- Decision of June 27, 2012

27/06/2012 - M12-1-0164/8763

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Voorgaande

Op 2 december 2009 had verzoekster een aanvraag tot financiële hulp ingediend als gevolg van dezelfde schadeverwekkende feiten die thans opnieuw het voorwerp uitmaken van voorliggend verzoekschrift. De eerste kamer van de Commissie sprak zich op 22 november 2010 uit over het eerste verzoekschrift in volgende bewoordingen:

" I. Feiten

Op 24 maart 2009 was verzoekster slachtoffer van een gewelddadige overval op een hotel waar zij werkte als receptioniste op proef.

Zij werd bij de keel gegrepen, over de grond gesleurd en bedreigd met een mes.

Hierbij liep zij kneuzingen op aan de keel en werden posttraumatische stressklachten vastgesteld.

II. Verloop gerechtelijke procedure

II-1. Bij vonnis dd. 2 november 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de genaamden Khalid M., Brahim J., Mohamed Ayoub B. en Az-Eddine B. veroordeeld tot gevangenisstraffen van, respectievelijk, zes jaar, vierenvijftig maanden, veertig maanden en vijf jaar, onder meer wegens:

"A. te ..., op 24 maart 2009

de eerste, tweede,derde en vierde,

Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van hotel C. bvba en/of Y. Nicolaas en/of X. Sonja, de hierna vermelde goederen, die hen niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben, de diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk:

- de diefstal gepleegd zijnde bij nacht,

- de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen,

wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldigen hebbende doen geloven dat zij gewapend waren,

[...]

de schuldigen om de diefstal te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren gebruik gemaakt hebbende van een gestolen voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven gestolen tuig;

het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad hebbend;

- een geldsom ten bedrage van 1.250 euro,

- een DVD-speler ter waarde van 29 euro;

- een laptop HP;

- een draagbaar telefoontoestel van het merk Topcom;

- een bankkaart;

II-2. Op burgerlijk vlak werden M., J., B. en B. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling in solidum van een provisionele schadevergoeding van euro 8.653,50. (De beslissing omtrent de intresten en RPV werd ambtshalve uitgesteld).

" In zijn meest recente medisch verslag van 23 september 2009 ging de deskundige nog niet over tot consolidatie van de opgelopen schade. Gelet hierop is het gepast een provisionele schadevergoeding toe te kennen.

De gevorderde schadevergoeding van euro 8.653,50 wordt cijfermatig niet betwist, is gesteund op de vaststellingen van de aangestelde geneesheer-deskundige en dient te worden toegekend. Gelet het provisionele karakter van de toegekende schadevergoeding houdt de rechtbank de beslissing omtrent de kosten aan."

III. Medische en/of psychische gevolgen

Volgens de definitieve bespreking en besluiten van gerechtsdeskundige dr. B. Van Noten:

" De posttraumatische stressstoornis op zich is zeer goed geregresseerd.

Wat nog rest is een aanpassingsstoornis, een verwerkingsproblematiek, als het ware een chronische kwaadheid, met heel wat revendicatie.

Verdere behandeling is onnodig, de tijd en ook de afhandeling van deze zaak zal dit nog wel doen verbeteren.

Er kan geconsolideerd worden op 1-7-2010.

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID

- 100% van 24/03/09 t/m 31/05/09

- 30% van 01/06/09 t/m 30/06/09

- 20% van 01/07/09 t/m 31/08/09

- 15% van 01/0/09 t/m 31/12/2009

- 10% van 01/01/2010 t/m 30/06/2010

Consolidatiedatum 1-7-2010

Blijvende invaliditeit 6% waarvan 3% blijvende arbeidsongeschiktheid. "

IV. Begroting van de schade door verzoekster

Verzoekster vroeg aanvankelijk om de toekenning van een financiële hulp van

euro 8.653,50, zijnde het provisioneel hoofdbedrag haar reeds toegekend door de rechtbank.

- morele schade TWO euro 2.287,50

- meerinspanningen euro 1.830,00

- B.I. euro 4.536,00

In haar schriftelijke reactie op het verslag van de verslaggever breidt verzoekster deze aanvraag uit met euro 3.247 nu er recent consolidatie inzake de letsels optrad. Aan de rechtbank zal een nieuwe vaststelling worden gevraagd met begroting van volgende bijkomende schade:

- morele schade TWO (182 d aan 10%) euro 455,00

- meerinspanningen euro 364,00

- BWO (enkel moreel) - 3 % euro 2.268,00

- kosten gerechtsdeskundige euro 160,00

V. Financiële middelen en mogelijkheden tot schadeloosstelling

V-1. De raadslieden van de twee veroordeelden delen mee dat hun cliënten onvermogend zijn en dat dit nog geruime tijd zo zal blijven, gelet op hun langdurige detentie.

