- Decision of March 23, 2012

23/03/2012 - M11-7-1043/8492

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

De feiten deden zich voor te ... in de periode 1 juni 1997 - 31 juli 1998.

" De dader, de heer Z., betreft een vertrouwenspersoon - jeugdvriend van de vader van Vicky - van de familie X..

Bovendien woont de familie X. in dezelfde wijk als de heer Z..

Op het moment dat de familie X. een zeer moeilijke periode doormaakt owv de gezondheidstoestand van het jongst geboren kind, wordt beroep gedaan op het gezin Z. om op Vicky te passen.

Tijdens deze momenten verkracht de heer Z. juffrouw X. , dewelke op het ogenblik van de feiten ongeveer 7 jaar oud was.

Het misbruik vindt bijna dagelijks plaats gedurende een periode van meer dan 1 jaar.

Juffrouw X. is thans 21 jaar.

Ingevolge de feiten is zij thuis weggelopen en vervolgens ambtshalve uitgeschreven.

Toen zij 18 jaar was, werd zij opgenomen in een psychiatrische kliniek.

Een en ander toont aan dat zij het zeer moeilijk heeft de feiten te verwerken. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 1 september 1999 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd, onder meer, de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Z. (° 1943) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 jaar gevangenisstraf:

"Beklaagd van: te ...,

A) Het misdrijf dat beschouwd wordt als verkrachting met behulp van geweld, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op de persoon van hiernavermelde kinderen die de volle leeftijd van veertien jaar niet hadden bereikt, met de omstandigheid dat de kinderen geen volle tien jaar waren op het ogenblik van de feiten.

A.1. tussen 1 juni 1997 en 31 juli 1998, meermaals:

X. Vicky, geboren te ... op ../../1990 "

Op burgerlijk vlak werd Z. onder meer veroordeeld tot betaling van een provisie van 25.000 BEF (euro 619,73) meer de intresten aan Karel X. en Y. qualitate qua Vicky X. .

Dr. C. Van D., psychiater, werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Bij vonnis dd. 18 mei 2005 van dezelfde rechtbank werd het expertiseverslag van dr. C. Van D. nietig verklaard omdat het onderzoek niet op tegensprekelijke wijze gevoerd werd. Een nieuwe deskundige, dr. psychiater C. V., werd aangesteld.

Bij eindvonnis dd. 11 juni 2008 werd Z. veroordeeld tot betaling van de sommen van

euro 24.467,77 (TWO moreel) en euro 30.000 (B.I. moreel) meer de intresten aan Karel X. en Y. qualitate qua Vicky X. (op dat ogenblik net geen 18 jaar).

III. Gevolgen van de feiten

Gerechtspsychiater dr. Carlos V. in zijn verslag van 25/10/2007:

Huidige klachten

De voornaamste klacht van onderzochte zijn periodisch optredende flashbacks al dan niet getriggerd door linken met de dader (veralgemeend meer aanwezig tijdens verjaardagen, bijeenkomsten van het gerechtelijk onderzoek, enz). daarnaast ondervindt Vicky ook dagdagelijks veel last en ook hinder van geleidelijk optredende gedragsmoeilijkheden met ook hier fixaties naar haar verleden (reinigingsritueel, ritueel van het spelen met haar pop, enz, waardoor dat zij geleidelijk buiten spel komt te staan met haar leeftijdsgenoten over het verloop van een schooljaar zonder dat er nog compromissen kunnen gemaakt worden langs leerlingenbegeleiding. Daarnaast ondervindt onderzochte ook veel last van een lichtelijk opgewonden pseudo-assertiviteit om ahw vlot over haar traumatologie te spreken als buitenstaander zonder dat er nog mogelijkheid is om het met anderen te verwerken. In de marge daarvan ondervindt onderzochte ook moeilijkheden in het experimenteren met haar gevoel voor seksualiteit dat blijft steken in een fobie voor volwassen mannen. Het maakt dat onderzochte meer veralgemeend sociaal wantrouwen heeft ontwikkeld tegenover elke vorm van verleiding, zelfs als het zou gaan om een vriendelijk gebaar. Tenslotte zit onderzochte duidelijk met meer massieve schuldbeladen gevoelens vooral in het perspectief van haar ouders, waarbij dat de schuldgevoelens onmiddellijk gerationaliseerd worden naar de subjectief geladen betekenis der gebeurtenissen.

