- Decision of March 8, 2012

08/03/2012 - M10-3-0153/7197

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

● Wijlen mevrouw Pascale Y. werd in de nacht van 17 op 18 juli 1998 ontvoerd door Sebastiaan Z., Nick W. en Yves X.. Zij werd nog diezelfde nacht in een bos om het leven gebracht bij middel van één of meerdere messteken en begraven langs een spoor-wegberm. Haar lichaam werd gevonden op 14 april 2005.

Uit het arrest van 5 oktober 2009 van het Hof van Assisen van de provincie ...:

"Het geheel der gegevens aangaande het gebeuren in café C., die nacht, toont aan dat Pascale Y. in de wagen met seksuele doelstellingen werd meegenomen door Sebastiaan Z., Nick W. en Yves X."

Op 4 september 1998 werd Yves X. door zijn twee companen, Sebastiaan Z. en Nick W., vermoord. Volgens de advocaat werd het slachtoffer naar de plaats van de moord gelokt en diende hij zijn eigen graf te graven. Op 14 september 1998 werd Yves als vermist opgegeven. Zijn geskeletteerd lichaam werd op 3 april 2005 teruggevonden.

● Uit bovenvermeld arrest: "Het staat vast dat de eerste drie schoten op Yves X. werden afgevuurd door Sebastiaan Z.. Het vierde schot werd afgevuurd door Nick W., na sterk aandringen van Sebastiaan Z.. Uit het onderzoek van de wetsdokter en zijn verklaringen ter zitting volgt onomstotelijk dat het vierde schot, in de rug, ter hoogte van de hartstreek, onmiddellijk dodelijk is geweest. Het was duidelijk dat Yves X. na het eerste en tweede schot uitgeschakeld was doch manifest nog in leven. Beide beschuldigden hebben zich dan verwijderd en gepauzeerd om een sigaret te roken, om pas na enige tijd de schoten drie en vier af te vuren."

II. Vervolging

- Sebastiaan Z. en Nick W. werden bij bovenvermeld arrest veroordeeld tot respectievelijk 30 jaar opsluiting en tot 22 jaar opsluiting wegens opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, Yves X. (en Pacale Y.) gedood te hebben.

- Bij arrest van hetzelfde Hof d.d. 6 oktober 2009 werden Sebastiaan Z. en Nick W. veroordeeld om volgende bedragen te betalen:

- aan Marc X. (vader van wijlen Yves X.)

euro 3.237,49 voor materiële schade (grafzerk)

euro 20.000,00 voor morele schade

euro 500,00 voor RPV

- aan Françoise X. (zus van wijlen Yves X.)

euro 15.000,00 voor morele schade

euro 310,00 voor materiële schade

euro 500,00 voor RPV

De arresten zijn in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het arrest van het Hof van Assisen d.d. 5 oktober 2009 werd niet betekend aan de daders. Geen van beide daders is overgegaan tot enige afbetaling.

IV. Genegenheidsband en houding van het slachtoffer

-Het arrest d.d. 6 oktober 2009 omschrijft de band met het overleden slachtoffer als volgt:

"Het slachtoffer woonde samen met zijn zus Françoise X., met wie er een bijzonder intens contact was, te meer daar deze zich in zijn adolescentie zeer nauw met zijn opvoeding en opgroeien bekommerde. De gruwelijkheid, het besef van lijden, de periode van onzekerheid en het besef van de mensonwaardige omstandigheden waarin het lichaam werd achtergelaten vormen eveneens specifieke schadebepalende elementen."

- De correctionele veroordelingen die hij opliep werden alle uitgesproken na zijn overlijden in september 1998.

Familie:

Yves en zijn zuster Françoise bleven na het overlijden van hun moeder (botkanker) op 09/08/1988 verweesd achter.

Op school bleef Yves aanvankelijk goede resultaten behalen maar daarna begon hij te ontsporen, zodat hij met de jeugdrechter in aanraking kwam. Na zijn moeder was zijn zuster de meest belangrijke vrouw in zijn leven. Met haar had hij een innige band. Samen probeerden zij het verlies van hun moeder te verwerken. Zij deelden hun onbegrip voor de afwezigheid van hun vader... .

