- Decision of March 1, 2012

01/03/2012 - M11-5-0306/8074

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 3 april 2009 trapte de heer Lachmi Z. (° 1977), de ex-vriend van verzoekster, de achterdeur van de woning van verzoekster te ... in, drong de woning binnen en bracht verzoekster meerdere slagen en stampen toe.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 3 november 2010 werd de heer Lachmi Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van tien maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 3.727 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoekster overgebracht naar de dienst spoedgevallen van het V. J. ziekenhuis te ..., alwaar volgende letsels werden vastgesteld: oppervlakkige (schaaf)wondjes t.h.v. beide handen, ecchymosen behaarde hoofdhuid, oppervlakkige krabletsels aangezicht en halsregio, pijn t.h.v. de linker pink. Verzoekster was ook emotioneel aangedaan en angstig.

In zijn deskundig verslag d.d. 29 juli 2010 weerhoudt Dr. L. D. (aangesteld bij vonnis van 31 maart 2010) de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en invaliditeit:

100 % TAO én TI van 03.04.09 t.e.m. 15.04.09

20 % TI van 16.04.09 t.e.m. 31.05.09

10 % TI van 01.06.09 t.e.m. 31.10.09

5 % TI van 01.11.09 t.e.m. 02.04.10.

Er is consolidatie op 3 april 2010, met een blijvende invaliditeit van 2 % (functionele beperking linker pink ingevolge spreidstand + beperkte esthetische schade).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 14 februari 2011 deelt gerechtsdeurwaarder J. De S. mee dat er geen uitvoering mogelijk is lastens de heer Z.. Hij beschikt niet over een gekende verblijfplaats.

In een persoonlijk ondertekend schrijven d.d. 10 april 2011 deelt verzoekster mee dat ze wel over een familiale verzekering beschikt, maar dat de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' niet van toepassing is in geval van gewelddaden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.102 meer intresten:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 03.11.10: euro 3.727,00

- diverse medische kosten: euro 174,12

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 75,00

- morele schade TAO: euro 1.128,75

100 % TAO-TI van 03.04.09 t.e.m. 15.04.09 : 13 d. x euro 25 = euro 325,00

20 % TI van 16.04.09 t.e.m. 31.05.09 : 46 d. x euro 5 = euro 230,00

10 % TI van 01.06.09 t.e.m. 31.10.09 : 153 d. x euro 2,50 = euro 382,50

5 % TI van 01.11.09 t.e.m. 02.04.10 : 153 d. x euro 1,25 = euro 191,25

- economisch verlies huishouden: euro 790,13

- meerinspanningen: euro 184,00

- morele schade BI: euro 1.375,00

2 % x euro 1.375 per punt / 2

- rechtsplegingsvergoeding: euro 375,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voormelde wet. ‘Economisch verlies huishouden' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te kunnen toekennen, nu de procedurekosten ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten kan integraal worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 2.752,87.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 1 maart 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 maart 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.