- Decision of January 10, 2012

10/01/2012 - M11-5-0060/7920

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 26 mei 2010 werd verzoekster zwaar geslagen door haar ex-partner, de heer Imer Z.. Verzoekster had hem leren kennen in 2002 en had er twee à drie jaar een relatie mee gehad.

De heer Z. stond verzoekster op te wachten aan de trap van haar appartement te .... Hij wou praten, maar verzoekster vroeg dat hij zou weggaan. Hierop kreeg verzoekster meerdere vuistslagen op het hoofd en in het aangezicht.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 29 september 2010 werd de heer Imer Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van de sub I vermelde feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 14 maanden en tot een geldboete van EUR 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van EUR 3.062,23 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster overgebracht naar de spoedgevallendienst van het ziekenhuis te ..., alwaar een neusfractuur werd vastgesteld. Hiervoor werd uiteindelijk heelkundig ingegrepen (neusreductie op 3 juni 2010 met ziekenhuisontslag de dag nadien).

In zijn deskundig verslag d.d. 17 september 2010 weerhoudt Dr. B. V. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid / invaliditeit:

100 % TAO van 26.05.10 t.e.m. 10.06.10

10 % TAO van 11.06.10 t.e.m. 20.06.10

5 % TI van 21.06.10 t.e.m. 25.08.10.

Er is consolidatie op 26 augustus 2010, met een blijvende invaliditeit van 1 %.

De esthetische schade wordt geschat op 1,5 op de schaal van 7 (misvorming van de neus).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift kan verzoekster geen aanspraak maken op enige vergoeding in dekking van de geleden schade.

De raadsman van de heer Z. deelde in zijn schrijven d.d. 16 december 2010 mee dat zijn cliënt in de gevangenis te Hasselt verblijft en niet over enige bron van inkomsten beschikt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 3.500.

Optelling van de schadeposten, vermeld onder punt V.A van het verzoekschrift, levert een totaal op van EUR 3.437,23 (te vermeerderen met de intresten):

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 29.09.10: EUR 3.062,23

- verplaatsings- en administratiekosten: EUR 125,00

- medische kosten: EUR 211,23

- tijdelijke arbeidsongeschiktheid / invaliditeit: EUR 513,50

100 % van 26.05.10 t.e.m. 10.06.10 : 15 d. x EUR 25 = EUR 375,00

hospitalisatie op 03.06.10 : 1 d. x EUR 31 = EUR 31

10 % van 11.06.10 t.e.m. 20.06.10 : 10 d. x EUR 2,50 = EUR 25,00

5 % van 21.06.10 t.e.m. 25.08.10 : 66 d. x EUR 1,25 = EUR 82,50

- blijvende invaliditeit: EUR 962,50

1 % x EUR 1.925 per punt / 2 (moreel)

- esthetische schade (1,5/7): EUR 1.250,00

- rechtsplegingsvergoeding: EUR 375,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen, nu verzoekster luidens de bewoordingen van het sub II vermeld vonnis d.d. 29 september 2010 heeft kunnen genieten van de tweedelijns rechtsbijstand.

De bij voornoemd vonnis toegekende schadevergoeding van EUR 3.062 is naar het oordeel van de Commissie redelijk en verantwoord. Dit bedrag kan dan ook als financiële hulp worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 3.062.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 januari 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.