- Decision of May 15, 2012

15/05/2012 - M11-3-113/8537

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoekster was slachtoffer van een agressie op 18 november 2006. Volgens haar verklaring werd een klant agressief omdat zij zijn TV in haar tweedehandszaak voor elektro niet wilde aankopen daar hij stuk was. Zij vroeg hem haar zaak te verlaten en opende de deur zo¬dat hij naar buiten kon met zijn TV. Hij stampte op de glazen deur waarop zij naar buiten gegaan is en hem vroeg te kalmeren. Hij zette de TV neer en gaf een vuistslag op haar neus. Doordat zij zich verdedigde, begon hij verder te slaan.

II. Vervolging

II-1. Antony Z. (geboren op ../../1985, arbeider) werd vervolgd wegens:

Te ... op 18 november 2006 opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Nathalie, die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid bij deze tot gevolg hebben gehad;

II-2. Bij vonnis d.d. 8 oktober 2007 van de Correctionele rechtbank te ... werd hij wegens deze en andere feiten bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden en een geldboete. Op burgerlijk gebied werd een deskundige aangesteld en werd hij veroordeeld tot het betalen van een provisie van euro 2.500,00.

Dit vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

II-3. Bij vonnis d.d. 26 oktober 2009 in afhandeling van de burgerlijke belangen werd Antony Z. veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van euro 8.108,25 meer de intresten en één euro provisioneel voor opleg medische kosten. De beslissing nopens de rechtsplegingsvergoeding werd ambtshalve aangehouden.

De rechtbank begrootte de som als volgt:

1. KIedijschade

Uit geen enkel element in het strafdossier zelf blijkt enige kledijschade. Naar het oordeel van deze Rechtbank komt echter deze post wel aannemelijk voor gezien uit het strafdossier en meer bepaald uit de vaststellingen van de verbalisanten blijkt dat het slachtoffer op het ogenblik van de feiten hevig uit haar neus bloedde zodat het aannemelijk voorkomt dat de kledij enigszins bevuild-beschadigd was.

Gelet op het feit dat de burgerlijke partij geen enkel concreet beoordelingselement aanreikt kan enkel ex aequo et bono geraamd worden en kent de Rechtbank in billijkheid een bedrag van 125,00 EUR toe.

2. Opleg medische kosten

Hoogstwaarschijnlijk is er tussenkomt geweest van de mutualiteit. Dit blijkt echter niet uit de voorgelegde stukken; er dient derhalve een attest van het ziekenfonds voorgelegd te worden waaruit hetzij blijkt dat er voor die bepaalde prestaties geen tussenkomst verleend werd, hetzij blijkt welke teruggave er gebeurd is. Gelet op voorgaande overwegingen kan ter zake deze post enkel 1 EUR provisioneel worden toegekend. Bovendien blijkt uit de stukken dat de burgerlijke partij een aantal kosten tweemaal heeft aangerekend.

Ten slotte is er volgens de deskundige geen verdere medicatie noch behandeling noodzakelijk om de stabilisatie van de toestand te handhaven zodat het ter zake gevorderd voorbehoud voor toekomstige medische kosten dient afgewezen te worden als ongegrond.

3. Verplaatsingskosten

Eiseres vordert hier een forfait van 125,00 EUR en verwijst naar verschillende doktersbezoeken. De burgerlijke partij beweert dat gezien zij zich niet zelf kon verplaatsen naar het ziekenhuis en zij steeds een beroep diende te doen op een derde een dergelijk hoog bedrag dan ook billijk is.

Het behoort de burgerlijke partij haar schade te bewijzen.

Uit niets blijkt - en zeker niet uit de opgelopen verwondingen, nl. een neusbreuk ¬dat beklaagde zich niet kon verplaatsen.

In die omstandigheden komt een bedrag van 65,00 EUR ex aequo et bono afdoende voor om deze schadepost te compenseren.

4. Administratiekosten:

Eiseres vordert hier een forfait van 250,00 EUR

Uit geen enkel element van het strafdossier blijkt dat er meer dan de gebruikelijke administratie-, correspondentie- en telefoonkosten zouden geweest zijn.

Gelet op het feit dat het om vrij eenvoudige feiten gaat die weinig of geen administratieve beslommeringen met zich zullen gebracht hebben kan deze post ex aequo et bono begroot worden op 65,00 EUR .

B. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

1. Morele schade

Gelet op de aard van de opgelopen verwondingen en kwetsuren, de pijngewaarwordingen en de duur van de hospitalisatie komt het gevorderd bedrag van 1.203,25 EUR ontvankelijk en gegrond voor zodat dit bedrag integraal kan worden toegekend.

