- Decision of January 10, 2012

10/01/2012 - M11-5-0233/8027

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

De feiten deden zich voor op 3 september 2008 te .... Nadat verzoeker een (liefdes)dispuut had met de genaamde Imad Z., is deze laatste met een hele bende afgekomen. Er ontstond een schermutseling, waardoor verzoeker ten val kwam. Hij kreeg een step op het hoofd. Verzoeker werd ook driemaal in het rechterbeen gestoken met een mes.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 25 mei 2010 werd de heer Imad Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren en tot een geldboete van EUR 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van EUR 7.317,33 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar de Spoedgevallendienst van het Sint-Augustinusziekenhuis te ..., waar volgende letsels werden vastgesteld: drie steekwonden t.h.v. het rechterbeen (werden gehecht), schaafwonden op handen, schouders, linkerknie en aangezicht, hematoom t.h.v. de neus en de rechterslaap.

In zijn deskundig verslag d.d. 16 februari 2010 weerhoudt Prof. Dr. Med. W. J. (aangesteld bij vonnis d.d. 24 november 2009) een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid van 3 september 2008 tot en met 31 maart 2009.

Verzoeker vertoont drie littekens van ca. 1 cm t.h.v. de laterale zijde van het rechterbovenbeen en één litteken van ca. 0,5 cm t.h.v. de linkerbovenbuik.

Verzoeker klaagt over trekkingen in het rechterbeen en kampt vooral met psychische klachten. Hij zoekt evenwel geen psychologische of psychiatrische hulp omdat hij vindt dat men niet te veel vragen moet stellen over zijn privé-leven.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de heer Z. zijn nagenoeg onbestaande. Uit een schrijven van gerechtsdeurwaarder De M. d.d. 28 september 2010 blijkt dat de algemene solvabiliteit van de heer Z. ‘problematisch' is.

Verzoeker beschikt over een verzekeringspolis rechtsbijstand (Euromex), maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is slechts van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van EUR 8.285,99:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 25.05.2010: EUR 7.317,33

- administratie- en verplaatsingskosten: EUR 100,00

- kledijschade: EUR 375,00

- kosten ambulance: EUR 92,33

- morele schade TAO (210 d. x EUR 25 per dag): EUR 5.250,00

- esthetische schade: EUR 1.500,00 (*)

- procedurekosten (forfait): EUR 968,66

- rechtsplegingsvergoeding: EUR 900,00

- uitgifte vonnis: EUR 22,80

- info gerechtsdeurwaarder: EUR 12,86

- kopie vonnis + verklaring geen verzet: EUR 33,00

(*) De gerechtsdeskundige heeft de esthetische schade niet begroot; verzoeker schat ze in alle redelijkheid op 2 op de schaal van 7.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Naar het oordeel van de Commissie komen de procedurekosten niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Artikel 33 § 1, eerste lid, van voornoemde wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een hulpbedrag van EUR 6.000 redelijk en gepast is.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van EUR 6.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 maart 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.