- Decision of October 2, 2012

02/10/2012 - M12-1-0387/8880

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Volgens het medisch deskundigenverslag:

" De feiten dateren van maandag 4-6-2007 omstreeks 18.10 uur in ...l op De S., voetbalveld, betrokkene is daar ondervoorzitter, de voetbalvelden zijn juist ingezaaid, twee jongeren waren daarop aan het voetballen, betrokkene heeft hen erop gewezen dat dit niet kon, betrokkene kreeg eerst een schoen naar hem toegeworpen, de andere is dan bij de heer X. gekomen en heeft hem een vuistslag gegeven op de kin, de tweede is op de heer X. gesprongen, uiteindelijk is de heer X. gevallen en dan kreeg hij stampen en door het stampen hebben ze de elleboog van de heer X. over gestampt, zijn GSM die op de grond gevallen was werd meegenomen en dan zijn ze gaan lopen.

Door' die GSM heeft men die kerels dan kunnen pakken. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 20 april 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Dimitri Z. (° 1989) en Timothy W. (° 1988), en waarvoor deze ieder veroordeeld werden tot een autonome werkstraf van 100 uren:

"Te ... op 4 juni 2007:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Charles, die voor deze hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge gehad hebben."

Op burgerlijk vlak werden Z. en W. bij zelfde vonnis solidair veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 7.981,62 meer euro 1 provisioneel voor hulp aan derden, meer de intresten.

- administratie en verplaatsingskosten euro 135,00

- medische kosten euro 472,10

- TWO moreel euro 2.542,50

- BAO + BI (4% x euro 867,63) euro 3.470,52

- esthetische schade (1,5/7) euro 750,00

- economische schade huishouden euro 611,50

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 18/05/2008:

De Heer X. Charles was het slachtoffer van een geweldpleging op 4-6-2007 en hij liep hierbij kneuzingen op en ook een fractuur van de linker elleboog.

Hiervoor werd er heelkundig ingegrepen op 6-6-2007 met ziekenhuisontslag op 8-6-2007 en gips gedurende één maand en twee weken strikte rust en dan mobilisatie.

Het osteosynthesemateriaal werd op 17-10-2007 heelkundig verwijderd onder lokale verdoving, dagkliniek, dit blijkt behoorlijk pijnlijk te zijn geweest.

Er kan geconsolideerd worden, er rest al bij al een goed herstel, krachtsvermindering en wat pijnlijkheid zijn aanvaardbaar,

er rest een operatielitteken, er kan een esthetische schade toegekend worden van 1,5 / 7 of miniem tot zeer licht,

ook een blijvende arbeidsongeschiktheid van 4 %.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID:

100% van 4-6-2007 tot en met 15-7-2007

50% van 16-7-2007 tot en met 31-7-2007

40% van 1-8-2007 tot en met 14-8-2007

30% van 15-8-2007 tot en met 31-8-2007

20% van 1-9-2007 tot en met 30-9-2007

15% van 1-10-2007 tot en met 31-10-2007

10% van 1-11-2007 tot en met 31-3-2008 (in deze periode nog een periode van 100% voor twee weken in verband met de wegname van het materiaal)

5% van 1-4-2008 tot en met 28-4-2008

CONSOLIDATIEDATUM: 29-4-2008

BLIJVENDE ARBEIDSONGESCHIKTHEID: 4 % ( VIER PROCENT)

ESTHETISCHE SCHADE: 1,5/7 OF MINIEM TOT ZEER LICHT,

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Verzoeker ontving tot 31/12/2011 vanwege de veroordeelden in totaal euro 2.231,94.

Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij LAR dewelke een clausule ‘onvermogen van derden' bevat.

De verzekeraar neemt volgend standpunt in (brief van 28/10/2011):"Jammer genoeg kunnen wij momenteel nog niet spreken over de insolvabiliteit van de derde. Hoe klein de afbetalingen ook zijn, er wordt wel degelijk betaald. "

Verzoeker merkt op "dat de afkortingen niet eens voldoende zijn om de lopende intresten te dekken!"

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 7.981,62 meer de intresten, conform het vonnis van 20/04/2009.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

‘Economische schade huishouden' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt bijgevolg evenmin in aanmerking voor een financiële hulp.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van een hulpbedrag rekening te houden met de door de verzoeker genoten afbetalingen door de veroordeelden ( euro 2.231,94 tot heden). Die afkortingen dienen volgens (de raadsman van) verzoeker "... eerst te worden aangerekend op de intresten en kosten. Gezien deze afkortingen niet eens toereikend zijn om deze te dekken, impliceert zulks dat tot op heden nog geen eurocent werd aangezuiverd op het gevorderde kapitaal. "

Voor de volledigheid merkt de Commissie op dat in strafzaken de afbetalingen door de schuldenaar eerst moeten worden toegerekend op de hoofdsom. De berekeningswijze van het verschuldigd saldo waarbij zowel telkens de laatste afbetaling in mindering gebracht wordt als de (nieuwe) gerechtelijke verwijlintresten bij opgeteld worden (zie faxbericht 09/08/2012 v/d instrumenterend gerechtsdeurwaarder) is derhalve niet correct: "De art. 1382 en 1383 B.W. worden geschonden door de rechter die, na veroordeling tot betaling van een hoofdsom plus compensatoire interest als vergoeding voor de geleden schade, beslist dat de reeds betaalde voorschotten eerst met de interest, waaronder de compensatoire interest, en daarna met de hoofdsom moeten worden verrekend (Art. 1254,1382 en 1383, B.W.) ". - Cass. (2e k.) AR P.03.0669.F, 22 oktober 2003

(B.L. / W.M.) Arr. Cass. 2003, afl. 10, 1942 en Cass. (1e k.) AR C.95.0110.N, 7 februari 1997 (Assuranties Groep Josi N.V. / Tulpin) Arr. Cass. 1997, 182) en "De regels betreffende de toerekening van betaling van de art. 1253 tot 1256 B.W. zijn niet van toepassing op een schuld die haar oorsprong vindt in een strafrechtelijk misdrijf." (Luik, (7e k.) 16 januari 2003, JT 2003, afl. 6094).

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en de regelmatige (geringe) afbetalingen door de veroordeelden, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 5.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 5.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 2 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 12 april 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.