- Decision of October 3, 2012

03/10/2012 - M11-5-0224/8018

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op bladzijde 5 van het arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 2 maart 2010 staat het volgende te lezen:

"De beklaagde Z. Mohamed heeft op 27 november 2006, gedurende zijn detentie in strafuitvoering in de gevangenis te ..., tijdens de wandeling een messteek toegediend aan X. Joeri. Deze laatste werd geraakt ter hoogte van de hals (met duidelijk bloedverlies tot gevolg) en er werd tevens een schaafwonde ter hoogte van de dij vastgesteld. X. Joeri zakte hierna door de benen en werd overgebracht naar het AZ te ... alwaar de steekwonde ter hoogte van de nek gehecht werd. Er volgde geen hospitalisatie.

Z. Mohamed heeft zijn daad goed voorbereid: hij nam het mes vanuit zijn cel mee, scheurde een stuk stof af van een handdoek op zijn cel om rond het heft te wikkelen en begaf zich aldus gewapend op wandeling. Hij pleegde de feiten bovendien onder het afdak, uit het zicht van de wachttoren, zonder zich ook maar iets aan te trekken van de onvermijdelijke aanwezigheid van talrijke getuigen."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 19 november 2009 werd de heer Mohamed Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als poging tot doodslag) veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van drie jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 6.000 meer intresten aan verzoeker.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 2 maart 2010 werden de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten geherkwalificeerd als "met voorbedachten rade opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Joeri, die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad". Uit hoofde van die tenlastelegging werd de beklaagde veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 23.362,50 meer intresten aan verzoeker.

De beklaagde stelde nog cassatieberoep in tegen het arrest, maar dit werd verworpen.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker liep een steekwonde op t.h.v. de nek, alsook een schaafwonde t.h.v. de dij.

Hij werd overgebracht naar het AZ Sint-Jan te ..., alwaar de wonde t.h.v. de nek werd gehecht. Na verzorging kon verzoeker terugkeren naar de gevangenis.

In zijn deskundig verslag d.d. 27 april 2009 weerhoudt Dr. Philippe M. (aangesteld bij vonnis d.d. 9 oktober 2008) de volgende periodes en graden van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

a) van 27.11.06 t.e.m. 27.01.07:

* fysisch:

10 % i.v.m. neuralgie van een perifere gevoelszenuw

10 % i.v.m. litteken van 1 cm t.h.v. de nek (1 op de schaal van 7)

50 % voor angstsyndroom met ernstige weerslag op het sociaal leven

* economisch: 100 %

b) van 28.01.07 t.e.m. 28.01.08:

* fysisch en economisch:

5 % i.v.m. neuralgie

2 % i.v.m. litteken

25 % voor angstsyndroom

Vanaf de consolidatie (28 januari 2008) is er een blijvende arbeidsongeschiktheid (fysisch en economisch) van: 5 % i.v.m. neuralgie

1 % i.v.m. litteken

15 % voor angstsyndroom

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven (e-mail) d.d. 13 juli 2010 deelt de raadsman van de heer Z. mee dat zijn cliënt, mede gelet op diens detentie, volstrekt insolvabel is. In die omstandigheden zijn er geen uitvoeringsmogelijkheden lastens hem.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 23.362,50 meer intresten, overeenstemmend met de schadevergoeding die hem bij arrest d.d. 2 maart 2010 werd toegekend:

- morele schade TAO: euro 3.987,50

70 % van 27.11.06 t.e.m. 27.01.07 : 61 d. x euro 17,50 = euro 1.067,50

32 % van 28.01.07 t.e.m. 28.01.08 : 365 d. x euro 8 = euro 2.920,00

- morele schade BAO: euro 18.375,00

21 % x euro 1.750 per punt / 2 (moreel)

- materiële schade BAO (ex aequo et bono): euro 1.000,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet.

Intresten zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Artikel 33 § 1, eerste lid, van de wet bepaalt uitdrukkelijk dat de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoeker heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een hulpbedrag van euro 10.000 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 1 maart 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.