- Decision of February 29, 2012

29/02/2012 - BM10-1-0421/7341

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 4 april 2001 omstreeks 15 uur liep verzoeker samen met een kennis door de Fonteinstraat te ... toen hij plots door twee mannen aangevallen werd die hem zijn polstasje wilden afhandig maken.

De kennis van verzoeker was wel getuige maar greep niet in.

Verzoeker verweerde zich maar had niet in de gaten dat een derde individu hem langs achter naderde. Deze sloeg met een valhelm op zijn achterhoofd waarop hij het bewustzijn verloor.

Verzoeker belandde met een hersenschudding in het hospitaal.

II. Vervolging

Verzoeker legde twee dagen na de feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 15 mei 2001 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

III. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt een niet gespecificeerde financiële hulp.

Hij wijst op diverse medische problemen resulterend uit de voorgebrachte feiten: door drie bloeduitstortingen in de hersenen en een breuk van de reukzenuw zal hij met een blijvende anosmie (totaal verlies van het reukvermogen) moeten leven.

IV. Beoordeling door de Commissie

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Zo luidt artikel 31bis, §1, 3°, van de wet van 1 augustus 1985:

"Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag van de eerste beslissing tot seponering wegens onbekende dader of vanaf de dag waarop een onderzoeksgerecht een beslissing tot buitenvervolgingstelling wegens onbekende daders uitgesproken heeft die kracht van gewijsde heeft bekomen.

[...]."

Op 15 mei 2001 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

Het verzoekschrift voor de Commissie werd neergelegd op 8 april 2010, dit is ruim na de driejarige vervaltermijn.

Verzoeker merkt ter rechtszitting op dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid om een verzoekschrift bij de Commissie in te dienen tijdens de voorziene wettelijke driejarige termijn omdat niemand hem tijdig had ingelicht.

Overmacht kan slechts aanvaard worden indien het niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden niet kan toegeschreven worden aan enige tekortkoming van verzoeker en zich volledig buiten zijn wil om heeft voorgedaan.

Welnu, het niet of onvoldoende op de hoogte zijn van de relevante wetgeving impliceert niet dat men in de onmogelijkheid verkeert om zich te informeren over zijn rechten en plichten.

Verzoeker verkeerde gedurende drie jaar na de feiten (c.q. na de seponeringsbeslissing) in de gelegenheid om zich in te lichten over zijn rechten en plichten in België. Bovendien is hij de Nederlandse taal machtig zodat er zich geen taalprobleem stelt. Aan zijn vraag hadden diverse instanties kunnen voldaan hebben: advocaat, politie, dienst slachtofferonthaal bij het parket, justitiehuis, centrum algemeen welzijnswerk,...

Bovendien kan een buitenlander die moeilijkheden ondervindt bij het zich informeren over rechten en plichten en bij het traceren van contactgegevens van de bevoegde instanties, zich wenden tot de vertegenwoordiger van zijn land in dat land, in casu de ambassade van Nederland in Brussel. Het behoort immers tot de taken van de ambassades om landgenoten, die in moeilijkheden verkeren en wiens mogelijkheden om een probleem op te lossen, uitgeput zijn:

1) hen in contact te brengen met een hulpverlenende relatie in België;

2) hen een lijst te bezorgen van lokale advocaten, dokters en tolken.

Gelet op het voorgaande is de Commissie de mening toegedaan dat de ingeroepen argumenten ontoereikend zijn opdat er sprake zou zijn van overmacht. In deze omstandigheden ziet de Commissie zich genoodzaakt om het verzoekschrift als onontvankelijk te beschouwen.

Aangezien in het in het verslag van de verslaggever reeds opgemerkt werd dat het verzoek kennelijk onontvankelijk is wegens laattijdige indiening, doet, overeenkomstig artikel 16bis van het K.B. van 18 december 1986, de voorzitter van de kamer als enig lid uitspraak over de onontvankelijkheid.

De Commissie wenst evenwel te beklemtonen dat de afwijzing van voorliggend verzoekschrift evident geen afbreuk doet aan het leed van verzoeker, waarvoor de Commissie alle begrip betoont. Als administratief rechtscollege heeft de Commissie zich evenwel te houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar werking regelen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 29 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 april 2010, daarbij geassisteerd door het Nederlands Schadefonds Geweldsmisdrijven conform Richtlijn 2004/80/EG dd. 29 april 2004 van de Raad van de Europese Unie, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.