- Decision of June 15, 2012

15/06/2012 - M11-5-0619/8235

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 13 mei 2010 voerde verzoeker te ..., in zijn hoedanigheid van politieagent, een veiligheidsfouille uit op de heer Eric Z.. Deze laatste verzette zich hevig, waardoor verzoeker een letsel opliep t.h.v. de linkerarm.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te Brussel d.d. 8 december 2010 werd de heer Eric Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van slagen aan verzoeker), bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 12 maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 250 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de schermutseling met de heer Z. kreeg verzoeker pijn in de linkerarm. Hij besloot een dokter te raadplegen in het AZ J. te ... .

Verzoeker was acht dagen arbeidsongeschikt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een noodhulp van euro 325:

- morele schade: euro 250

- rechtsplegingsvergoeding: euro 75

VI. Beoordeling door de Commissie

De voorwaarden tot toekenning van een noodhulp liggen vervat in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

In de brief van het secretariaat van de Commissie d.d. 12 juli 2011, gericht aan de advocaat van verzoeker, werd het volgende opgemerkt:

"Ik merk echter meteen op dat er zich een ernstig ontvankelijkheidsprobleem stelt. Artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt immers: "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62.000 euro."

Bijgevolg dient het verzoekschrift, nu euro 325 wordt gevraagd, als onontvankelijk te worden beschouwd.

Daarenboven komt - volgens een zeer constante rechtspraak van de Commissie terzake - morele schade niet in aanmerking voor een noodhulpaanvraag.

Gelet op het bovenstaande had ik gaarne vernomen of uw cliënt bereid is om afstand te doen van zijn verzoekschrift? In dat geval kunnen wij zijn dossier op een eenvoudige administratieve wijze afsluiten."

Aangezien verzoeker geen gevolg gaf aan de brief van het secretariaat, werd de inhoud ervan hernomen in het verslag van de verslaggever d.d. 24 januari 2012.

Dit verslag werd per aangetekend schrijven d.d. 6 februari 2012 aan de raadsman van verzoeker betekend en door hem voor ontvangst afgetekend.

Aangezien er binnen de gevraagde termijn van 15 dagen geen schriftelijke reactie werd neergelegd, ziet de Commissie zich genoodzaakt het verzoek af te wijzen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 15 juni 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.