- Decision of August 21, 2012

21/08/2012 - M12-1-0045/8697

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 29 februari 2004, na afloop van een carnavalstoet, ontstond enkele schermutselingen in een dansgelegenheid te ... . Verzoeker trachtte de gemoederen te bedaren maar kreeg plots een vuistslag in het gezicht.

Verzoeker kwam daardoor ten val en kwetste daarbij zijn rechterhand en rechterpink. Even verloor hij het bewustzijn.

Verzoeker wilde het eerst hierbij laten omdat hij dacht dat hij enkel een blauw oog had. Toen het letsel toch ernstiger bleek te zijn, bracht zijn zus hem naar huis. 's Anderendaags stelde de oogarts een flinke zwelling vast thv het rechteroog.

II. Vervolging

Aanvankelijk werd het strafdossier zonder gevolg geklasseerd. Er was een verdachte, de genaamde Romain Z., maar deze kon niet verhoord worden omdat hij als beroepsmilitair op buitenlandse missie vertoefde.

Op 13 juli 2005 ging verzoeker over tot rechtstreekse dagvaarding van de heer Z..

Bij vonnis dd. 28 juni 2010 verklaarde de rechtbank van eerste aanleg te ... Z. schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten en veroordeelde hem tot 2 jaar gevangenisstraf en tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 36.575 meer de intresten, stellingskosten ad euro 114,28 en een RPV van euro 2.000.

Beklaagde Z. tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis. Bij arrest dd. 28 september 2011 van het Hof van Beroep te ... werd de schuld van de beklaagde niet bewezen geacht en werd hij vrijgesproken.

Dit arrest bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. R. M. in zijn verslag van 30/09/2008:

" Betrokkene was op 29.02.2004 slachtoffer van de beschreven feiten, met oplopen van een stomp trauma thv het rechter oog, met een submaculaire bloeding en uiteindelijk een submaculair litteken met choroidale ruptuur met blijvende visusbeperking.

Er was tevens een rechter handfractuur - metacarpaal 5 - dewelke na behandeling en immobilisatie genas.

[...]

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 29/02/2004 t/m 29/07/2004

Tijdelijke invaliditeit

100% van 29/02/2004 t/m 31/03/2004

50% van 01/04/2004 t/m 30/04/2004

25% van 01/05/2004 t/m 17/02/2005

Consolidatiedatum: 18/02/2005

Blijvende invaliditeit: 23 %

Blijvende arbeidsongeschiktheid: 15 %

Esthetische schade: geen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De beklaagde werd in hoger beroep vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten maar deze komt niet tussen aangezien de beklaagde werd vrijgesproken..

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 114.275,06; bedrag dat hij in zijn synthesebesluiten voor het Hof van Beroep vorderde.

- administratiekosten euro 125,00

- medische kosten + verplaatsingskosten om medische reden euro 449,11

- TWO moreel euro 3.006,25

- B.I. moreel (23% x euro 1.925/2) euro 22.137,50

- BWO materieel/inkomstenverlies (kapitalisatiemethode) euro 67.941,95

- inkomstenverlies euro 1.530,62

- economische waarde huishoudelijke arbeid TWO euro 1.262,63

- economische waarde huishoudelijke arbeid BWO euro 17.822,01

" ONDERGESCHIKT

Indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat een forfaitaire begroting van de blijvende fysieke en arbeidsongeschiktheid dient te gebeuren:

Forfaitaire begroting van de materiële en morele schade vermengd.

15% arbeidsongeschiktheid en 23% invaliditeit/morele schade.

33 jaar op datum van consolidatie.

Blijvende arbeidsongeschiktheid aan 15%

- euro 1.925 x 15 euro 28.875,00

- euro 1.925 x 8/2 euro 7.700,00

Totaal euro 36.575,00 "

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Economisch verlies huishoudelijke arbeid' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Terzake het gevorderde hulpbedrag voor de blijvende invaliditeit merkt de Commissie op dat zij volgens een zeer constante rechtspraak op dit gebied een ‘hulp' (geen schadevergoeding) toekent volgens een vast tarief per punt en dus niet de kapitalisatie- en splitsingsmethode hanteert.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 40.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 40.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 augustus 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.