- Decision of July 17, 2012

17/07/2012 - M91044/6982

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In de periode 2000-2002 werd de toen 7 à 10-jarige Laurie diverse malen seksueel misbruikt door haar neef Steven Y.. Hij bedreigde haar opdat ze zou zwijgen over de feiten.

Pas in december 2004 vond Laurie de moed om het misbruik aan het licht te brengen.

De feiten deden zich voor toen Laurie bij haar tante Linda diende te blijven terwijl die een buurvrouw bezocht.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 27 juni 2008 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Steven Y. (° 1971), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 3 jaar gevangenisstraf en tot betaling van een provisie van euro 2.500 (moreel-materieel vermengd) meer de intresten aan Nico X. - Katti Y. q.q. Laurie X.:

"Beklaagd van: te ... in de periode van 1 september 2000 tot ../../2002niet nader te bepalen:

A. De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind, geen volle tien jaar oud, namelijk op X. Laurie, geboren op ../../1992."

Bij zelfde vonnis werd dr. G. De B. aangewezen als gerechtsgeneesheer. Deze legde op 26 augustus 2009 zijn definitief psychiatrisch deskundigenverslag neer.

Ondertussen werd zonder succes getracht om de provisie van euro 2.500 in te vorderen lastens Y..

De vastgestelde insolvabiliteit van betrokkene is de reden waarom de burgerlijke belangen niet verder zijn afgehandeld.

Het vonnis verwierf kracht van gewijsde aangezien het aangetekend verzet onontvankelijk verklaard werd wegens laattijdigheid.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. G. De B. in zijn verslag van 26/08/2009:

"1. Betrokkene ondervond belangrijke weerslag van de feiten, onder de vorm van een ernstig angstbeeld gekenmerkt door nachtmerries, psychosomatische klachten in de zin van eetstoornissen, fundamenteel onveiligheidsgevoel, gedurende de eerste 4 jaar na de feiten. Ook na het aan het licht komen van de feiten persisteerde deze klachten, maar onder invloed van de behandeling was er een geleidelijke regressie. Op lichamelijk vlak weerhouden we neurovegetatieve weerslag met syncopes. Er waren ook episodes van automutilatie.

2. De gevolgen van de feiten, al of niet mee bepaald door de verminderde draagkracht van betrokkene gaven aanleiding tot langdurige behandeling: slachtofferhulp gedurende 2 à 3 jaar, psychotherapeutische begeleiding gedurende ruim een jaar, begeleiding van het CLB gedurende de eerste 3 jaar middelbaar, een drietal maand behandeling bij een kinesist, en tenslotte een kortdurende (een drietal maand) behandeling met tranquillizers.

3. Van het moment van de feiten tot aan het licht komen ervan is er eigenlijk een onveranderd beeld geweest, gekenmerkt door ernstige angst - en psychosomatische klachten.

Gezien de duidelijke weerslag op het functioneren moet het invaliderend de impact hiervan zoals boven beschreven op 50 % worden geschat.

Op het moment dat de feiten aan het licht komen tot het moment van het onderzoek kan worden aangenomen dat de klachten onder invloed van de behandeling lineair verminderden, tot een niveau van 15 %.

Er kan een blijvend invaliditeitspercentage in de grootte orde van 10 % worden aangenomen, met ingang van 01 januari 2009.

4. Deze laatste datum wordt dan ook voorgesteld als datum van consolidatie.

5. Het is niet uitgesloten dat na consolidatie nog occasionele psychotherapeutische interventies nodig zullen zijn, maar de frequentie of de aard hiervan kunnen op dit moment niet definitief worden bepaald. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelde op 5 maart 2009 mee:

" - De inboedel van de bescheiden rijwoning is absoluut onvoldoende in waarde om over te gaan tot oplading en/of openbare verkoop: de kosten zouden de opbrengst overtreffen.

- Y. Steven zit nog steeds in de gevangenis te ..., en in het beste geval kan hij vrijkomen in september 2009. Wellicht zullen zijn inkomsten naderhand onvoldoende zijn om deze of andere schulden af te betalen.

- Zijn 24-jarige echtgenote geniet enkel werklozensteun en heeft de zorg over drie zeer jonge kindjes. Zij staat onder budgetbeheer bij het OCMW."

Op 21 oktober 2010 verbleef de veroordeelde nog steeds in de gevangenis.

IV-2. De ouders van verzoekster hadden/hebben een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij PROVIDIS. Op grond van de waarborg ‘onvermogen van derden' keerde PROVIDIS euro 4.763,96 uit aan Laurie X. in persoon.

Volgens de polisvoorwaarden is maximaal een vergoeding van euro 6.200 voorzien. Aan de ouders werd het resterend bedrag van euro 1.436,04 uitgekeerd.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster q.q. vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000. Zij meent dat de schade veel omvangrijker is dan de toegewezen provisie van euro 2.500:

" Anderzijds heb ik op heden geen gedetailleerde schadebegroting opgemaakt. Het gaat

terzake over psychische schade ten gevolge van verkrachting op de leeftijd van 7 à 8 jaar oud.

Deskundige D. heeft terzake een periode van tijdelijke werkonbekwaamheid weerhouden aan 50 % vanaf datum van de feiten (01.09.2000) tot de datum waarop de feiten aan het licht kwamen (01.12.2004) en vanaf dan een TWO van 15 % tot 01.01.2009 met consolidatie op 01.01.2009 met een blijvende invaliditeit van 10 %.

Louter en alleen op basis van de indicatieve tabel is daarvoor al een vergoeding te voorzien

van 46.978,75 euro berekend als volgt:

• TWO aan 50 % van 01.09.2000 tot 30.11.2004: 1.551 d. x 25 euro x 50 % =19.387,50 euro

• TWO aan 15 % van 01.12.2004 tot 31.12.2008: 1.491d. x 25 euro x 15 % = 5.591,25 euro

• BWO van 10 % voor een -15 jarige: 22.000,00 euro

Totaal : 46.978,75 euro

Maar ik meen dat terzake niet kan worden volstaan met een loutere toepassing van de indicatieve tabel nu het heel specifieke schade betreft met een heel belangrijke weerslag op psychisch gebied.

De deskundige stelt zelf dat voor de eerste 4 jaar "zeker een 50 % invaliditeit" dient te worden voorzien, wat aangeeft dat het zelfs nog meer moet zijn geweest.

Hetzelfde geldt voor de blijvende arbeidsongeschiktheid die eigenlijk te begroten was tussen 0

tot 20 %.

Als daarbij de huishoudelijke schade, de hulp van derden en de seksuele schade wordt gerekend dan komen wij zeker niet toe met het plafondbedrag van 62.000 euro .

Vandaar dat ik de vordering van cliënte heb beperkt tot het plafondbedrag. "

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag tevens rekening te houden met de door de verzoekster genoten verzekeringstussenkomst (in casu: euro 4.763,96).

Rekening houdend met:

- de aard, de ernst en de lange periode waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat de feiten gepleegd werden door een verwant;

- de emotionele en traumatiserende weerslag van de feiten op het jonge slachtoffer waarbij het kunnen volgen van een passende therapie een belangrijke factor in het verwerkingsproces bleek te zijn;

- de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers inzake morele schade;

- de tussenkomst van de rechtsbijstandverzekeraar,

meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op

ex aequo et bono euro 25.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 25.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 5 november 2009 waarbij de heer Nico X. qualitate qua de op dat ogenblik minderjarige verzoekster om de toekenning vroeg van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.