- Decision of February 3, 2012

03/02/2012 - M11-5-0712/8299

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 10 april 2009 kreeg verzoekster te ... een kopstoot van de heer Eric Z..

Laatstgenoemde verklaarde het volgende: "Gisteren heb ik X. tegengekomen. Ze is voor mij komen te staan en heeft gezegd dat ik moest vertrekken. Ik heb haar dan een kopstoot gegeven. Voor de rest heb ik niks gedaan."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 7 maart 2011 werd de heer Eric Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoekster) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vier maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 989,76meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Ingevolge de feiten liep verzoekster een bloedende wonde t.h.v. het neusbeen op.

Ze werd ter verzorging overgebracht naar de dienst spoedgevallen van het Z... te ... .

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 30 maart 2001 deelde gerechtsdeurwaarder L. B. mee dat de heer Z. gedomicilieerd staat op het adres van het OCMW te ..., alwaar geen uitvoering mogelijk is. In die omstandigheden werd niet overgegaan tot betekening van voornoemd vonnis.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.398,31:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 07.03.11: euro 989,76

- ziekenhuisfacturen + apothekerskosten: euro 114,76

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 125,00

- morele schade (ex aequo et bono): euro 750,00

- procedurekosten: euro 408,55

- rechtsplegingsvergoeding: euro 400,00

- uitgifte vonnis: euro 8,55

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voormelde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Met betrekking tot de voorliggende zaak dient de Commissie vast te stellen dat uit de overgemaakte stukken niet blijkt dat aan één van de hierboven genoemde criteria is voldaan.

Bijgevolg ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek af te wijzen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 1 juli 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.