- Decision of September 26, 2012

26/09/2012 - M11-5-0768/8317

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 30 oktober 2010 kreeg verzoeker te ... een trap van de heer Mike Z. (° 1991), waardoor hij ten val kwam en zijn pols bezeerde.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 juni 2011 werd de heer Mike Z. wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (toebrengen van opzettelijke verwondingen of slagen met tijdelijke arbeidsongeschiktheid) veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar (waarvan 18 maanden effectief) en tot een geldboete van euro 5.500.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de definitieve sommen van euro 634,64 voor materiële schade en van euro 1 (symbolisch) voor morele schade.

III. Gevolgen van de feiten

Ter zitting van de Commissie d.d. 4 september 2012 deelde verzoeker mee dat hij als gevolg van de feiten één maand arbeidsongeschikt was. Hieromtrent liggen echter geen documenten voor.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoeker nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade.

Hij beschikt niet over een private verzekering.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 634,64, overeenstemmend met de schadevergoeding die hem bij vonnis d.d. 28 juni 2011 werd toegekend:

- diverse medische kosten: euro 107,04

- verplaatsingskosten: euro 13,60

- beschadigde lederen jas: euro 365,00

- gsm: euro 149,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Noch uit de aan de Commissie overgemaakte stukken noch uit de mondelinge toelichting door verzoeker verstrekt ter zitting van 4 september 2012 blijkt dat aan één van de hierboven genoemde criteria is voldaan.

Los daarvan wenst de Commissie aan te stippen dat als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

In die optiek komen de kosten voor de beschadigde gsm ( euro 149) niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Wanneer nu het bedrag van euro 149 afgetrokken wordt van het door verzoeker gevraagd hulpbedrag van euro 634,64, bekomt men euro 485,64. Welnu, dit bedrag ligt lager dan de minimumdrempel van euro 500, die bepaald wordt in artikel 33, § 2, van voornoemde wet: "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro."

Gelet op het bovenstaande ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek van verzoeker af te wijzen. De Commissie wenst hierbij wel te benadrukken dat deze afwijzing geenszins een miskenning inhoudt van het leed dat aan verzoeker ongetwijfeld werd toegebracht.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 juli 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.