- Decision of April 24, 2012

24/04/2012 - M10-3-092/7387

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker werd op 9 oktober 2007 samen met een collega te ... opgeroepen omdat een onbekend persoon een klinker tegen een bus had geworpen. Toen zij ter plaatse kwamen bleek dat daar een vrouw aangevallen was door een persoon van vreemde afkomst. Toen de persoon, Z. Minasjh, werd aangetroffen werd deze zeer agressief. Op zeker ogenblik begon Z. Minasjh te bijten en te slaan. Door deze agressieve handelingen werden zowel verzoeker als zijn collega gekwetst.

II. Vervolging

Z. Minasjh werd bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 18 juni 2008 geïnterneerd voor weerspannigheid (verzet met geweld of bedreiging) ten aanzien van Dave X. en Jan Y. en voor het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan Dave X. . Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan Dave X. euro 2.861,26 te betalen en aan Jan Y. euro 250.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Uit de conclusies na medische expertise: "Betrokkene werd door de beklaagde in de arm gebeten. Er zijn ten gevolge hiervan diverse kwetsuren opgetreden. Daarenboven bestond door deze beet de vrees voor besmetting en infectie."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- In bovenvermeld vonnis staat: "Z. Minasjh, geboren te Armenië op ../../1976, alias Aimaxiane Z., thans zonder gekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats in België of in het buitenland, " en: "aan de burgerlijke partijen wordt het wettelijk minimumbedrag der RPV toegekend gelet op het verzoek van de beklaagde en zijn precaire financiële situatie."

- Vermits het vonnis niet aan de dader kon worden betekend werd het door gerechtsdeurwaarder J. E. betekend aan de Procureur des Konings.

- Verzoeker overhandigt de algemene en de bijzondere voorwaarden van de polis rechtsbijstand.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt in totaal euro 500 voor morele schade, inclusief de intresten en de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van euro 75.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Het slachtoffer moet aantonen dat hij ernstige lichamelijke of psychische schade heeft geleden door de opzettelijke gewelddaad. Deze vereiste sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

De wetgever heeft een drempel ingebouwd om te vermijden dat de commissie zou worden overspoeld door kleine schadegevallen. Artikel 33, § 2 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt dat de hulp per schadegeval en per verzoeker wordt toegekend voor schade boven euro 500 en beperkt is tot een bedrag van euro 62.000. Indien de schade lager is dan euro 500 kan de Commissie geen hulp toekennen.

2. Verzoeker vraagt euro 500 voor morele schade, inclusief de intresten en de RPV.

Vermits - intresten conform artikel 32, § 1 niet in aanmerking komen

- de schade door de rechtbank werd begroot op euro 250

bedraagt de (morele) schade minder dan euro 500, zodat niet voldaan werd aan artikel 33, § 2.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 24 april 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 22 april 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.