- Decision of June 15, 2012

15/06/2012 - M11-5-0738/8307

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Toen een vriendin van verzoeker op 18 februari 2005 in een café te ... werd lastiggevallen door een man (de genaamde Mehdi Z.), kwam verzoeker tussenbeide. Hierop werd de dader zeer agressief, sloeg een bierglas stuk en stak verzoeker daarmee in het aangezicht.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 24 juni 2010 werd de heer Mehdi Z. veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 11.675 meer intresten aan verzoeker: euro 175 voor verplaatsings- en administratiekosten + euro 250 voor kledijschade + euro 3.750 voor esthetische schade + euro 7.500 voor morele schade.

III. Gevolgen van de feiten

Conform het medisch verslag van Dr. B. (waarnaar verwezen wordt in de nota burgerlijke partijstelling) vertoont verzoeker ingevolge de feiten twee littekens, welke op 11 mei 2007 konden geconsolideerd worden:

- drie lineaire snijwonden rechts infra-oculair (esthetische schade 2 op 7);

- groot hockey-stickvormig litteken (55 mm) t.h.v. rechterwang / kin (3 op 7).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de dader zijn nagenoeg onbestaande. Op 9 juni 2011 stelde gerechtsdeurwaarder P. S. een proces-verbaal van niet-bevinding op.

In een persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 22 juni 2011 bevestigt verzoeker dat hij niet beschikt over enige verzekering die de door hem geleden schade dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 17.072,93:

- morele schade: euro 7.500,00 (cf. vonnis)

grove brutaliteit van het zinloze geweld - doorstane pijnen

en angsten - blijvende aantasting van de fysieke integriteit -

jonge leeftijd van verzoeker

- esthetische schade: euro 3.750,00 (idem)

- procedurekosten: euro 1.603,61

- rechtsplegingsvergoeding: euro 1.100,00

- overige kosten (deurwaarder e.d.): euro 503,61

- intresten: euro 4.219,32

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet.

Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Artikel 33, § 1, eerste lid, van de wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft, is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een forfaitair hulpbedrag van euro 10.000 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 juli 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.