- Decision of June 15, 2012

15/06/2012 - M11-5-0810/8341

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 1 januari 2007 omstreeks 4 uur 's nachts deed er zich in café ‘Palace' te ... een discussie voor tussen verzoeker en de heer Mark Z. omtrent een beweerdelijk slecht uitgevoerde herstelling aan het voertuig van Mark Z.. Tijdens de discussie tikte Z. met de bovenkant van zijn handpalm tegen de wang van verzoeker, waarop deze laatste Z. achteruitduwde. Plots kreeg verzoeker een zeer harde slag tegen het linker oog vanwege de heer Rudi Z. (broer van Mark), die zich tot op dat ogenblik afzijdig had gehouden.

II. Vervolging

Zowel Mark Z. als Rudi Z. werden vervolgd wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoeker).

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 31 mei 2010 werd de heer Mark Z. evenwel niet schuldig verklaard aan deze feiten en bijgevolg vrijgesproken.

Rudi Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, werd veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van twee jaar. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 90.711,03 meer intresten aan verzoeker.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de heer Rudi Z., alsook door het Openbaar Ministerie tegen zowel Rudi als Mark Z..

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 7 februari 2011 werd ook de heer Mark Z. schuldig verklaard aan het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan verzoeker. Op grond van die (en enkele andere) feiten werd hij veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes maanden en tot een geldboete van euro 550.

De aan Rudi Z. opgelegde effectieve gevangenisstraf werd verhoogd tot 30 maanden (+ geldboete van euro 825).

Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd. Tevens werd voorbehoud verleend voor de kosten verbonden aan het operatief verwijderen van de linkeroogbol van verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Vooraf weze aangestipt dat verzoeker reeds enkele jaren vóór de feiten een ziekte-uitkering genoot wegens psychische problemen.

Na de feiten begaf verzoeker zich huiswaarts. Toen hij erge hoofdpijn kreeg, zocht hij een oogarts op, die hem doorverwees naar de dienst ophtalmologie te .... Verzoeker verbleef hier van 3 tot 6 januari 2007 wegens perforatie van het linker oog. Op 3 januari 2007 werden de verwondingen gehecht.

Er waren nieuwe ziekenhuisopnames van 15 tot 18 januari 2007 (vitrectomie links) en van 6 tot 7 juli 2007 (verder vitrectomie + netvliestamponade).

Luidens het deskundig verslag d.d. 28 september 2009 van Dr. G. C. (aangesteld bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ...) liep verzoeker een functioneel verlies van het linker oog/visus op, gestabiliseerd en niet voor verbetering vatbaar.

De deskundige weerhoudt de volgende graden en periodes van tijdelijke onbekwaamheid (van echte arbeidsongeschiktheid is geen sprake, aangezien verzoeker ten tijde van de feiten een ziekte-uitkering genoot):

100 % van 01.01.07 t.e.m. 31.01.07

50 % van 01.02.07 t.e.m. 28.02.07

40 % van 01.03.07 t.e.m. 30.04.07

35 % van 01.05.07 t.e.m. 05.07.07

100 % van 06.07.07 t.e.m. 31.07.07.

Er is consolidatie op 1 augustus 2007, met een blijvende fysische invaliditeit van 35 % (volledig verlies van zicht uit linkeroog).

De esthetische schade bedraagt 4 op de schaal van 7.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Volgens het schrijven van gerechtsdeurwaarder P. T. d.d. 1 maart 2011 zijn er geen uitvoeringsmogelijkheden lastens de heer Rudi Z..

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000, zijnde het wettelijk plafond.

Door de rechtbank (zoals bevestigd door het Hof) werd een bedrag van euro 90.711,03 toegekend:

- medische kosten: euro 311,03

- verplaatsingskosten: euro 480,00

- administratiekosten: euro 125,00

- kledijschade: euro 250,00

- economisch verlies huishouden: euro 2.962,50

- morele schade TAO + pretium doloris: euro 4.207,50

- blijvende schade BI + BAO: euro 67.375,00

35 % x euro 1.925 per punt

- blijvende huishoudelijke schade: euro 2.500,00

- esthetische schade (4/7): euro 12.500,00

Daarnaast wordt nog om de toekenning gevraagd van een rechtsplegingsvergoeding van euro 6.000.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Economisch verlies huishouden' of ‘huishoudelijke schade' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Wat de schadepost ‘blijvende schade BI + BAO' betreft, dient opgemerkt dat er geen stukken voorliggen waaruit blijkt dat verzoeker inkomstenverlies heeft geleden (hij genoot ten tijde van de feiten overigens een ziekte-uitkering ingevolge een psychische problematiek). Aldus kan enkel rekening gehouden worden met de morele component van de ongeschiktheid. ‘Meerinspanningen', ‘verlies van de economische waarde huishoudelijke arbeid' en/of ‘loutere aantasting van de arbeidswaarde op de arbeidsmarkt (zonder loonverlies)' ressorteren immers niet onder de limitatief opgesomde schadeposten in artikel 32, § 1 van de wet.

Het komt dan ook passend voor het door verzoeker voor deze schadepost gevraagd bedrag, conform de indicatieve tabellen, te halveren.

Nu het tot de constante rechtspraak van de Commissie behoort om geen afzonderlijke hulp toe te kennen voor pretium doloris, wordt de hulp voor ‘morele schade TAO' begroot op euro 2.962,50.

Zich steunend op de bedragen die terzake voorzien worden in de thans geldende ‘indicatieve tabel', meent de Commissie voor de esthetische schade een hulp te kunnen toekennen van euro 7.250.

Voor de procedurekosten (in casu betreft het de rechtsplegingsvergoeding) kan maximaal euro 4.000 worden toegekend (artikel 32 § 1, 6°, van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2 van het K.B. van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven uiteengezet, wordt aan verzoeker voor de overige schadeposten in billijkheid een hulp toegekend van euro 49.066.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 49.066.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 26 juli 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.