- Decision of August 6, 2012

06/08/2012 - M12-1-0127/8734

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Uit het strafdossier blijkt dat aan verzoeker op 17 maart 2007 rond 2 uur in drankgelegenheid R. te ... zonder enige aanvaardbare reden twee vuistslagen werden toegediend door de portier (verzoeker droeg een pet bij het binnenkomen hetgeen de man niet aanstond); een eerste slag op de kaak, een tweede op de mond.

Zoals bevestigd door getuigen heeft verzoeker zelf niet geslagen.

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer bij de politie.

Ondanks een doorgedreven strafonderzoek kon de dader niet worden teruggevonden.

Bij beschikking dd. 13 mei 2011 ontsloeg de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... de onderzoeksrechter van verder onderzoek aangezien de onbekende verdachte niet geïdentificeerd kon worden.

III. Gevolgen van de feiten

Volgens dr. A.S. Vanryckeghem, tandarts:

Naar aanleiding van het verlies van gebitselement 21 werden bij betreffende patiënt volgende behandelingen uitgevoerd in de praktijk van tandarts D., Statiestraat .., ... :

1

a) op 12 mei 2007: - extractie 21 euro 35

- plaatsen voorlopige plaatprothese euro 350

b) op 13 juli 2007: plaatsen implantaat met bindweefselent euro 750

c) mbt de kroon op het implantaat: (zie factuurnr. 08000023 van 05/0l/2008)

- op 14 juli 2007: voorlopige kroon op implantaat euro 200

- definitieve kroon op implant euro 800

- zirkonium abutment euro 350

- verwerking en andere kosten impl (schroeven, afdruklepels,...) euro 150

euro 2.635

2

Naar de toekomst toe mag er verwacht worden dat er om de 20 jaar een vernieuwing dient te

gebeuren van het implantaat + de kroon op het implantaat, maw puntje b) +c) = euro 2.250.

In acht genomen de leeftijd van de patiënt mag er dus rekening gehouden worden met 2

nieuwe voorzieningen, dus 2 x euro 2.250 = euro 4.500.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader kon niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoeker verklaart van geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen genieten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 8.197,50.

- volgens bestek van tandarts dr. A.S. Van R. (zie rubriek III) euro 7.135,00

- morele schade + aantasting fysische integriteit euro 1.000,00

- administratie- en verplaatsingskosten euro 62,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Zo kan zij zich bij de evaluatie van de morele schade baseren op haar eigen rechtspraak in analoge casussen.

Inzake de eventuele toekomstige schade merkt de Commissie op dat artikel 37 van de wet voorziet in de mogelijkheid om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan zou zijn.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo

euro 4.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 4.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 6 augustus 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.