- Decision of January 12, 2012

12/01/2012 - M10-3-0021/7097

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

- Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 28 juni 2007

"De kinderen van verzoekers (cfr. andere dossiers) bleken het slachtoffer te worden van seksueel misbruik door de echtgenoot van de onthaalmoeder, de heer Peter Z.. In het kader van het gerechtelijk onderzoek is duidelijk sprake van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting van verschillende minderjarige kinderen.

Uit het strafdossier is ook duidelijk gebleken dat de onthaalmoeder (Nancy W.) een grote verantwoordelijkheid draagt gezien zij op de hoogte had moeten zijn van de feiten en niettemin niets ondernomen heeft teneinde deze te stoppen. Zij wordt eveneens vervolgd wegens schuldig verzuim en opzettelijke slagen en verwondingen.

De kinderen werden regelmatig alleen gelaten met de beklaagde Z.. Bovendien nam hij ook kinderen mee naar boven waar dan de bewuste feiten werden gepleegd. Tevens is uit het onderzoek gebleken dat de beklaagde in de living van de woning, waar ook de kinderen verbleven, regelmatig surfte naar pornosites, dat hij af en toe naakt in de woning rondliep en er duidelijk een eigenaardige seksuele voorkeur op nahield.

Uit het gerechtelijk onderzoek is echter ook duidelijk gebleken dat meermaals en door verschillende ouders klachten werden geuit over het onthaal bij mevrouw W.."

- De feiten ten aanzien van Julie hebben plaatsgegrepen tussen 1 juli 2004 en 15 december 2005.

II. Gevolgen voor de feiten voor Julie

- Uit het medisch onderzoek van Dokter N. R., gynaecologe, aangesteld door de onderzoeksrechter, blijkt dat Julie anaal werd gepenetreerd. Er staat bovendien: "Digitale penetratie van het vaginaal kanaal behoren tevens tot de mogelijkheden. Duidelijke letsels én gedragingen ten gevolge van seksuele abusus."

- Door Dokter D. H. werd vastgesteld dat er sprake was van een abnormale afweerreactie bij Julie. Ook de nieuwe onthaalmoeder, mevrouw C., verklaarde dat wanneer ze Julie langs achter oppakt, deze krijst. Ze heeft al tweemaal haar pop uitgekleed, haar benen open gedaan en haar vinger tussen de benen gestoken. Bij het verversen van de pamper heeft ze zelfs gezegd "auw, pijn, vies".

- De advocaat deelt verder mee dat de feiten uitermate traumatiserend zijn voor zowel de moeder als voor het dochtertje. Naast de vastgestelde fysische schade is er duidelijk sprake van psychische schade. Julie diende gespecialiseerde psychische begeleiding te krijgen.

- In een brief d.d. 31 maart 2011 vermeldt de advocaat van verzoekster dat Julie thans in behandeling is bij kinderpsychologe G. V. uit ... en dit wegens gedrags-problemen. Dit niet wil zeggen dat deze gedragsproblemen mogelijks door de feiten veroorzaakt zijn, aldus de advocaat. Er zal een attest van G. V. overgemaakt worden.

- De gerechtsdeskundige werd niet in werking gesteld teneinde verdere schade bij Julie te vermijden. Volgens de advocaat is het geenszins duidelijk welke impact de feiten op het kind hebben gehad noch welke impact het opnieuw herinneren aan deze feiten bij het kind zou hebben. Derhalve werd het risico niet genomen dat het kind terug schade zou oplopen mocht de deskundige zijn onderzoek aanvatten.

III. Vervolging

- Bij vonnis van de Rechtbank Van Eerste Aanleg te ... d.d. 28 juni 2007 werd Peter Z. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Hij werd tevens ter beschikking van de Regering gesteld voor een periode van 10 jaar.

Nancy W. werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf wegens schuldig verzuim.

Op burgerlijk gebied werden Peter Z. en Nancy W. solidair veroordeeld tot betaling aan Vicky X. in eigen naam:

EUR 1 provisioneel voor materiële schade

EUR 2.000 voor morele schade

Zij werden solidair veroordeeld tot betaling aan Vicky X. q.q. Julie X.:

EUR 2.500 provisioneel voor morele schade.

