- Decision of August 21, 2012

21/08/2012 - M12-1-0038/8694

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In de nacht van 22 op 23 april 1997 ontstond er een woordenwisseling tussen verzoeker en zijn dronken ex-vriendin.

Zijn ex nam op een bepaald moment een metalen nachtlamp en sloeg hiermee verzoeker op het hoofd.

Verzoeker diende met de dienst 100 naar het ziekenhuis te worden gebracht.

II. Vervolging

Bij vonnis van de correctionele rechtbank te ... d.d. 19 januari 1998 werd de volgende tenlastelegging in hoofde van de genaamde Noëlla Z. (° 1951) bewezen geacht:

"beschuldigd van te ... op 23 april 1997,

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Gilbert, die voor deze hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge gehad hebben."

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd bij eindarrest dd. 13 november 2002 van het Hof van Beroep te ... Z. veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van

euro 25.756,54 meer de intresten.

Voormelde som was als volgt samengesteld:

- Dokters- en apothekerskosten: euro 268,54

- Tijdelijke werkonbekwaamheid moreel: euro 9.592,00

- Tijdelijke werkonbekwaamheid materieel (meerinspanning): euro 394,00

- Economisch verlies huisman: euro 4.252,00

- Blijvende werkonbekwaamheid: euro 11.250,00

III. Gevolgen van de feiten

Voorgeschiedenis:

Verzoeker was reeds voor de feiten van 23 april 1997 door het RIZIV als meer dan 66% arbeidsongeschikt beschouwd. Met goedkeuring van de adviserende geneesheer werd verzoeker nadien gerechtigd om 2 uur per dag te werken (arrest Hof van beroep te ... d.d. 13 november 2002).

Medische conclusies dr. H. M. op grond waarvan het Hof van Beroep zijn eindarrest dd. 13/11/2002 stoelde

"Betrokkene vertoont sinds de feiten op 23.04.97 door de slag op het hoofd een vestibulaire instabiliteit. Er bestaat drukkende hoofdpijn, soms schemerig zicht en draaierigheid bij plotse bewegingen van het hoofd. De hartklachten in de vorm van paroxismale tachycardie, extrasystolen en angor zijn toegenomen zodat betrokkene terug moest worden opgenomen. We kunnen ook besluiten en dit met grote zekerheid tot een gemaskeerde depressie.

De ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid bedraagt het ogenblik van de laatste expertisezitting (06.03.99) 15%. De schaal van ongeschiktheid vanaf het ogenblik van de feiten kan ex aequo et bono worden opgesteld.

De ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tengevolge van de feiten gebeurd op 23.04.97:

100% van 23.04.97 tot en met 30.06.98

75% van 01.07.98 tot en met 30.09.98

25% van 01.10.98 tot en met 30.11.98

15% van 01.12.98 tot en met 05.03.99

15% consolidatie op 06.03.99.

De morele schade kan worden bepaald als 4 op de schaal van 7 met inbegrip van de esthetische schade".

Huidige medische toestand: zie rubriek VI.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Gerechtsdeurwaarder Wilms stelde in een schrijven d.d. 4 september 2003 dat hij geen uitvoeringsmogelijkheden zag lastens Noëlla Z.. Betrokkene woonde in een sociaal huurappartement en de goederen die dit appartement stoffeerden waren eigendom van derden.

IV-2. Pas na de feiten heeft verzoeker een gezinspolis afgesloten. In die omstandigheden kon/kan hij er geen beroep op doen.

IV-3. Op 4 november 2003 legde verzoeker een verzoekschrift neer bij de Commissie tot het bekomen van een (hoofd)hulp van euro 37.714,96, zijnde de bij arrest toegekende hoofdsom van

euro 25.756,54, meer euro 2.500 ‘administratie en andere kosten', meer de intresten.

Bij beslissing dd. 12 juli 2004 oordeelde de eerste kamer van de Commissie als volgt:

" Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoeker vraagt een hulp van euro 2.500,00 voor «administratie en andere kosten». Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de eigenlijke gerechtskosten enerzijds en de erelonen en kostenstaten van de advocaten anderzijds. Erelonen van advocaten zijn niet opgenomen onder de post « kosten voor de burgerlijke partijstelling en/of procedurekosten» in de limitatieve lijst van artikel 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985.

Verder vraagt verzoeker een hulp voor de schadeposten « intresten », « meerinspanning » en «economische waarde huisman ». Deze schadeposten komen evenmin voor in de limitatieve opsomming van artikel 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985 en kunnen derhalve eveneens niet in aanmerking worden genomen door de Commissie.

Bij de begroting van de hulp houdt de Commissie rekening met de ernst van de feiten en de gevolgen ervan zoals deze onder meer blijken uit het verslag van dokter Maddens. De Commissie meent dan ook een hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 21.110,00. "

- Op 16 juli 2004 gaf het secretariaat van de Commissie aan de diensten van De Post opdracht tot betaling van euro 21.110 op het persoonlijk rekeningnummer van verzoeker.