2. Materiële schade

2.1. Inkomstenverlies

Uit niets blijkt enig oorzakelijk verband tussen het stopzetten van de handelsactiviteit van de burgerlijke partij en de feiten van 18.11.2006. De gerechtsdeskundige zegt nergens dat de burgerlijke partij omwille van de restletsels van de feiten dd 18.11.2006 haar zaak moest stopzetten. Hij stelt enkel vast dat zij dit gedaan heeft omdat zij klaarblijkelijk het contact met bepaalde personen niet meer aankon.

Uit dit deskundig verslag blijkt evenzeer, met name uit de voorgeschiedenis op pag. 4 dat de burgerlijke partij kort voordien reeds gelijkaardige letsels opliep waarvoor zij op 19.10.2006 operatief behandeld werd; de gerechtsdeskundige noteert desbetreffend dat het verslag van de behandelende geneesheer zegt dat volledige genezing maanden kan duren en dat zij toen reeds medicatie nam wegens depressie.

In die omstandigheden komt er geen oorzakelijk verband bewezen voor tussen de eigen beslissing van de burgerlijke partij haar zaak te sluiten en de agressie van beklaagde dd. 18.11.2006.

Deze post dient dan ook integraal te worden afgewezen.

2.2. Schade economische waarde huisvrouw:

Uit het deskundig verslag blijkt dat het slachtoffer redelijkerwijze een deel van haar professionele activiteiten reeds kon hernemen op 16.12.2006 (50% TWO).

Daarna gaat het om een zeer snelle degressiviteit wat accentueert dat er een vlugge genezing van de letsels optrad.

Gelet op de aard van de opgelopen verwondingen en de beperktheid en zeer snelle degressiviteit van de gedeeltelijke werkonbekwaamheid, wat impliceert dat in deze periode van gedeeltelijke TWO er zeker geen onmogelijkheid tot het verrichten van enige huishoudelijke arbeid kan zijn dient de post economische waarde huishouden te worden herleid naar een bedrag ex aequo et bono van 650,00 EUR

C. Blijvende invaliditeit

Het gaat enkel om een blijvende invaliditeit zonder inkomstenverlies of meerinspanningen. Er is derhalve enkel een morele component.

Gelet op deze omstandigheden en de aard van de restIetsels kan deze post kan deze post dan ook billijk vergoed worden middels een bedrag van 4 000,00 EUR ex aequo et bono.

D. Esthetische schade

Het betreft een vrouw, die terecht grote waarde hecht aan het uitzicht van haar gezicht en dus haar fysionomie op prijs stelt. Deze aantasting van het esthetisch uitzicht is onveranderbaar en zal dus blijvend zichtbaar zijn.

Het door beklaagde ingeroepen leeftijdsargument doet niets ter zake; zowel slordigheid als een onverzorgde levenshouding en uiterlijk, als aandacht en waardering en zorg voor het eigen uiterlijk zijn immers van alle leeftijden.

Rekening houdend met het litteken (discrete deviatie van de neus naar links) en de omvang ervan, met de leeftijd van eiseres (°1965) met het geslacht, met haar sociale contacten (eiseres is kinesist) kent de rechtbank een vergoeding toe van 2 000,00 EUR.

E. Genoegenschade

Deze post maakt dubbel gebruik uit met de post "morele schade tijdelijke werkongeschiktheid" en "schade B.W.O." gezien door toepassing van een begroting ex aequo et bono bij de begroting ervan reeds rekening gehouden werd. Bovendien rechtvaardigt de aard van de agressie geen aparte verrekening van dit onderdeel.

Deze post dient dan ook integraal te worden afgewezen.

F . Voorbehoud

Er is geen enkele aanleiding om enig voorbehoud toe te staan, dit gelet op de consolidatie en op het feit dat de gerechtsdeskundige zegt dat er geen verdere medicatie noch behandeling noodzakelijk is om de stabilisatie van de toestand te handhaven en er in geen voorbehoud voorzien wordt.

G. Expertisekosten en Gerechtskosten: de kosten van de eigen raadsgeneesheer zijn kosten van eigen verdediging, die evident niet toewijsbaar zijn.

III. Gevolgen van de feiten

De door de rechtbank aangestelde deskundige, Dr. R. W., komt tot volgende conclusie:

"5. De oorspronkelijke letsels betreffen de gevolgen van een neusfractuur. De maand voor het ongeval had betrokkene juist een correctie ondergaan van een neustussenschotperforatie.

De behandeling werd hierboven beschreven.

Volgende restklachten worden weerhouden:

- Ademen door haar neus is bijna onmogelijk.

- Lopen gaat moeilijk omdat zij door de mond moet ademen.

