- Decision of January 12, 2012

12/01/2012 - M61063/5110

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Uit het proces-verbaal van vaststellingen blijkt dat mevrouw Irena X. door de politiediensten op 30 januari 2005 vermoord werd teruggevonden in haar woning. Het slachtoffer vertoonde verschillende kogelwonden. De verdachte, Francis Z., vriend van het slachtoffer, werd nadien dood teruggevonden. Hij pleegde kort na de feiten zelfmoord, nl. op ../../2005.

II. Vervolging

Bij beschikking van de Raadkamer d.d. 27 oktober 2005 werd de strafvordering vervallen verklaard door het overlijden van de inverdenkinggestelde. Verzoekster kon zich dan ook moeilijk burgerlijke partij stellen.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoekster ondertekende een verklaring waaruit blijkt dat er geen tussenkomst is van een rechtsbijstandsverzekering of van een familiale verzekering.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Mevrouw Veerle X. begroot de door hem geleden schade als volgt:

- morele schade: EUR 3.000,00

Verzoekster benadrukt de zeer goede band die er bestond tussen haar en haar overleden zuster. Er was onderling een goede verstandhouding.

De plotse brutale dood heeft grote emotionele schade teweeggebracht.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Geen van de nabestaanden heeft zich burgerlijke partij gesteld. De strafvordering is vervallen vanwege het overlijden van de dader.

2. Gelet op artikel 31bis § 1, 5de van de wet (subsidiariteitsbeginsel) waarin bepaald wordt dat een financiële hulp slechts kan toegekend worden op voorwaarde dat de schade niet afdoende kan worden hersteld door de dader, werd in het verslag gevraagd om inlichtingen te bekomen omtrent de nalatenschap van de dader.

Vermits dit voor verzoekster zeer moeilijk was richtte het secretariaat dan zelf een schrijven naar het registratiekantoor van ... . Op 7 april 2008 werd medegedeeld dat er van de overleden dader, Francis Z., één erfgename is: nl. zijn zuster, mevrouw Stéphanie Z.. Het actief van de nalatenschap bedraagt

EUR 345.392,94.

3. Vermits de dader solvabel was en diens vermogen hoger is dan het actief waarop verzoeker aanspraak had kunnen maken is de Commissie van oordeel dat verzoekster niet voor enige vergoeding in aanmerking komt.

Het verzoek komt bijgevolg als ongegrond voor.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 12 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 5 september 2006, waarbij de verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor morele schade wegens het gewelddadig overlijden van haar zuster.