- Decision of June 27, 2012

27/06/2012 - M10-5-0391/7322

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Tussen 18 september 1998 en 1 maart 2005 werden Emmy, Silvie, Kenny, Johny en Sammy X., de toen nog minderjarige kinderen van verzoeker, te ... herhaaldelijk slachtoffer van ernstige geweldfeiten gepleegd door hun stiefvader, de heer Ronny Z. (° 1951).

Het betrof meer bepaald volgende feiten:

- Emmy (dossier M10-5-0359): dagelijks seksueel misbruikt (verkrachting en aanranding), alsook frequent mishandeld (slagen met een houten stok; sigarettenpeuken op buik uitgeduwd, met brandwonden tot gevolg; bovenmatig veel karweien moeten opknappen; verbod om naar toilet te gaan, enz.).

- Silvie (M10-5-0361): regelmatig seksueel misbruikt (verkrachting en aanranding), alsook frequent mishandeld (slagen met een houten stok; sigarettenpeuken op buik uitgeduwd, met brandwonden tot gevolg; bovenmatig veel karweien moeten opknappen; verbod om naar toilet te gaan, enz.).

- Kenny (M10-5-0360), Johny (M10-5-0362) en Sammy (M10-5-0363): frequent mishandeld (slagen met een houten stok, opsluiting in een hok, niet naar het toilet mogen gaan, bovenmatig veel karweien moeten opknappen, aanbrengen van ‘tatoeages', enz.).

Carine Y., de moeder van de kinderen, deed niets om een einde te stellen aan de geweldplegingen, wel integendeel.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 27 juni 2006 werd de heer Ronny Z., wegens het plegen van de sub I vermelde feiten, veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vijf jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij samen met Carine Y. solidair veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 2.500 meer intresten aan verzoeker.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de heer Z., alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 28 maart 2007 werd de aan Ronny Z. opgelegde gevangenisstraf verhoogd tot zeven jaar. Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Er werd geen gerechtsdeurwaarder ingeschakeld teneinde het sub II vermeld arrest uit te voeren, aangezien dit slechts nutteloze kosten met zich zou meebrengen: de heer Z. verblijft in de gevangenis en mevrouw Y. is toegelaten tot de collectieve schuldenregeling.

Ter zitting van de Commissie d.d. 31 mei 2012 deelde verzoeker mee dat hij een bedrag van euro 475 ontving in het kader van de afbetalingen vanwege de heer Z..

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.500, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die hem bij vonnis / arrest werd toegekend.

V. Beoordeling door de Commissie

A. Ontvankelijkheid

a) principe

Artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen luidt als volgt:

"Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade."

In artikel 34 van diezelfde wet wordt het volgende bepaald:

"De vraag om financiële hulp, noodhulp of aanvullende hulp geschiedt bij verzoekschrift dat in twee exemplaren wordt neergelegd bij het secretariaat van de commissie of haar wordt toegezonden bij een ter post aangetekende brief. Het wordt ondertekend door de verzoeker of door zijn advocaat."

Krachtens laatstgenoemd wetsartikel geschiedt de indiening van het verzoekschrift ofwel door neerlegging op het secretariaat van de Commissie ofwel per aangetekende zending.

Wat dat laatste betreft stelt zich de vraag welke datum als uitgangspunt dient genomen te worden voor de beoordeling van de tijdigheid van het verzoekschrift: de datum van verzending van de aangetekende brief dan wel de datum van ontvangst ervan?

Om deze vraag te beantwoorden dient voor ogen gehouden te worden dat de Commissie een administratief rechtscollege is in de zin van artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

De Raad van State, die overigens de beroepsinstantie is tegen de beslissingen van de Commissie, aanvaardt dat een aangetekende zending vaste datum verleent aan een procedurestuk en als basis dient voor de beoordeling van de tijdigheid (RvS 18 januari 2008, nr. 178.668). Overeenkomstig deze rechtspraak is niet de datum van aankomst van de aangetekende zending van belang, maar wel de datum van verzending ervan. Het doel van een aangetekende zending is immers het afleveren van een bewijs van vaste datum van verzending. De beroepstermijn bij de Raad van State eindigt 30 kalenderdagen na ontvangst van de kennisgeving. Binnen deze termijn moet het beroepschrift verzonden zijn, hetgeen blijkt uit het postmerk op de briefomslag. Het is niet vereist dat het beroepschrift binnen de termijn van 30 dagen bij de beroepsinstantie moet zijn binnengekomen (RvS 25 juni 1998, nr. 74.655).

Er kan bovendien op gewezen worden dat er buiten het administratief recht nog tal van andere wetgeving / rechtspraak is die de datum van verzending van een aangetekende zending, omwille van hetzelfde vaste datumkarakter, als uitgangspunt neemt om de tijdigheid te beoordelen (huur, pacht, ontslag om dringende reden, ...).

b) concrete toepassing op de voorliggende casus

In het voorliggend dossier dateert het arrest van het Hof van Beroep te ... van 28 maart 2007.

Toepassing makend van de algemene beginselen van de termijnberekening, is de dag waarop de termijn begint te lopen (dies a quo) 29 maart 2007, terwijl de dag waarop de termijn eindigt (dies ad quem) 29 maart 2010 is.

Zoals hoger beschreven dient de datum van verzending (en niet de datum van ontvangst) van de aangetekende brief als uitgangspunt te worden genomen voor de beoordeling van de tijdigheid. Welnu, aangezien de aangetekende zending in de onderhavige zaak gedateerd is op 27 maart 2010 en deze datum binnen de gestelde termijn valt (welke afloopt op 29 maart 2010), moet vastgesteld worden dat het verzoekschrift tijdig werd ingediend.

B. Ten gronde

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de (advocaat van) verzoeker, meent de Commissie dat de toekenning van een hulp van euro 750 redelijk en gepast is.

Bij de bepaling van dit bedrag werd rekening gehouden met het feit dat verzoeker reeds een bedrag van euro 475 mocht ontvangen in het kader van de afbetalingen vanwege de dader.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 750.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 maart 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.