- Decision of October 3, 2012

03/10/2012 - M60613/4839

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 19 augustus 2005 werd Nicky X. (° ../../1999), de zoon van verzoekster, seksueel misbruikt door de heer Z., een vriend des huizes die op het kind aan het babysitten was.

Bij haar thuiskomst bemerkte verzoekster dat zowel de heer Z. als Nicky met open broek zaten en dat het penisje van Nicky in erectie stond. Z. vertelde aan verzoekster dat hij het kind het litteken van een appendix operatie wilde tonen en dat zij er niets verkeerds van mocht denken.

Toen verzoekster haar zoontje nadien ondervroeg over de feiten, vertelde die dat hij van Z. zijn broek moest uitdoen en dat hij met de "flieter" van Z. moest spelen door een op- en neergaande beweging. Het zou niet de eerste keer zijn dat dit gebeurde. Tijdens een audiovisueel verhoor bevestigde Nicky wat hij eerder aan zijn moeder had verteld.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 29 maart 2006 werd de heer Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar (deels met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van vijf jaar).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een forfaitair bedrag van euro 350 meer intresten aan verzoekster (voor morele en materiële schade).

Blijkens een attest van de griffie bekwam dit vonnis kracht van gewijsde.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* De kansen op verhaal tegenover de heer Z. zijn nagenoeg onbestaande.

Uit een brief van het OCMW te ... d.d. 15 mei 2006 blijkt het volgende:

- het gezin van de heer Z. wordt door het OCMW begeleid op het vlak van budgettering en bemiddeling. Sedert begin april 2006 voert het OCMW ook het beheer over zijn inkomsten;

- dhr. Z. heeft een gehandicapte meerderjarige zoon en een werkloze dochter van 22 jaar;

- de heer Z. zelf beschikt over een bescheiden inkomen (invaliditeitsuitkering en kinderbijslag). Er zijn zeer zware vaste kosten en een omvangrijke schuldenlast;

- in die omstandigheden is het voor de heer Z. onmogelijk om verzoekster te vergoeden.

* Verzoekster verklaart dat zij ten tijde van de feiten niet beschikte over een familiale polis. Ook thans is dat niet het geval.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

In het initieel verzoekschrift werd om de toekenning gevraagd van een hulp van euro 350, overeenstemmend met het forfaitair bedrag (voor morele en materiële schade) dat aan verzoekster bij vonnis d.d. 29 maart 2006 werd toegekend.

Ter zitting van de Commissie d.d. 29 augustus 2012 deelde verzoekster mee dat ze de kosten van expertise van Dr. D. ( euro 750) heeft moeten betalen.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp van euro 1.000 te kunnen toekennen voor de morele schade en de expertisekosten.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 juni 2006, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.