Dokter C. Dillen werd aangesteld als gerechtsdeskundige.

- Nancy W. tekende beroep aan tegen dit vonnis.

- Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 12 juni 2008 werd Nancy W. veroordeeld wegens schuldig verzuim. De morele schadevergoeding waartoe zij werd veroordeeld werd ten aanzien van Vicky X. gebracht op EUR 1.000 voor morele schade in eigen naam, zonder solidariteit met de medeveroordeelde Z..

Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Uit het schrijven van meester Erica C. d.d. 25 mei 2009 blijkt dat Peter Z. nog steeds in de gevangenis verblijft. Er wordt een attest van gevangenschap toegevoegd.

- Nancy W. betaalt sedert januari 2009 de schadevergoeding af à rato van EUR 50 per maand. Tot op heden werd een bedrag van EUR 287,89 betaald.

- Verzoekster heeft een verklaring ondertekend waaruit blijkt dat zij pas sedert 30 maart 2008 een familiale verzekering heeft aangegaan.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- Vicky X. als wettelijke vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter:

- voor morele schade EUR 2.500,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Intresten worden door de Commissie niet voor vergoeding in aanmerking genomen.

Er kan op gewezen worden dat de zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten bevestigd werd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

2. Er dient het volgende opgemerkt te worden:

Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift (11 januari 2010) luidde het terzake van toepassing zijnd artikel 31, 3°, van de wet als volgt: [De Commissie kan een financiële hulp toekennen aan:] "ouders of personen die voorzien in het onderhoud van een minderjarig slachtoffer dat als gevolg van een opzettelijke gewelddaad een langdurige medische of therapeutische behandeling behoeft."

Sedert 25 januari 2010, datum van inwerkingtreding van de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II), kan luidens datzelfde artikel 31, 3° een hulp worden toegekend aan "ouders van een slachtoffer dat minderjarig is op het ogenblik van een opzettelijke gewelddaad en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,1°, of personen die op dat ogenblik voorzagen in het onderhoud van de minderjarige."

De huidige wet vereist dus niet langer een "(behoefte aan een) langdurige medische of therapeutische behandeling" in hoofde van het minderjarig slachtoffer om de ouders van die minderjarige in aanmerking te laten komen voor de toekenning van een hulp.

Dit verzoekschrift valt nog onder de vorige wetgeving. Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... dateert van 28 juni 2007. Bij dit vonnis werd een deskundige aangesteld om de letsels te onderzoeken. Het arrest dateert van 12 juni 2008. De stelling van de advocaat luidt:

Volgens artikel 31bis, 4de van de wet begint de verjaringstermijn te lopen vanaf de dag waarop uitspraak wordt gedaan over de burgerlijke belangen na uitspraak over de strafvordering. Deze uitspraak dateert wel degelijk van 12 juni 2008 gezien op dat ogenblik werd beslist dat geen solidariteit kan weerhouden worden voor wat betreft de schadevergoeding die toegekend wordt aan de ouders van minderjarige slachtoffers in eigen naam doch deze solidariteit werd wel behouden ten aanzien van de minderjarige slachtoffers zelf. Gelet op dit gebrek aan solidariteit in hoofde van mevrouw W. en de heer Z. betekende voormeld arrest dat er een inperking is van de mogelijkheid tot invordering van de toegekende schadevergoedingen waardoor pas vanaf deze datum de verjaringstermijn van 3 jaar begint te lopen.

De Commissie kan met bovenvermelde zienswijze van de advocaat van verzoekster akkoord gaan.

3. De afbetalingen door Nancy W. kunnen niet in rekening worden gebracht vermits zij slechts werd veroordeeld wegens schuldig verzuim, wat geen gewelddaad is.

4. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen is de Commissie van mening aan verzoekster Vicky X. qq. haar minderjarige dochter de gevraagde hulp toe te kennen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster als wettelijke vertegenwoordigster van haar minderjarige dochter een hulp toe van EUR 2.500.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje op naam van de minderjarige en dat de hoofdsom en de intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan haar meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 12 januari 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 januari 2010, waarbij verzoekster q.q. om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van feiten gepleegd op Julie.