V. Begroting van de gevraagde aanvullende hulp

Verzoeker vraagt thans om de toekenning van een aanvullende hulp van euro 40.000.

- morele schade BI (van 15% naar 25% consolidatie in 2008) euro 10.000

- medische kosten euro 30.000

VI. Medische staving van de aanvraag tot aanvullende hulp

Artikel 37, 1ste lid van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt: " De commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen, onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1. "

Verzoeker legt diverse medische attesten voor

Dr. E. Van M., huisarts, attesteert op 17/10/2011 dat zijn patiënt sedert 23/04/1997 " lijdt aan chronische hoofdpijn, die hem meer en meer hindert in het dagelijks functioneren. Daarom werd een nieuw neurologisch onderzoek aangeraden, uitgevoerd door dr. Vande G., Medisch Centrum ... .

Voor deze klachten consulteert hij regelmatig en moet hij chronisch medicatie nemen. "

Dr. L. Vande G., neurologie Regionaal Ziekenhuis te ..., attesteert op 23/11/2011:

" In 1997 heeft deze man een schedeltrauma doorgemaakt bij een vechtpartij. Sedertdien is hij blijven klagen van hoofdpijn.

Vooral de laatste heeft hij meer last van hoofdpijn. Deze hoofdpijn is drukkend, soms kloppend van karakter, en gaat gepaard met nausea en zwarte vlekken voor de ogen.

De laatste tijd zou hij ook vergeetachtiger geworden zijn.

[...]

Bespreking:

De klachten van deze man zijn van het posttraumatische type. Er zijn ook vasogene componenten aanwezig.

Ik heb hem daarom een aanvraag meegegeven voor de terugbetaling van Topamax. Wanneer hij de goedkeuring heeft, zal hij dan bij u komen en kan er gestart worden met 25 mg per dag, eventueel te verhogen tot 100 mg per dag.

Voor de vergeetachtigheid heb ik hem doorverwezen naar een psycholoog. Tevens heb ik een CT-scan van de schedel laten uitvoeren."

Dr. L. Vande G., neurologie Regionaal Ziekenhuis te ..., attesteert op 29/12/2011:

" Na het schedeltrauma dat hij destijds opliep is hij blijven klagen van hoofdpijn en concentratieproblemen.

Op 06/03/1999 kreeg hij hiervoor 15% invaliditeit.

Ondertussen zijn de klachten stilaan toegenomen.

In 2008 kan de consolidatie worden bepaald op minstens 25% en dit volgens artikel 542 d van de Officiële Belgische Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit. "

VII. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie komt na lezing van de voorgelegde medische verslagen en attesten tot de bevinding dat het oorzakelijk verband tussen de schadeverwekkende feiten van 15 jaar geleden en de huidige gezondheidsproblematiek, zowel fysiek als psychisch, waarmee verzoeker blijkt te kampen, niet op voldoende objectieve wijze onderzocht en eenduidig vastgesteld is, daarbij rekening houdend met de voorafbestaande toestand van verzoeker (66% arbeidsongeschikt vóór de feiten van 23 april 1997). Tevens verdient het aanbeveling om de bestendige invaliditeit voortspruitend uit de feiten van 23 april 1997 door een onafhankelijke orgaan te laten evalueren nu hieraan nog steeds geen exacte cijfermatige waarde is toebedeeld hoewel reeds in 2008 consolidatie zou zijn opgetreden.

In die omstandigheden acht de Commissie het raadzaam om de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst op grond van artikel 34bis van de Wet van 1 augustus 1985 te belasten met een specifiek medisch onderzoek dat in deze aangelegenheid voor meer duidelijkheid kan zorgen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

*

* *

Verklaart het verzoek ontvankelijk en beveelt, vooraleer ten gronde te oordelen, een medisch deskundigenonderzoek en belast de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst met de opdracht om, met inachtneming van de bepalingen van artikel 17 van het K.B. van 18 december 1986 en van artikel 979 van het Gerechtelijk Wetboek,

- kennis te nemen van het dossier;

- verzoeker Gilbert X. medisch te onderzoeken;

- de letsels, zowel fysiek als psychisch, te beschrijven waarmee verzoeker actueel geconfronteerd wordt en in hoever deze in rechtstreeks causaal verband staan met de op 22 april 1997 op hem gepleegde gewelddaden, inclusief de eventuele esthetische schade;

- de aard, de graad en de duur (periode) te bepalen van de invaliditeit die eventueel uit die letsels voortvloeit, tijdelijk of definitief,;

- de morele schade die hieruit resulteert en te bepalen of het slachtoffer nog verdere medische of psychologische begeleiding behoeft;

- de economische arbeidsongeschiktheid te bepalen indien ze vastgesteld wordt;

- van al deze bevindingen een schriftelijk en gemotiveerd verslag op te stellen en dit neer te leggen op het secretariaat van de Commissie binnen de vier maanden na kennisgeving van de opdracht.

Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 augustus 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een aanvullende hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.