V-2. Verzoekster verklaart persoonlijk dat zij geen beroep kan doen op een familiale polis of polis rechtsbijstand.

V-3. Verzoekster werkte in het hotel als receptioniste. Het was haar eerste werkdag en ze draaide proef. Volgens AG Insurance betroffen de feiten geen arbeidsongeval omdat ze tewerkgesteld was als onbezoldigde.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief haar opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van deze schadepost werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de door verzoekster opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 9.700.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 40quater van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003, 27 december 2004, 13 januari 2006, 27 december 2006 en 30 december 2009 en het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 9.700. "

II. Terzake huidig, voorliggend verzoekschrift

Verzoekster legt een kopie voor van het eindvonnis ter afhandeling van de burgerlijke belangen, dd. 21 november 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... waarbij de vier beklaagden Mamouni, Jtaoue, Belrhazi en Batouta solidair werden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van euro 3.247 meer de intresten en een rechtsplegingsvergoeding van euro 687,50.

Zoals uit rubriek IV van de beslissing dd. 22/11/2010 blijkt, had verzoekster haar vraag tot financiële hulp voor de Commissie in haar reactie op het verslag uitgebreid met het bedrag van euro 3.247 "nu er recent consolidatie inzake de letsels optrad. Aan de rechtbank zal een nieuwe vaststelling worden gevraagd ".

De Commissie heeft deze bijkomende schadeposten aanvaard, behoudens de meerinspanningen, en hiervoor reeds een financiële hulp toegekend.

De correctionele rechter heeft de bijkomende vordering van verzoekster integraal aanvaard en toegewezen. De rechtsplegingsvergoeding werd door dezelfde rechter bepaald op euro 687,50.

Het is deze laatste schadepost waarvoor verzoekster thans aan de Commissie nog een hulp vraagt van euro 687,50.

III. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

De Minister van Justitie adviseert om de hulpaanvraag, die uitsluitend is samengesteld uit het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding, af te wijzen als niet ontvankelijk aangezien volgens haar deze schadepost niet kan gerekend worden tot de ‘procedurekosten' zoals vervat in vermeld artikel 32, §1, 6°.

De wet van 21 april 2007 voerde een wijziging door van enerzijds de artikelen 162bis en 194 van het Wetboek van Strafvordering en anderzijds van de artikelen 1017 tot 1024 van het Gerechtelijk Wetboek die de uitgaven en kosten regelen die ten laste zijn van de in het ongelijk gestelde partij. Het begrip ‘ rechtsplegingsvergoeding' werd geïntegreerd in Titel IV - "Uitgaven en kosten".

Volgens artikel 1018 Ger.W., dat die kosten opsomt, omvatten de kosten o.m, de zegel-, griffie- en registratierechten, de kosten van de gerechtsdeurwaarders, de kosten van de uitgifte van het vonnis, de erelonen van experten en de rechtsplegingsvergoeding. Artikel 1024 Ger.W. bevat vervolgens een regeling omtrent de kosten van tenuitvoerlegging.

Welnu, sedert een tweetal jaren huldigt de Commissie - en dit volgens een constante rechtspraak op dit vlak - het standpunt dat de rechtsplegingsvergoeding, net als de andere in artikel 1018 Ger.W. opgesomde kosten, als ‘procedurekost' dient te worden beschouwd, met dien verstande uiteraard dat geen afbreuk wordt gedaan aan het subsidiariteitsbeginsel (eventuele tenlasteneming van de RPV door de rechtsbijstandverzekeraar) en aan de toetsing van het billijkheidsprincipe (bv. gedrag van de verzoeker). De Commissie, die zoals reeds gesteld geen volledige schadeloosstelling waarborgt, is, net als inzake de andere schadeposten, niet gebonden door het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat door de rechtbank werd toegewezen. De Commissie oordeelt in billijkheid en kan het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding moduleren, daarbij minstens rekening houdend met het in artikel 2 van het KB van 18 december 1986 voorziene maximumbedrag van

euro 4.000 voor de procedurekosten.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 687.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 687.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 22 februari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.