- Decision of April 17, 2012

17/04/2012 - M10-1-0569/7428

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Mejuffrouw Jana X. werd op ../../1999 te ... op 10-jarige leeftijd het slachtoffer van aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging als tevens van openbare zedenschennis.

Haar vader ging over tot masturbatie in het bijzijn van zijn twee minderjarige dochters en hun vriendinnetje. Hij hield de meisjes voor dat wanneer hij gestraft zou worden, hij hen zou straffen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 5 oktober 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van August X. (° 1960), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 18 maanden gevangenisstraf:

"A/ Bij (inbreuk op de art. 372 lid 1 en 2, 374, 377 lid 1 en 2, 378 van het Strafwetboek, aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of vrouwelijke geslacht beneden de volle leeftijd van zestien jaar, met name op X. Jana, geboren te ... op ../../1999, met de omstandigheid dat de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn of adoptant is, te weten de vader,

te ... op ../../1999;

B/ [...]

C/ Bij inbreuk op art. 385 lid 1 en 2 van het Strafwetboek, in het openbaar de zeden te hebben geschonden door handelingen die de eerbaarheid kwetsen, met name zich zelf bevredigen in de woning in aanwezigheid van derden en met de omstandigheid dat de schennis gepleegd werd in aanwezigheid van minderjarigen beneden de volle leeftijd van zestien jaar, en meer bepaald:

1. in aanwezigheid van [...] en X. Jana, geboren te ... op ../../1999,

te ... op niet nader te bepalen tijdstip in de maand november 2007

2. in aanwezigheid van [...] en X. Jana, geboren te ... op ../../1999,

te ... op ../../1999; "

Op burgerlijk vlak werd X. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 1.000 aan verzoeker q.q., meer de intresten.

Tevens werd voorbehoud verleend ‘voor eventuele toekomstige materiële en morele schade'.

Het vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Jana verblijft thans in het kader van een POS-maatregel (beschikking 13/08/2010 jeugdrechtbank ...) in de open inrichting OC Sint-I. te .... Zij wordt er psychotherapeutisch opgevolgd.

Verslag kinderpsychiater dr. C. D. en orthopedagoge K. V., dd. 27/12/2010

Jana is een meisje van elf jaar, maar die op sociaal en emotioneel vlak op een veel lager niveau functioneert. Er zijn problemen op sociaal emotioneel gebied.

Jana legt snel contacten met mensen maar kan hierbij moeilijk lichamelijke grenzen aangeven. We zien een meisje dat op lichamelijk vlak al begint te puberen, maar daar op sociaal en emotioneel vlak nog helemaal niet aan toe is. Ze kent weinig grenzen op seksueel gebied. Ze kan moeilijk inschatten wat al of niet gepast is op seksueel gebied. Ze toont ook weinig weerbaarheid. We vrezen dan ook dat ze op dit gebied een gemakkelijk slachtoffer is.

Een belangrijk werkpunt in haar begeleiding is dan ook de grenzen voor haar duidelijk stellen en haar Ieren om weerbaarder te zijn. Maar gezien haar achtergrond en de feiten die plaatsvonden is dit geen gemakkelijke opdracht.

Jana volgt therapie. Opvallend hierbij is haar erg negatieve zelfbeeld en de aanwezigheid van angsten die gedeeltelijk een oorzaak kunnen vinden in de onveilige leefwereld waarin ze leefde. Vanuit het negatieve zelfbeeld hunkert ze naar erkenning en gezien kunnen worden.

Gezien haar verleden heeft ze beperkt de kans gekregen om dit op een gepaste manier te zoeken. Vooral in het concreet leren kijken naar zichzelf en het bewust worden waar sociaal relationeel aanvaardbare grenzen liggen, is psychotherapie noodzakelijk.

Jana verwart een liefdevolle relatie, soms met eerder seksueel getinte aanrakingen. Dit zorgt voor grensvervaging. Gelijktijdig geeft ze aan moeilijk te kunnen omgaan met seksualiteit en niet weerbaar te zijn bij toenadering van anderen. Dat zal een blijvende belemmering zijn bij het aangaan van relaties.

Gezien de nog jonge leeftijd en vooral haar nog vrij jonge functioneren hebben we dit verslag met Jana niet doorgenomen. We zijn van mening dat Jana deze informatie geen plaats zou kunnen geven en dat dit haar alleen extra zou belasten.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelt op 10 december 2009 mee:

- 1 dossier op ons kantoor werd afgesloten gezien de inboedel waardeloos is // geen andere uitvoeringsmogelijkheden

- Betrokkene komt zijn beloftes niet na

- Geen voertuigen ingeschreven

- Verblijft heden in de gevangenis

IV-2. Verzoeker q.q. verklaart dat op geen enkele verzekeringstussenkomst kan worden beroep gedaan. De feiten speelden zich binnen het gezin af.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker q.q. vraagt een hoofdhulp van euro 1.000 provisioneel met voorbehoud voor toekomstige materiële en morele schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Ter rechtszitting is gebleken dat de geleden morele schade hoger te percipiëren valt dan hetgeen door de burgerlijke rechter is toegekend. Dienaangaande verklaarde de raadsman van verzoeker q.q. de minderjarige uitdrukkelijk zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie.

Verzoeker q.q. vraagt tevens om voorbehoud te maken voor toekomstige materiële en morele schade. De Commissie gaat op deze vraag niet in, temeer nu artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 de mogelijkheid biedt om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan wordt.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker q.q. Jana X. in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op

euro 2.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker qualitate qua Jana X. een hulp toe van

euro 2.500.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan de meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 mei 2010 waarbij verzoeker in zijn hoedanigheid van voogd ad hoc van de minderjarige Jana X. om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.