V. Begroting van de gevraagde hulp

euro 310,00 voor materiële schade

euro 15.000,00 voor morele schade

euro 250,00 voor RPV

euro 15.560,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daders zijn nagenoeg onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Uit het arrest d.d. 5 oktober 2009 van het Hof van Assisen van de provincie ...: "Uit het dossier en de debatten volgt dat de feiten gepleegd op Yves X. onlosmakelijk verbonden zijn met de feiten op Pascale Y.." Na grondige lectuur van het strafdossier blijkt dat Yves X. in het kader van een afrekening vermoord is naar aanleiding van de moord op de mentaal gehandicapte vrouw. Uit het arrest blijkt dat het vaststaat dat Yves betrokken was bij deze moord.

Niet alleen uit het strafdossier maar ook ter zitting is gebleken dat er geen twijfel bestaat dat Yves de laatste jaren van zijn leven actief was in een crimineel milieu. Dit resulteerde in een reeks correctionele veroordelingen.

Door deze omgang in het crimineel milieu heeft Yves X. zelf bijgedragen tot de schade die hij geleden heeft.

2. Artikel 33 § 1 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt: "De Commissie kan onder meer rekening houden met het gedrag van de verzoeker of van het slachtoffer indien dit gedrag rechtstreeks of onrechtstreeks heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade of de toename ervan."

3. In verband met de opgelopen veroordelingen en de contacten met het crimineel milieu kan verwezen worden naar het boek (Zie Ph. VERHOEVEN en L. VULSTEKE, Het Fonds voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, Gent, Larcier, 2011, randnr. 312.) waarin staat: "Eén van de wijzigingen, die aan de wet van 1 augustus 1985 aangebracht werden door de wet van 30 december 2009, is het invoeren van de mogelijkheid voor de commissie om rekening te houden met het gedrag van het (overleden) slachtoffer: "Het lijkt weinig billijk dat in een systeem, waarvan de basis gevormd wordt door het beginsel van de ‘collectieve solidariteit tussen de leden van eenzelfde natie' en door het begrip ‘abnormaal sociaal risico' gekenmerkt door de ongelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten, geen rekening zou mogen gehouden worden met de betrokkenheid van de overledene bij de feiten waarvan hij of zij het slachtoffer werd. Deze wetswijziging kwam er omdat de commissie regelmatig geconfronteerd werd met situaties waarin niet de verzoeker, maar het overleden slachtoffer bijgedragen had tot de opzettelijke gewelddaad. Vóór de wijziging van december 2009 kon de commissie enkel rekening houden met het gedrag van de verzoeker en niet met het gedrag van het (overleden) slachtoffer. Pogingen om dit jurisprudentieel op te lossen werden door de Raad van State vernietigd vanaf 2007. Vermeldenswaard is nog dat de Belgische wetgever dankzij deze aanpassing meer aansluiting gevonden heeft bij artikel 8.1 van het Europees Verdrag van 24 november 1983 inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldsmisdrijven, waar dit stelt: "De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd op grond van het gedrag van het slachtoffer of de verzoeker vóór, tijdens of na het misdrijf, of in verband met de veroorzaakte schade "

4. Verzoekster verklaarde ter zitting dat zij met Yves een zeer goede band had. Zij diende na het overlijden van hun moeder quasi alleen in te staan voor de opvoeding van haar jongere broer. Zij heeft dan ook zeer veel geleden omwille van het verlies van haar broer en de omstandigheden waarin deze om het leven kwam. Yves werd zelf slachtoffer omwille van zijn omgang in het crimineel milieu. Het leed van verzoekster wordt hierdoor niet verminderd.

5. Rekening houdend alle voorgaande opmerkingen kent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp toe van euro 5.000 voor morele schade.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 5.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 februari 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van het gewelddadig overlijden van haar broer, de heer Yves X..