- Decision of June 27, 2012

27/06/2012 - M10-1-0642/7457

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

" De echtgenoot van verzoekster werd [op 19 juni 2009] op de late namiddag overvallen aan zijn woning door twee personen. Men trachtte hem zijn aktetas waarin de dagopbrengsten van zijn tankstation zaten te ontnemen en gebruikten hierbij geweld.

Verzoekster was op dat ogenblik ook thuis en kwam van de bovenverdieping via de trap naar beneden.

Ook zij raakte ernstig gewond.

Een van de daders werd gevat. Verzoekster en haar echtgenoot zijn dermate getraumatiseerd en verontrust dat zij professionele hulp dienden in te roepen en hun tankstation sloten. "

Volgens het medisch deskundigenverslag van dr. B. V.:

"Feiten dateren van 19-6-2009 en we verwijzen naar het verslag van de heer X. Marc, er is dus een overval gebeurd, de honden stonden beneden, zij is ook naar beneden gegaan, is beginnen te roepen en tieren, had schoenen aan met hakken, mogelijks werden die in de gang geworpen, zij is ten val gekomen maar het juiste mechanisme kan ze niet duiden. "

II. Vervolging

Bij arrest dd. 19 februari 2010 van het Hof van Beroep te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de zich noemende Marko (of Marco) Z. alias Jan W. (° 1986, zonder gekende woon- of verblijfplaats in het Rijk, naar eigen verklaring woonachtig te Servië) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf:

"Te ... op 19/06/2009:

Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd;

Gepoogd te hebben door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van X. Marc, een zwarte lederen boekentas met inhoud, o.a. de daginkomsten van zijn bedrijf en twee autosleutels van een mobilhome en een voertuig van het merk Chrysler, allen van onbepaalde waarde, die hen niet toebehoorden, bedrieglijk weg te nemen, het voornemen om deze misdaad te plegen zich

geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen, het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad hebbend; "

Op burgerlijk vlak werd bij zelfde arrest Z. alias W. veroordeeld tot betaling aan verzoekster: euro 1,00 provisioneel materieel + euro 5.923,75 moreel, meer de intresten en een RPV van euro 900.

- TWO moreel euro 973,75

- B.I. (3% x euro 1.650) euro 4.950,00

III. Gevolgen van de feiten

Besprekingen en conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 25/11/2009:

Mevrouw Y. Martine was dus het slachtoffer van een geweldpleging op 19-6-2009.

Ze liep hierbij kneuzingen op en een psychische traumatisatie.

Er is arbeidsongeschiktheid geweest tot en met 10-7-2009.

Er zijn twee raadplegingen geweest bij een psychiater.

Er zijn klachten beginnen op te treden in de linker schouder.

Het is zo dat er bij het onderzoek op 26-6-2009 geen linker schouderklachten waren, wel trekkingen ter hoogte van de rechter trapezius.

Er kan dan ook geen bewezen causaal verband tussen de geweldpleging en de linker schouderproblematiek weerhouden worden.

Er kan geconsolideerd worden.

Er resten posttraumatische stresskIachten, aanvaardbaar, er zijn geen aanwijzingen voor een werkelijke posttraumatische stressstoornis, er is geen professionele repercussie.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100% van 19-6-2009 tot en met 9-7-2009

30% van 10-7-2009 tot en met 31-7-2009

15% van 1-8-2009 tot en met 31-8-2009

tijdelijke invaliditeit:

10% van 1-9-2009 tot en met 30-9-2009

5% van 1-10-2009 tot en met 3-11-2009

consolidatiedatum: 4-11-2009

blijvende invaliditeit 3 %, geen meerinspanning, geen blijvende arbeidsongeschiktheid;

esthetische schade: geen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde liet op 14 mei 2010 weten dat zijn cliënt over geen financiële mogelijkheden beschikt om tot vergoeding over te gaan. Zeer vermoedelijk heeft de veroordeelde thans de gevangenis verlaten. Hij heeft geen gekende woon- of verblijfplaats in België.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij DAS. De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op "diefstal, poging tot diefstal, inbraak, gewelddaden en vandalisme".

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 10.000.

- B.I. (3% x euro 1.650) euro 4.950,00

- tijdelijke invaliditeit euro 117,50

- morele schade euro 4.932,50

(ex aequo et bono begroot gelet op de traumatische ervaring dat zij de uitbating

van hun tankstation diende stop te zetten)

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

Bovenop de door het Hof van Beroep toegewezen vergoeding voor de morele schade tijY. de tijdelijke werkonbekwaamheid en voor de blijvende invaliditeit vraagt verzoekster tevens een financiële hulp voor morele schade "omwille van het feit dat verzoekers de traumatische ervaring hun professionele activiteit, nl. het uitbaten van hun tankstation waaraan zij jaren werkten, dienden stop te zetten" (reactie van de raadsman van verzoekster op het verslag).

LuiY. artikel 32, § 1, 1° van de wet dient de Commissie bij de toekenning van een financiële hulp rekening te houden met de tijdelijke en blijvende invaliditeit.

Welnu, de Commissie is de mening toegedaan dat de gevraagde schadepost 'morele schade' niet aanvaard kan worden voor een financiële hulp omdat deze eerder moet beschouwd worden als een vorm van morele schade voortspruitend uit de feiten an sich. Bijgevolg, indien de Commissie tóch een hulpbedrag zou toewijzen voor deze post, dan zou dubbel gebruik worden gemaakt van voormeld artikel op basis waarvan de Commissie de posten B.I. en TWO moreel reeds in aanmerking neemt.

De Commissie ziet dan ook geen reden om af te wijken van de civielrechtelijk toegewezen sommen voor de morele schade.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 5.920.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 5.920.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 mei 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.