- Decision of September 18, 2012

18/09/2012 - M12-1-0302/8839

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker werd op 26 november 2006 omstreeks 13u 30 op het Tweebruggenplein te ... slachtoffer van slagen en verwondingen toegebracht door zekere Philippe Z..

Vonnis dd. 16/04/2011, f° 2:

" Blijkens het P.V. :

- ligt eiser tussen geparkeerde voertuigen op de grond als de verbalisanten ter plaatse komen. Hij heeft een bloedende hoofdwonde, en verkeert duidelijk in dronken toestand zodat hij nog amper zelfstandig op eigen benen kan staan;

- is tweede verweerder nog aanwezig, onder invloed van alcohol, doch niet in dronken toestand. Tweede verweerder verklaart gezien te hebben dat eiser een klop en een stamp kreeg, en verklaart dat hij die persoon verder heeft tegengehouden;

- was er een getuige : D. Peter die bevestigt dat eiser kloppen en schoppen gekregen heeft van de vriend van tweede verweerder) doch dat tweede verweerder er zich niet heeft mee gemoeid. Deze getuige is de vriend van eiser.

- Eerste verweerder werd opgegeven als dader, werd ondervraagd, maar wil niets vertellen.

- Wanneer eiser ondervraagd wordt na ontnuchtering, herinnert hij zich niets van de feiten.

Uit deze gegevens van het P.V. blijkt dat eiser geslagen is door een manspersoon, vermoedelijke vriend van tweede verweerder. "

II. Vervolging

Op 7 september 2008 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "onvoldoende bewijzen ".

Verzoeker liet vervolgens de verdachte dagvaarden voor de burgerlijke rechtbank.

Bij vonnis dd. 16 april 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ..., handelend in burgerlijke zaken werd geoordeeld dat de genaamde Philippe Z. (° 1967), verstekdoend, zich schuldig gemaakt had aan opzettelijke slagen ten nadele van verzoeker. Hij werd veroordeeld tot betaling aan verzoeker:

- euro 1,00 provisie voor medische kosten;

- euro 125,00 definitief voor morele schade

- euro 125,00 voor de rechtsplegingsvergoeding

Verzoeker tekende hoger beroep aan.

Bij arrest dd. 9 februari 2012 van het Hof van Beroep te ..., opnieuw bij verstek gewezen t.a.v. Z., werd het vonnis in die zin gewijzigd dat verzoeker een hoofdsom van euro 344,06 werd toegekend ( euro 194,06 medische kosten + euro 150 morele schade) meer de intresten en RPV's van

euro 125 (eerste aanleg) en euro 137,50 (hoger beroep).

III. Gevolgen van de feiten

Attest dr. Herman B., tandarts, dd. 04/06/2010:

" [...] verklaar dat Robin X. bij mij op consult geweest is op 29/11/2006 ter verzorging van afgebroken fronttanden als gevolg van slag.

De 11 was nog vitaal en te herstellen met hoek. Opbouw in composiet.

De 12 was door wortelbreuk niet meer te redden en is moeten worden geëxtraheerd. En vervangen door brugwerk.

Gebit van patiënt was in perfecte toestand vóór trauma.

De gescheurde en gezwollen lip was bewijs dat afgebroken stuk en gebroken wortel gevolg was van slag. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De veroordeelde is ambtshalve geschrapt en heeft geen gekende verblijfplaats in België noch in het buitenland.

Verzoeker heeft geen verzekering afgesloten die tussenkomst kan verlenen in de opgelopen schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 700,13:

- hoofdsom volgens arrest van 09/02/2012 euro 344,06

- intresten euro 93,57

- RPV's ( euro 125 + euro 137,50) euro 262,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 600.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 600.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 september 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 maart 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.