- Zij heeft veel last van een verstopte neus.

- Zij verklaart dat zij na de eerste ingreep zeer goed was en nu duidelijk slechter.

- Duiken gaat niet meer.

- Ze had een tijdje geen gevoel in de bovenlip na de operatie, doch nu is dit progressief aan het beteren.

6. Hospitalisatie van 30/11/2006 tot en met 01/12/2006, normale duur volgens de aard van de letsels.

7. Er zijn psychische restletsels in die zin dat betrokken haar zaak in tweedehandselektro heeft stopgezet omdat zij het contact met bepaalde mensen niet meer aankan.

8. Tijdelijke invaliditeit:

100% van 18/11/2006 tot 15/12/2006

50% van 16/12/2006 tot 31/12/2006

25% van 01/01/2007 tot 06/02/2007

10% van 07/02/2007 tot 25/07/2007

9.X. Nathalie kon redelijkerwijze een deel van haar professionele activiteiten hernemen op 16/12/2006.

10. Datum van consolidatie kan worden vastgesteld op 26/07/2007.

11. Blijvende invaliditeit kan worden vast gesteld op 5% (vijf procent) zonder meerinspanning voor het slachtoffer, wegens de vasomotorische neusproblematiek en de psychische weerslag.

12. Er is geen verdere medicatie noch behandeling noodzakelijk om de stabilisatie van de toestand te handhaven .Geen reserve.

13. De esthetische schade bereikt de 2de trap van de zevendelige schaal van Julin.(1-7)

14. De letsels komen niet in aanmerking voor plastische heelkunde.

15. Er werden geen andere specialisten geconsulteerd."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Gerechtsdeurwaarder L. H. meldt op 8 juni 2011 dat hij in de onmogelijkheid verkeerd om een proces-verbaal van niet-bevinding op te stellen, omdat de schuldenaar geen gekende woon- of verblijfplaats heeft. Hij kan verder enkel bevestigen dat uitvoeren onmogelijk is bij gebrek aan roerende en onroerende activa en dat een bron van inkomsten evenmin bekend is.

- De raadsman meldt dat zij cliënte kon beroep doen op een met Euromex afgesloten rechtsbij-standsverzekering die enkel tussenkwam voor zijn ereloon en kosten.

- De algemene voorwaarden van de polis rechtsbijstand bedrijven werd neergelegd (stuk 5): de waarborg insolventie is beperkt tot verkeersongevallen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraag de haar door de rechtbank toegekende som van euro 8.108,25 meer de intresten.

Kledijschade euro 125,00

Verplaatsingskosten euro 65,00

Administratiekosten euro 65,00

Opleg medische kosten euro 1,00

T.A.O. - moreel euro 1.203,25

Schade economische waarde huisvrouw euro 650,00

Blijvende invaliditeit (5%, 39 jaar bij consolidatie) euro 4.000,00

Esthetische schade (2/7) euro 2.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Artikel 31bis, § 1, 6°, van de wet van 1 augustus 1985 luidt als volgt:

"De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier."

Verzoekster legt naast de polis rechtsbijstand bedrijven ook een met KBC afgesloten gezinspolis neer. Deze polis voorziet een vergoeding bij insolventie: "Wij vergoeden zelf de door u geleden lichamelijke schade of zaakschade indien blijkt dat met deze rechtsbijstandsverzekering geen vergoeding kan bekomen worden omdat de persoon die voor uw schade burgerrechtelijk aansprakelijk is, insolvabel is." De KBC-verzekeringen werden hierover gecontacteerd. Het antwoord luidde: "Er was geen dekking van deze polis omdat de schade zich heeft voorgedaan tijdens de beroepswerkzaamheden van mevrouw X. en niet in haar privé-leven."

2. Verzoekster vordert intresten.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985. Intresten zijn niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Intresten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

In dit verband past het te verwijzen naar het uitvoerig gemotiveerde arrest nr. 165.787 van 12 december 2006 van de Raad van State dat het ingestelde annulatieberoep tegen deze rechtspraak van de Commissie verwierp. Zie hierover ook P. Verhoeven en L. Vulsteke, Het Fonds voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, ..., Larcier, 2011, randnr. 309.

3. Verzoekster vordert een bedrag van euro 650 voor ‘schade economische waarde huisvrouw'.

Ook deze schadepost komt niet voor in de limitatieve lijst van schadeposten, vermeld in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985, waarvoor een financiële hulp kan worden toegekend.

4. Verzoekster beperkt zich tot de bedragen toegekend door de rechtbank.

5. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen kent de Commissie euro 7.459 toe.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 7.459.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 mei 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 oktober 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.