnis d.d. 06.01.09: EUR 131.990,74

- verplaatsingskosten (forfaitair): EUR 1.000,00

- administratiekosten (forfaitair): EUR 350,00

- TAO morele schade: EUR 25.600,00

100 % van 28.04.05 t.e.m. 31.08.05 : 126 d. x EUR 35 = EUR 4.410,00

100 % van 01.09.05 t.e.m. 09.11.05 : 70 d. x EUR 25 = EUR 1.750,00

100 % van 10.11.05 t.e.m. 31.12.05 : 52 d. x EUR 35 = EUR 1.820,00

100 % van 01.01.06 t.e.m. 28.02.06 : 59 d. x EUR 25 = EUR 1.475,00

50 % van 01.03.06 t.e.m. 30.04.06 : 61 d. x EUR 12,50 = EUR 762,50

30 % van 01.05.06 t.e.m. 11.09.06 : 134 d. x EUR 7,50 = EUR 1.005,00

100 % van 12.09.06 t.e.m. 31.01.07 : 142 d. x EUR 35 = EUR 4.970,00

100 % van 01.02.07 t.e.m. 28.02.07 : 28 d. x EUR 25 = EUR 700,00

50 % van 01.03.07 t.e.m. 30.04.07 : 61 d. x EUR 12,50 = EUR 762,50

30 % van 01.05.07 t.e.m. 30.06.07 : 61 d. x EUR 7,50 = EUR 457,50

20 % van 01.07.07 t.e.m. 22.11.07 : 145 d. x EUR 5 = EUR 725,00

100 % van 23.11.07 t.e.m. 22.01.08 : 61 d. x EUR 35 = EUR 2.135,00

50 % van 23.01.08 t.e.m. 27.03.08 : 65 d. x EUR 12,50 = EUR 812,50

100 % van 28.03.08 t.e.m. 31.05.08 : 65 d. x EUR 35 = EUR 2.275,00

100 % van 01.06.08 t.e.m. 30.06.08 : 30 d. x EUR 25 = EUR 750,00

50 % van 01.07.08 t.e.m. 31.07.08 : 31 d. x EUR 12,50 = EUR 387,50

35 % van 01.08.08 t.e.m. 15.09.08 : 46 d. x EUR 8,75 = EUR 402,50

- TAO verlies economische waarde huishouden: EUR 12.872,99

- BAO morele schade: EUR 49.808,45

datum consolidatie: 16.09.2008

graad van invaliditeit: 26 %

leeftijd op datum consolidatie: 52 jaar

te verwachten levensduur: 27,5 jaar

jaarlijkse schade (365 x 25,00 x 26 %): EUR 2.372,50

kapitalisatiecoëfficiënt bij 2 %: 20,99408

morele schade: 2.372,50 x 20,99408 = EUR 49.808,45

- BAO verlies economische waarde huishouden: EUR 17.359,30

- esthetische schade (4/7): EUR 25.000,00

- procedurekosten: EUR 2.610,00

- expertisekosten: EUR 1.610,00

- rechtsplegingsvergoeding: EUR 1.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Verlies economische waarde huishouden' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Voor de verplaatsingskosten, de administratiekosten en de procedurekosten meent de Commissie evenmin een hulp te kunnen toekennen, nu deze kosten principieel vergoed worden in het kader van het arbeidsongevallenrecht.

Bij de berekening van de gevraagde hulp voor TAO morele schade is verzoeker voor bepaalde periodes uitgegaan van EUR 35 in plaats van EUR 25 per dag volledige arbeidsongeschiktheid: dit hoger bedrag heeft betrekking op pretium doloris (bijzondere morele schade door fysieke pijnen). Welnu, de Commissie dient erop te wijzen dat deze vorm van morele schade volgens haar gevestigde rechtspraak niet in aanmerking wordt genomen. Bijgevolg zal het voor deze schadepost toegekend hulpbedrag ietwat lager liggen dan het door verzoeker gevraagd bedrag.

Met betrekking tot BAO morele schade wenst de Commissie aan te stippen dat zij geen toepassing maakt van de kapitalisatiemethode.

Verzoeker kan, op basis van zijn leeftijd op het ogenblik van consolidatie, aanspraak maken op een vergoeding van EUR 1.375 per punt (volgens de thans geldende ‘indicatieve tabel' opgesteld door het Nationaal Verbond van Magistraten van Eerste Aanleg en het Koninklijk Verbond van Vrede- en Politierechters). Het op die manier verkregen bedrag van EUR 35.750 (26 % x EUR 1.375 per punt) dient evenwel te worden gehalveerd aangezien verzoeker geen inkomstenverlies heeft geleden (dit werd opgevangen via de arbeidsongevallenverzekering). Zodoende kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de blijvende ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985.

Volgens de Commissie kan voor deze schadepost een hulp van EUR 17.875 worden toegekend.

Voor de esthetische schade meent de Commissie een hulp van EUR 5.550 te kunnen toekennen, conform het bedrag dat voorzien wordt in de indicatieve tabel voor personen in de leeftijdscategorie tussen 51 en 60 jaar (op het ogenblik van de consolidatie was verzoeker 52 jaar).

Tot slot dient de aandacht gevestigd op het zogenaamd subsidiariteitsprincipe, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5°, van de wet [De financiële hulp wordt toegekend onder de volgende voorwaarde: "De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."]. Op grond van dit beginsel houdt de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag rekening met de uitkering die verzoeker in het kader van de insolventieclausule ontving van Ethias (EUR 12.394,68).

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van EUR 33.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 33.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 oktober 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.