- Decision of August 21, 2012

21/08/2012 - M11-5-0565/8199

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 16 juli 2006 werd verzoeker in een café te ... geslagen door de heer Sven Z..

In het arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 15 april 2009 lezen we op blz. 3:

"Het betreft feiten tussen twee dronkaards. Bij het passeren geeft de burgerlijke partij X. aan beklaagde Z. een duw in de rug waardoor deze, naar eigen zeggen, vier passen voorwaarts diende te doen om zijn evenwicht niet te verliezen. Beklaagde Z. draait zich dan om en slaat de burgerlijke partij X. met zijn rechter vlakke hand op diens linker gelaatshelft. Z. erkent dat het een serieuze slag was. De burgerlijke partij X. komt ten val en loopt een ernstig hersenletsel op."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 4 september 2008 werd de heer Sven Z. vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten (gekwalificeerd als het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen aan de heer X., met blijvende ongeschiktheid tot gevolg). De rechtbank was van oordeel dat de toegebrachte slag gerechtvaardigd was door wettige zelfverdediging.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de burgerlijke partij X., alsook door het Openbaar Ministerie.

In haar arrest d.d. 15 april 2009 oordeelde het Hof van Beroep te ... dat er geen wettige zelfverdediging kon weerhouden worden in hoofde van de heer Z.. Wél diende volgens het Hof te worden aangenomen dat de door de beklaagde gegeven slag werd uitgelokt door de burgerlijke partij X. (diens aansprakelijkheid werd door het Hof bepaald op 3/4).

De heer Z. werd veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één maand en tot een geldboete van euro 143.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisionele som van euro 2.500 (1/4 van euro 10.000) meer intresten aan verzoeker. Tevens werd Dr. B. Van N. als deskundige aangesteld, met de gebruikelijke opdracht.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de heer Z. bij arrest d.d. 1 december 2010 veroordeeld tot betaling van de som van euro 92.393,86 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Na de feiten werd verzoeker overgebracht naar het Sint-Maartenziekenhuis te ..., waar hij aanvankelijk verbleef op de afdeling intensieve zorgen (er werd een hersenbloeding vastgesteld). Nadien verbleef verzoeker op de afdeling neurologie en vervolgens op de afdeling revalidatie (tot 2 oktober 2006).

Nadien ging hij voor verdere neuropsychologische revalidatie naar het C... (Centrum voor E. en P. stoornissen). De behandeling aldaar was ambulant en duurde van 2 oktober 2006 tot en met 20 augustus 2007.

Verzoeker kreeg sinds de feiten drie epileptische aanvallen.

Luidens het deskundig verslag van Dr. B. Van N. d.d. 16 december 2009 was verzoeker 100 % arbeidsongeschikt van 16 juli 2006 tot en met 31 december 2008.

Er is consolidatie op 1 januari 2009, met een blijvende invaliditeit van 85 % (belangrijke spraakstoornissen, motorische uitval rechts, moeilijkheden met lezen en schrijven) en een blijvende arbeidsongeschiktheid van 100 %.

De esthetische schade bedraagt 1 op de schaal van 7.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld arrest d.d. 1 december 2010 werd bij deurwaardersexploot d.d. 7 februari 2011 aan de heer Z. betekend, maar hierop volgde geen reactie. De kansen op verhaal jegens hem zijn nagenoeg onbestaande. Hij is sinds november 2007 in budgetbeheer bij het OCMW te ..., hij geniet een leefloon van euro 312,22 per maand en hij bezit geen voertuig noch onroerende goederen.

Luidens het verzoekschrift beschikte verzoeker ten tijde van de feiten niet over een familiale polis.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000, zijnde het wettelijk plafond.

In het verzoekschrift wordt de totale schade begroot op euro 99.511,28:

- hoofdsom cf. arrest d.d. 01.12.10: euro 92.393,86

- kosten en medische uitgaven: euro 1.906,40 (1/4de van euro 7.625,61)

- medische kosten na consolidatie: euro 14,40 (1/4de van euro 57,58)

- inkomstenverlies TAO: euro 4.552,36 (1/4de van euro 18.209,44)

- verlies economische waarde huishouden TAO: euro 1.376,59 (1/4de van euro 5.506,37)

- morele schade TAO: euro 5.737,25 (1/4de van euro 22.949,00)

hospital. van 16.07.06 tot 02.10.06: 79 d. x euro 31 = euro 2.449,00

100 % van 03.10.06 tot 31.12.08: 820 d. x euro 25 = euro 20.500,00

- inkomstenverlies tot arrest: euro 3.097,35 (1/4de van euro 12.389,39)

- inkomstenverlies vanaf arrest: euro 17.387,85 (1/4de van euro 69.551,41)

- morele schade BI (85 %): euro 17.531,25 (1/4de van euro 70.125,00)

85 x euro 1.650 per punt / 2 = euro 70.125

- verlies economische waarde huishouden tot arrest: euro 984,54 (1/4de van euro 3.938,38)

- verlies economische waarde huishouden vanaf arrest: euro 14.466,72 (1/4de van euro 57.866,91)

- hulp van derden tot arrest: euro 1.607,50 (1/4de van euro 6.430,00)

- hulp van derden vanaf arrest: euro 23.619,15 (1/4de van euro 94.476,60)

- esthetische schade (1/7): euro 112,50 (1/4de van euro 450,00)

- intresten: euro 5.229,08

- kosten deskundig onderzoek: euro 888,34

- rechtsplegingsvergoeding: euro 1.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Verlies economische waarde huishouden' en ‘hulp van derden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Hetzelfde geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

De gevraagde hulp voor de overige schadeposten kan naar het oordeel van de Commissie worden toegekend, zodat het uit te keren hulpbedrag begroot wordt op euro 52.227.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 52.227.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 augustus 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31 mei 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.