- Decision of March 1, 2012

01/03/2012 - M11-5-0476/8163

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Tussen 1 januari 1999 en 14 augustus 2003 werd verzoeker te ... herhaaldelijk seksueel misbruikt door zijn zwakzinnige grootoom, de heer Z. (° 1939).

De heer Z. woonde in dezelfde straat als (de ouders van) verzoeker en kwam regelmatig bij het gezin over de vloer. Het misbruik gebeurde hoofdzakelijk in de woning van de heer Z. en dit op regelmatige basis (wekelijks).

Het misbruik bestond in concrete seksuele handelingen die de dader op verzoeker pleegde - en omgekeerd.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 10 november 2003 werd de heer Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden (met gewoon uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van vijf jaar).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 1.250 meer intresten aan de heer en mevrouw X.-Y. q.q. hun toen nog minderjarige zoon Leroy X.. Er werd niet ingegaan op de vraag om een deskundige-psycholoog aan te stellen.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door het echtpaar X.-Y..

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 1 juni 2005 werd Dr. J. G. Carlier als deskundige aangesteld teneinde Leroy X. te onderzoeken.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de heer Z. bij arrest d.d. 26 oktober 2010 veroordeeld tot betaling van het bedrag van euro 66.987 meer intresten aan de heer Leroy X., die intussen meerderjarig was geworden.

III. Gevolgen van de feiten

In zijn deskundig verslag d.d. 4 december 2007 weerhoudt Dr. J. G. C. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

33 % van 01.01.99 t.e.m. 31.08.99

66 % van 01.09.99 t.e.m. 24.06.03

50 % van 25.06.03 t.e.m. 14.08.04

33 % van 15.08.04 t.e.m. 30.06.05

20 % van 01.07.05 t.e.m. 31.12.05

15 % van 01.01.06 t.e.m. 08.08.06

10 % van 09.08.06 t.e.m. 10.04.07.

Er is consolidatie op 11 april 2007, met een blijvende invaliditeit van 10 % (psychische letsels). De blijvende schade op het verdienvermogen wordt geschat op 15 %.

Volgens de deskundige waren de feiten er verantwoordelijk voor dat verzoeker zijn studies in het technisch onderwijs in september 2000 moest ruilen voor studies in het beroepsonderwijs. Bovendien verloor hij daardoor een schooljaar.

Verzoeker volgde enige tijd ambulante therapie. Dit verliep succesvol.

De deskundige acht het aangewezen dat Leroy X. een drietal therapiesessies per jaar zou volgen gedurende 25 jaar.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Het vonnis d.d. 10 november 2003 en het arrest d.d. 1 juni 2005 werden op 9 maart 2006 aan de heer Z. betekend met bevel tot betalen, maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

Er werd overgegaan tot uitvoerend roerend beslag, maar de verkoop van de goederen werd geannuleerd wegens de beperkte waarde ervan.

* Verzoeker beschikt over een verzekering rechtsbijstand (Euromex), maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is enkel van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000, zijnde het wettelijk plafondbedrag.

Onder punt VI.E van het verzoekschrift vinden we de volgende schadebegroting:

- morele schade: euro 38.649,50 (cf. arrest 26.10.10)

- morele schade TAO: euro 35.149,50

- genoegenschade: euro 1.000,00

- pretium voluptatis: euro 2.500,00

- blijvende invaliditeit: euro 23.437,50 (idem)

10 % x euro 1.875 per punt / 2 = euro 9.375,00

15 % x euro 1.875 per punt / 2 = euro 14.062,50

- verlies van een schooljaar: euro 4.750,00 (idem)

- moreel: euro 3.750,00

- materieel: euro 1.000,00

- medische kosten (toekomstige therapie): euro 150,00 (idem)

- rechtsplegingsvergoeding: euro 1.000,00

- expertisekosten: euro 2.550,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Bij de beoordeling van het voorliggend hulpverzoek houdt de Commissie onder meer rekening met:

- de aard, de ernst, de lange duur en de frequentie van de gepleegde feiten;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat de feiten gepleegd werden door een familielid (grootoom) van het slachtoffer;

- de ernstige gevolgen voor verzoeker, zoals zij blijken uit het deskundig verslag van Dr. Carlier alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de heer Pascale X. (vader van Leroy);

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

Gelet op die factoren meent de Commissie voor de morele schade voortvloeiend uit de tijdelijke en de blijvende invaliditeit, in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 12.500.

Daarnaast kunnen de gevraagde hulpbedragen voor het verlies van een schooljaar en voor de medische kosten naar het oordeel van de Commissie eveneens worden toegekend.

De rechtsplegingsvergoeding en de expertisekosten komen evenwel niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking, aangezien de procedurekosten ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 17.400.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 1 maart 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 5 mei 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.