- Decision of May 9, 2012

09/05/2012 - M11-7-0443/8137

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 15 maart 2008 ging verzoeker samen met zijn echtgenote de spullen van Z. terugbrengen, die de partner was geweest van de dochter van zijn echtgenote maar al veelvuldig slagen gekregen had van hem.

Na te hebben aangebeld duwde verzoeker een mand naar binnen. Z. duwde de mand dadelijk terug en begon zowel verzoeker als zijn echtgenote te slaan. Ook spoorde hij zijn hond aan om beiden te bijten.

Ze vluchtten naar hun wagen maar werden achtervolgd door Z. die het portier opende en verder slagen uitdeelde waarbij hij ook de hond liet bijten. Uiteindelijk konden verzoeker en zijn echtgenote toch ontsnappen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 20 april 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Sergio Z. (° 1986) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 maanden gevangenisstraf (in staat van wettelijke herhaling bevindend):

"Verdacht van: te ... op 15 maart 2008:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Helmut en Y. Marleen die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 6.487,45 meer de intresten en een RPV van euro 650.

Tevens werd voorbehoud verleend voor verwijdering van osteosynthesemateriaal.

- administratie en verplaatsingskosten euro 75,00

- kledijschade euro 100,00

- medische kosten euro 974,26

- TWO moreel euro 1.537,50

- B.I. moreel (4% x euro 1.512 / 2) euro 3.024,00

- esthetische schade (1/7) euro 400,00

- economisch verlies huishouden euro 376,69

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Bespreking en conclusies van gerechtsdeskundige dr. R. M. in zijn verslag van 04/02/2010:

" Bespreking

Betrokkene was op 15.03.2008 slachtoffer van beschreven feiten met oplopen van slagen en

verwondingen.

Opgelopen letsels: orbitafractuur rechts, snijwonde centraal op het voorhoofd rechts en

diverse kneuzingen.

De snijwonde thv het voorhoofd werd gehecht. De orbitafractuur werd op 21.03.2008

gereduceerd, initieel door middel van een PDS folie. Deze ingreep faalde, zodanig dat op

16.04.2008 opnieuw diende ingegrepen te worden: revisie met het plaatsen van een

plaatosteosynthese. Deze plaatosteosynthese zal ter plaatse blijven.

Betrokkene blijft nog enige hinder behouden, zoals beschreven: last van het rechteroog bij

vermoeidheid, bij wind en zon. Er is gevoelsuitval over de rechter wang, compatibel met de

regio van de nervus infra-orbitalis. Verder is er een litteken centraal op het voorhoofd alsook

de beschreven gevoelsuitval.

Aldus, rekening houdend met de mij ter beschikking zijnde gegevens in dit dossier, rekening

houdend met de ondervraging en het onderzoek meen ik te kunnen besluiten dat de

sequelen van de letsels, opgelopen als gevolg van de feiten van 15.03.2008, als

gestabiliseerd voorkomen.

Voor wat betreft de weerhouden restletsels wordt een blijvende invaliditeit van 4 % geraamd.

Er is een restesthetische schade, geraamd 1/7 op de gebruikelijke schaal.

Rekening houdend met de terzake geldende factoren wordt geen blijvende

arbeidsongeschiktheid geraamd. Er waren geen tijdelijke arbeidsongeschiktheden:

betrokkene is gepensioneerd en heeft geen loonverlies gehad.

Er zijn tijdelijke invaliditeiten, zoals onderstaand geraamd, dit met weerslag op het

huishouden.

Er wordt reserve voorzien voor het verwijderen van het osteosynthesemateriaal thv de

rechter orbitabodem, weinig waarschijnlijk. Reserve wordt geraamd tot 5 jaar vanaf heden.

Besluit

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

Geen

Tijdelijke invaliditeiten met weerslag op het huishouden:

100% van 15/03/2008 t/m 30/04/2008

50% van 01/05/2008 t/m 15/05/2008

25% van 16/05/2008 t/m 3105/2008

10% van 01/06/2008 t/m 30/06/2008

Consolidatiedatum: 01/07/2008

Blijvende invaliditeit: 4 % zonder meerinspanning

Geen BAO

Esthetische schade: 1 / 7

Voorbehoud: voor het verwijderen van osteosynthesemateriaal uit de rechter orbitabodem, met eventuele complicaties: voorbehoud te voorzien gedurende 5 jaar.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder attesteert op 11 januari 2011 dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is lastens de veroordeelde.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS maar de clausule ‘insolventie van derden' is evenwel niet van toepassing op, onder meer, agressie of gewelddaden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 7.137,45.

- hoofdsom volgens vonnis van 20/4/2010 (zie rubriek II) euro 6.487,45

- RPV euro 650,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘economisch verlies huishouden' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS. De waarborg ‘insolventie van derden' is evenwel niet van toepassing op, onder meer, agressie of gewelddaden.

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 6.110.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 6.110.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 april 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.