- Decision of January 26, 2012

26/01/2012 - M90404/6643

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

De genaamde Erik Z. reed in dronken toestand het geparkeerd voertuig van verzoeker aan. Toen hij aanstalten maakte om verder te rijden kwam het tussen hem en de verzoeker tot een woordenwisseling. Z. stapte uit zijn voertuig en haalde uit naar de verzoeker, waardoor deze achteruitsprong en ten val kwam, met een polsbreuk tot gevolg.

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis d.d. 22 juni 2007 van de Correctionele rechtbank te ... werd Erik Z.

(° 1953) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met uitstel gedurende drie jaar en een geldboete van euro 275 wegens o.m.

" Te ... op 24 september 2005

Bij inbreuk op de artikelen 392, 398, 399 al. 1 van het Strafwetboek opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Douglas die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden. "

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 1.000 aan de verzoeker en een provisie van euro 450 aan de huwgemeenschap X. - Y.. Tevens werd een deskundige aangesteld.

Bij vonnis d.d. 5 december 2008 van de Correctionele rechtbank te ... werd Erik Z. in afhandeling van de burgerlijke belangen veroordeeld tot het betalen van 2.372,77 EUR aan de huwgemeenschap en van euro 5.873,38 aan de verzoeker, meer de intresten, de expertisekosten (euro 800) en de rechtsplegingsvergoeding (euro 900).

Beide vonnissen verwierven kracht van gewijsde (attesten van de griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Dr. Winnock de G. komt tot volgende conclusie:

"Tengevolge het ongeval van 24 09 2005 vertoonde de heer X. Douglas volgende letsels: communitieve intraarticulaire linker polsfractuur. De behandeling bestond uit een interne fixatie met

twee pennen en gips immobilisatie voor 4 weken. Gips en pinnen verwijdering na vier weken. Nadien beginnende sudeck atrofie waarvoor Calcitonine inspuitingen en kinesitherapie. Er was een werkhervatting op 12 12 2005.

Als restletsels hebben we een beperking in de Dorsi en de palmaire flexie van de linker pols alsook barometrische pijnen en een lichte contouren verandering van de linker pols tevens ook een heel lichte kracht vermindering in de linker pols.

De tijdelijke functionele invaliditeit was de volgende

100% van 24/09/2005 tot en met 24/10/2005

50% van 25/10/2005 tot en met 30/11/2005

33% van 01/12/2005 tot en met 11/12/2005

20% van 12/12/2005 tot en met 31/12/2005

5% van 01/01/2006 tot en met 31/01/2006

4% van 01/02/2006 tot en met 28/02/2006

Consolidatie op 01/03/2006 met een blijvende fysische invaliditeit van 3 % voor het geheel der blijvende letsels.

De werkonbekwaamheid was 100% van 24/09/2005 tot en met 11/12/2005. Na de werkhervatting geen economische repercussie meer van de functionele invaliditeit tenzij meerinspanning.

Kinesitherapie is aanvaarbaar tot aan de consolidatiedatum.

De esthetische schade is onbestaande."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde meldt dat de laatste de schadevergoeding niet kan betalen daar hij erkend is als invalide op basis van een arbeidsongeschiktheid van +66% en dat de verzoeker zich tot de Commissie voor gewelddaden te Brussel dient te wenden.

De instrumenterend gerechtsdeurwaarder meldt dat Z. niet gekend is als eigenaar van een onroerend goed.

IV-2. Verzoeker heeft een familiale verzekering met luik rechtsbijstand afgesloten. Verzekeraar AG Insurance ging op grond van de waarborg ‘insolventie van derden' over tot betaling van euro 6.200.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt een hulp van euro 13.444,70.

Voor de Correctionele rechtbanken werden volgende bedragen gevorderd:

Voor de huwgemeenschap:

Opleg medische kosten euro 459,54

Verplaatsings- administratie en telefoonkosten euro 125,00

Loonverlies 24/09/2005 - 11/12/2005 euro 1.200,00 *

Huishoudelijke schade / economische schade huisman euro 1.038,23

Voor verzoeker:

Morele schade TAO euro 1.520,88

100% van 24/09/2005 tot en met 24/10/2005 euro 812,50

(3 dagen à 37,50 EUR + 28 dagen à 25,00 EUR)

50% van 25/10/2005 tot en met 30/11/2005 36 d x 12,5 euro 450,00

33% van 01/12/2005 tot en met 11/12/2005 11 d x 8,33 euro 91,63

20% van 12/12/2005 tot en met 31/12/2005 20 d x 5 euro 100,00

5% van 01/01/2006 tot en met 31/01/2006 31 d x 1,25 euro 38,75

4% van 01/02/2006 tot en met 28/02/2006 28 d x 1 euro 28,00

Schade BAO (3% à 1.735,25) euro 5.205,75

Meerinspanningen euro 156,75

Expertisekosten euro 800,00

* De gevraagde hulp voor het loonverlies werd door verzoeker op 3 mei 2010 uitgebreid van euro 1.200 naar euro 3.305,55 op grond van een attest van zijn werkgever.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De volgende posten zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp:

- economische schade huisman;

- meerinspanningen.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Terzake de rechtsplegingsvergoeding merkt de Commissie het volgende op. Uit de dossierstukken blijkt dat de raadsman van verzoeker optrad in de gerechtelijke procedure in opdracht van verzekeringsmaatschappij n.v. AG Insurance. Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

De expertisekosten worden in de regel eveneens door de rechtsbijstandverzekeraar ten laste genomen.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag rekening te houden met de door de verzoeker genoten verzekeringstussenkomst.

De Commissie kan evenwel akkoord gaan met de vraag van verzoeker om de reeds geïnde bedragen toe te rekenen op de schadeposten die niet voor een financiële hulp in aanmerking komen.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 8.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 8.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 januari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 april 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.