- Decision of September 11, 2012

11/09/2012 - M12-1-0288/8832

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker was samen met zijn 8-jarige dochter Tinka en een schoolvriendinnetje, Jelke, op vakantie te .... Op 5 juli 2010 nuttigden zij, na een uitstap naar P..., een maaltijd in restaurant-café P. N.. Verzoeker nam binnen plaats, terwijl Tinka en haar vriendinnetje Jelke buiten gingen spelen.

Op een bepaald ogenblik werden beide meisjes aangesproken door de genaamde Z. die hen meelokte onder het valse voorwendsel dat hij hen katjes wou tonen. Z. nam de kinderen onder dwang mee naar de lift van een nabijgelegen appartementsblok. Gelukkig roken de meisjes onraad en slaagde Tinka erin met haar voet de liftdeur te blokkeren zodoende dat Jelke kon ontsnappen en verzoeker kon waarschuwen.

Ondertussen betastte Z. Tinka onder haar bloesje en in haar broekje. Verzoeker en de aanwezigen in het café-restaurant schoten onmiddellijk in actie en snelden naar het appartementsgebouw. Mevrouw Y., de moeder van Tinka, begon luid te roepen onder aan de lift, terwijl verzoeker naar boven liep via de trap. De heer Z. moet dit gehoord hebben en liet Tinka hierop gaan. Hij vluchtte zelf weg.

Enkele dagen later kon hij echter worden gevat dankzij een adequate persoonsbeschrijving van de kinderen.

II. Vervolging

Bij beschikking dd. 22 februari 2011 besliste de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te ... tot internering van de genaamde Guido Z. (° 1972) wegens de volgende bewezen geachte tenlasteleggingen. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 3.000 aan verzoeker in eigen naam.

"A. Te ... op 5 juli 2010:

Bij inbreuk op artikel 428, §1 van het Strafwetboek, twee minderjarigen die de leeftijd van twaalf jaar niet hadden bereikt, te hebben ontvoerd,zelfs als de minderjarigen hun ontvoerder vrijwillig waren gevolgd, met name X. Tinka, geboren te ... op ../../2002 en...

[...]

C. Te ... op 5 juli 2010:

Bij inbreuk op de artikelen 372 lid 1, 374 en 378 van het Strafwetboek, aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, beneden de volle leeftijd van zestien jaar op het ogenblik van de feiten, met name op X. Tinka, geboren te ... op ../../2002, "

III. Gevolgen van de feiten

"Het is duidelijk dat verzoeker ernstige morele schade heeft. Hij is erg aangedaan door de feiten."

Verzoeker heeft bovendien bij het lopen op de trap in het appartementsgebouw, op zoek naar zijn dochter, zijn ligamenten gescheurd. Sinds de feiten heeft hij om deze redenen klachten aan de linker knie.

De gebeurtenissen hebben algemeen een grote weerslag op het gezin. Dokter A. attesteerde dienaangaande dat de oudere dochter Tineke lijdt onder de gebeurtenissen. Sinds de zomer kampt zij met recidiverende buikklachten en hoofdpijnklachten. Lichamelijk wordt hier geen duidelijke oorzaak voor gevonden waardoor het vermoeden van psychosomatiek steeds groter wordt. Om deze reden is verzoeker te rade gegaan bij een neuroloog, Dr. V. .

Uiteraard is er sprake van enorme schade bij Tinka zelf... " (zie verder inzake Tinka in dossier M12-1-0220).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De raadsman van de veroordeelde deelde op 08/06/2011 mee dat zijn cliënt geïnterneerd is en ingevolge totale insolvabiliteit niet in staat is om de burgerlijke partijen te vergoeden.

IV-2. Verzoeker q.q. heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij EUROMEX. De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel enkel van toepassing op ongevallen die onopzettelijk veroorzaakt worden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt in eigen naam om de toekenning van een hulp van euro 3.000 voor morele schade conform de beschikking van 22/02/2011.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 11 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 maart 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.