- Decision of September 26, 2012

26/09/2012 - M10-5-1347/7840

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

De feiten deden zich voor in de Hulpgevangenis teochtend van 26 december 2009 werd verzoeker door zijn collega-cipier Lily Z. gevraagd om te gaan kijken in de douches daar zij deze als vrouw niet mag betreden. De heer Goran Z. weigerde uit de douches te komen en deed teken naar verzoeker dat hij diende te zwijgen. Hierop gaf hij met zijn rechtse vlakke hand een slag op de linkerkaak van verzoeker.

Toen verzoeker aangaf dat de heer Z. hiermee diende te stoppen, volgde een schermutseling waarbij verzoeker diverse vuistslagen in het aangezicht en stampen op het linkerbekken en de linkerknie kreeg.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 13 september 2010 werd de heer Goran Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van de sub I vermelde feiten bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zes maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 522,38 meer intresten en rechtsplegingsvergoeding aan verzoeker.

III. Gevolgen van de feiten

Luidens het medisch attest van Dr. W. S. d.d. 26 december 2009 liep verzoeker de volgende letsels op:

- haematoom schaafwonde Re orbita neuswortel +/- 4 cm op 1 cm;

- achterhoofd haematoom doorsnede 6 cm;

- distorsie Li duim met zwelling en duidelijke functiedaling;

- idem Re duim, zij het wat beperkter;

- onderaan Re zwelling op ¼ distaal pijnlijk praktisch rond ganse onderarm 2 cm breed.

Daarnaast nog meerdere lichtere schaafwonden en kneuzingen verspreid over het lichaam.

Verzoeker was volledig arbeidsongeschikt van 26 december 2009 tot en met 29 december 2009 (zie attest Dr. L. M., spoedarts AZ Sint-Elisabeth te ...).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de heer Z. zijn nagenoeg onbestaande. Aangezien hij zonder gekende woon- of verblijplaats is, kon het sub II vermeld vonnis niet aan hem betekend worden.

De arbeidsongevallenverzekeraar van verzoeker kwam tussen in dekking van het inkomstenverlies en van de medische kosten, met uitzondering van een bedrag van euro 22,38 (ziekenhuiskosten).

Verzoeker kon genieten van kosteloze rechtshulp.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 647,38 meer intresten, conform het vonnis d.d. 13 september 2010:

- morele schade: euro 500,00

- ziekenhuiskosten: euro 22,38

- rechtsplegingsvergoeding: euro 125,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Uit de overgemaakte stukken blijkt niet dat in hoofde van verzoeker aan één van de hierboven genoemde criteria is voldaan.

Los daarvan dient de aandacht gevestigd op het volgende:

* De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voormelde wet. Intresten worden hierin niet vermeld en vormen dus geen bestanddeel van de schade waarop de Commissie zich baseert bij het toekennen van een financiële hulp.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

* Wat de gevraagde hulp voor de rechtsplegingsvergoeding betreft, dient vastgesteld dat verzoeker heeft kunnen genieten van de juridische tweedelijnsbijstand.

Welnu, indien de rechtsplegingsvergoeding niet kan geïnd worden, wordt de advocaat vergoed via het puntensysteem in toepassing van artikel 508/19, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek.

Indien de Commissie toch nog een hulp voor de rechtsplegingsvergoeding zou toekennen, zou de Schatkist haar tussenkomst in het ereloon van de advocaat, berekend via het puntensysteem, kunnen terugvorderen.

Om die reden kan geen hulp toegekend worden voor de rechtsplegingsvergoeding.

Gelet op het bovenstaande ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek van verzoeker af te wijzen. De Commissie wenst hierbij wel te benadrukken dat deze afwijzing geenszins een miskenning inhoudt van het leed dat aan verzoeker ongetwijfeld werd toegebracht.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 september 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 december 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.