- Decision of August 21, 2012

21/08/2012 - M10-5-0811/7541

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 22 december 2007 kwam verzoeker, in zijn hoedanigheid van politieagent, te ... tussenbeide in een gevecht tussen de heer Adem Z. (° 1989) en een andere persoon.

Bij de arrestatie van de heer Z., die zich hevig verzette, raakte verzoeker onder meer gewond in het aangezicht.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 5 oktober 2009 werd de heer Adem Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van slagen + plegen van weerspannigheid) bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes maanden en tot een geldboete van euro 1.100.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 2.591,50 meer intresten aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep als gevolg van de feiten een contusio en een hematoom op t.h.v. de linker oogkas, alsook schaafwonden over beide handruggen. Hij kloeg tevens over hoofdpijn en duizeligheid.

Dr. T. S., de huisarts van verzoeker, attesteerde een volledige arbeidsongeschiktheid van 22 december 2007 tot en met 7 januari 2008.

Luidens het medisch attest d.d. 2 januari 2008 van Dr. K. G., dermatoloog, vertoonde verzoeker een recidief van een spider (een huidafwijking op de huid bestaande uit kleine bloedvaatjes die uit een centraal punt, vaak een bultje, komen) onder het linker oog. Dit werd behandeld met laser op 26 februari 2008.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De kansen op verhaal tegenover de heer Z. zijn nagenoeg onbestaande; hij is ambtshalve geschrapt sedert 23 oktober 2009.

Gelet op de onbekende woon- of verblijfplaats van de heer Z., werd het sub II vermeld vonnis betekend aan de procureur des Konings te ... (exploot d.d. 12 maart 2010).

* De polis rechtsbijstand (Ethias) van de werkgever van verzoeker bevat in artikel 16 een waarborg ‘onvermogen van derden', die als volgt luidt:

"Ethias vergoedt, tot beloop van het bedrag voorzien in de speciale voorwaarden, de schade ondergaan door de verzekerden en rechtgevend op de waarborg "invorderingskosten", wanneer deze schade veroorzaakt is door een bij name gekende derde, onvermogend ingevolge proces-verbaal van gebrek aan baten.

Deze waarborg is niet van toepassing op de materiële schade voortvloeiend uit een opzettelijk feit.

De waarborg is van toepassing voor zover het onvermogen van de aansprakelijke derde is vastgesteld en de tussenkomst van een eventuele verzekeraar uitgesloten is. (...)."

Ethias keerde aan verzoeker een bedrag uit van euro 1.900,53 ( euro 281,85 voor de medische kosten + euro 1.618,68 als inkomensvervangende vergoeding voor de tijdelijke ongeschiktheid). Dit bedrag werd reeds in rekening gebracht bij de begroting van de gevraagde hulp (zie punt V).

In haar brief van 17 maart 2011 deelde Ethias mee geen tussenkomst te kunnen verlenen op grond van de waarborg ‘onvermogen van derden' omdat niet voldaan is aan de voorwaarde van een "bij name gekende derde, onvermogend ingevolge proces-verbaal van gebrek aan baten."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 3.323,35:

- morele schade: euro 250,00

- medische kosten: euro 360,95

- tijdelijke of blijvende invaliditeit: euro 2.830,53

- esthetische schade: euro 500,00

- procedurekosten: euro 450,00

- materiële kosten: euro 832,40

subtotaal: euro 5.223,88

tussenkomst Ethias: - euro 1.900,53

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Met betrekking tot de voorliggende zaak dient de Commissie vast te stellen dat uit het medisch attest van Dr. T. Stals een beperkte periode van tijdelijke arbeidsongeschikt blijkt, alsook dat er geen blijvende invaliditeit werd weerhouden.

Alle omstandigheden in acht genomen is de Commissie van oordeel dat niet voldaan is aan de wettelijke voorwaarde van een ernstige schade, waardoor het hulpverzoek moet worden afgewezen.

De Commissie wenst hierbij te benadrukken dat de afwijzing van het hulpverzoek geenszins een miskenning inhoudt van het leed dat verzoeker als gevolg van de hoger beschreven feiten ongetwijfeld heeft ondergaan.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 augustus 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 juli 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.