Conclusies

"Na mits in achtname van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundig onderzoek het slachtoffer juffrouw Vicky X. (geboren ../../1990) wonende te ..., ..., onderzocht te hebben, heeft ondergetekende de eer te bepalen dat de letsels zo fysisch als psychisch opgelopen ten gevolge van de voorliggende gebeurtenissen tussen 01.06.1997 en 31.07.1998 dienen omschreven te worden als een chronische posttraumatische stoornis met niet-verlaat begin sinds de gebeurtenissen gelijklopend onderliggend borderline intellectueel functioneren met reactieve gedragsmoeilijkheden en leerproblemen en een evolutie naar een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven of een gemengde persoonlijkheidsstoornis met ongunstige prognose op langere termijn, zodat de invaliditeiten, zo tijdelijk als blijvend, als volgt zijn:

50% TI van 01.06.1997 tot 31.12.1999

40% TI van 01.01.2000 tot 31.12.2002

35% TI van 01.01.2003 tot 31.12.2004

Consolidatie op 01.01.2005 met een blijvende invaliditeit van 30% (zonder enige vorm van blijvende arbeidsongeschiktheid) en met inbegrip van elke weerslag op de psychische ontwikkeling van X. Vicky als gevolg van deze feiten, waarbij dat er al gerede werd gedaan aan aangewezen therapie om tot maximaal herstel te komen van de letsels als gevolg van deze feiten zodat de kosten van de therapieën kunnen begroot worden naargelang de begeleidingen t/m de laatste tussenkomst van Dhr. N. Van G., psycholoog uit ...."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Er werd onroerend beslag gelegd op een goed waarop de veroordeelde voor een gedeelte gerechtigd is. Gelet op de kosten/gerechtigheid in het onroerend goed werd die procedure gestaakt.

In totaal werd euro 4.154,55 afgekort door de veroordeelde (situatie tot en met 17 augustus 2011). Dit bedrag werd aangewend als volgt :

- betaling deskundigen euro 1.660,61

- kosten rechtstreekse dagvaarding euro 118,33

- kosten onroerend beslag euro 866,58

- provisie advocaat euro 495,78

- doorgestort aan cliënten euro 754,73

euro 3.896,03

Nog beschikbaar saldo: euro 258,52.

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hoofdhulp van euro 58.733,02 en een aanvullende hulp van euro 3.266,98.

- hoofdsom volgens vonnis van 11/6/2008 euro 55.087,50

(provisie meegeteld van vonnis 1/9/1999)

- procedurekosten euro 2.645,52

(euro 866,58 kosten onroerend beslag + euro 1.660,61 kosten

deskundige + euro 118,33 kosten rechtstreekse dagvaarding)

- RPV euro 1.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

VI-1. Inzake de ontvankelijkheid van de aanvraag tot (hoofd)hulp

Artikel 31bis, § 1, 4° van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, luidt als volgt:

"4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade. "

In het voorliggend dossier dateert het eindvonnis van de rechtbank van eerste aanleg te ... van 11 juni 2008. Het verzoekschrift werd evenwel pas op 30 september 2011 bij de Commissie ingediend, d.i. méér dan drie jaar na het vonnis.

Wanneer een verzoek(st)er op datum van de definitieve rechterlijke uitspraak minderjarig is, dan aanvaardt de Commissie dat de driejarige vervaltermijn waarvan sprake in art. 31bis, §1, 4°, pas begint te lopen vanaf het moment dat de verzoek(st)er meerderjarig wordt.

