- Decision of January 23, 2012

23/01/2012 - M10-5-1371/7853

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 7 december 2006 werd de heer Didier X. (° 1972), de zoon van verzoeker, te ... vermoord door de heer Rik Z. (° 1971).

De heer X. had geld geleend aan de heer Z., maar deze weigerde dit terug te betalen. Op voornoemde datum werd tussen de heer Z. en de heer X. een afspraak vastgelegd in de werkloods van de heer Z. te ... teneinde te bespreken hoe de heer Z. zijn lening zou terugbetalen.

Bij zijn aankomst aan de loods werd de heer X. met een éénloopsjachtgeweer met ingekorte loop koelbloedig in het hoofd geschoten door de heer Z.. Deze laatste legde vervolgens het lichaam van de heer X. in de koffer van het voertuig van de heer X. en dumpte de wagen in het kanaal.

Meer dan drie maanden na de feiten ging de heer Z. over tot bekentenissen.

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 27 januari 2010 werd de heer Rik Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als moord) veroordeeld tot dertig jaar opsluiting.

Op burgerlijk gebied werd hij bij arrest d.d. 12 februari 2010 veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 12.000 meer intresten aan verzoeker.

Blijkens attesten van de griffie bekwamen beide arresten kracht van gewijsde.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de heer Z. zijn onbestaande, nu hij volledig insolvabel is en reeds voorafgaand aan zijn detentie diverse faillissementen achter de rug had.

In het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' ontving verzoeker van zijn rechtsbijstands-verzekeraar (Providis) een uitkering van euro 2.696,86. Eenzelfde bedrag werd uitgekeerd aan mevrouw Maria Y. (de echtgenote van verzoeker), terwijl aan de heer Johan X. (de zoon van de heer en mevrouw X.-Y.) een bedrag van euro 806,28 werd toegekend (via pondspondsgewijze verdeling). Hiermee werd het plafond van de waarborg ( euro 6.200) uitgeput.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 9.678,14 meer intresten:

- morele schade: euro 12.000,00 (cf. arrest d.d. 12.02.10)

- rechtsplegingsvergoeding: euro 375,00 (idem)

verzekeringstussenkomst - euro 2.696,86

Nopens de morele schade lezen we in het arrest het volgende: "Hij [Marcel X.] verloor een niet-inwonend, volwassen kind. Zijn morele schade, dewelke per definitie niet in geld waardeerbaar is, kan, rekening houdend met de gewelddadige omstandigheden waarin zijn zoon kwam te overlijden en met de wekenlange onzekerheid waarin hij na de onrustwekkende verdwijning van zijn zoon heeft moeten leven, in redelijkheid begroot worden op 12.000 euro, meer de vergoedende interesten vanaf 7 december 2006."

In verband met de rechtsplegingsvergoeding deelde de raadsman van verzoeker ter zitting d.d. 5 januari 2012 mee dat deze procedurekost niet door de rechtsbijstandsverzekeraar (Providis) werd betaald aangezien de polis reeds was uitgeput.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, van voornoemde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de morele schade wenst de Commissie op te merken dat dergelijke schade onmogelijk kan goedgemaakt worden door een geldelijke tegemoetkoming. Het moreel leed dat een verzoeker ondervindt is niet in geld uit te drukken en valt niet te vergelijken met de waarde van welk tastbaar goed ook. Als men dan toch een vergoeding wenst toe te kennen, kan dat hooguit een vorm van troost zijn, een compensatie die tot doel heeft de pijn, de smart, het moreel leed te lenigen. Het gaat daarbij om een abstracte begroting van het leed.

Zich steunend op de door haar gehanteerde tarieven in analoge dossiers én rekening houdend met de door verzoeker genoten verzekeringstussenkomst, meent de Commissie in het voorliggend dossier voor deze schadepost een hulp te kunnen toekennen van euro 7.000.

Voor de rechtsplegingsvergoeding kan naar het oordeel van de Commissie slechts een hulpbedrag van euro 125 worden toegekend. Op bladzijde 7 van het sub II vermeld arrest van het Assisenhof d.d. 12 februari 2010 staat immers te lezen dat aan elk van de acht burgerlijke partijen (waaronder verzoeker) 1/8ste van het bedrag van euro 1.000 als rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend, zijnde euro 125.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 7.125.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 januari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 13 december 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.