In casu is verzoekster meerderjarig geworden op 8 augustus 2008. De gebruikelijke rechtspraak van de Commissie volgend had zij dus de gelegenheid om tijdig een verzoekschrift neer te leggen tot

8 augustus 2011 (quod non...).

In haar reactie op het verslag van de verslaggever merkt verzoekster op dat zij omtrent 8 augustus 2008, ogenblik waarop zij meerderjarig werd, in het PZ B. te ... vertoefde om er residentieel psychiatrisch te worden begeleid.

"Zij werd en wordt tot op heden begeleid door Dr. M. .

Na haar ontslag uit de psychiatrische kliniek heeft zij gedurende korte tijd terug thuis gewoond, alwaar ze is weggelopen.

Tijdens deze periode logeerde ze bij vrienden.

Mijn cliënte heeft het erg moeilijk met de verwerking van het gebeurde, hetgeen resulteerde in extremiteiten.

De onrust in hoofde van mijn cliënte blijkt ook uit het bijgebrachte attest van gezinssamenstelling (met historiek).

Op een periode van 3 jaar verhuisde mijn cliënte (leeftijd 17 - 20 jaar) maar liefst 3 keer. Telkenmale "verbleef" zij slechts een korte periode op één adres.

Uiteindelijk werd mijn cliënte in augustus 2010, na grondig onderzoek door de gemeente ..., van ambtswege afgeschreven omdat zij klaarblijkelijk haar verblijfplaats niet meer had op dit adres. Op dat ogenblik kon zij op geen enkele wijze nog post ontvangen.

Hierna bleek mijn cliënte zwanger. Het gebrek aan stabiliteit, veroorzaakt door de geestelijke toestand van mijn cliënte, verklaart waarom het verzoekschrift niet binnen de voorziene termijn kon worden ingediend. "

Niettegenstaande de Minister van Justitie stelt dat het verzoekschrift ‘kennelijk onontvankelijk' lijkt wegens laattijdige neerlegging, wordt voorliggende zaak behandeld in voltallige kamer gelet op de hogervermelde argumentatie dewelke die ‘kennelijke onontvankelijkheid' ernstig betwist (art. 16bis, K.B. van 18 december 1986).

De Commissie heeft in het verleden immers overmacht aanvaard indien het verstrijken van de vervaltermijn niet kan toegeschreven worden aan enige tekortkoming van de verzoekster en zich volledig buiten haar wil om heeft voorgedaan. Verzoekster deelt op de rechtszitting mee dat zij aan het PZ B. attesten heeft opgevraagd nopens de beweerde periodes en de duur van het residentieel verblijf. Deze documenten werden nog niet bekomen.

In deze omstandigheden acht de Commissie het raadzaam om - alvorens zich over de ontvankelijkheid van het verzoek uit te spreken - de zaak naar de bijzondere rol te verwijzen in afwachting van de neerlegging van de opgevraagde documenten.

VI-2. Inzake de aanvraag tot aanvullende hulp

Artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 luidt:

" De commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen, onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1.

De aanvullende hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro verminderd met de reeds toegekende hulp en de eventuele noodhulp.

Het verzoek tot toekenning van een aanvullende hulp wordt, op straffe van verval, binnen tien jaar te rekenen van de dag waarop de hulp uitbetaald is, ingediend. "

Gelet op deze wettelijke bepaling is de vraag tot aanvullende hulp voorbarig en dus thans niet aan de orde.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verwijst de aanvraag tot (hoofd)hulp naar de bijzondere rol in afwachting van de neerlegging van de opgevraagde documenten waaruit op afdoende wijze de periodes en duur van het residentieel verblijf in het PZ B. moeten blijken.

Verklaart de aanvraag tot aanvullende hulp hic et nunc zonder voorwerp.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 23 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 september 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.