- Decision of October 11, 2012

11/10/2012 - M11-3-0104/7955

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten en kwalificatie

Uit het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 8 december 2008:

"Op 4 oktober 2006 wordt het zakenkantoor Leo De S. te ... overvallen door drie gewapende mannen. Twee van hen bedreigen de bedienden en de klanten met een vuurwapen; de derde hanteert een wapenstok. Ze gaan aan de haal met een grote geldsom en de porte-feuille met inhoud van een bediende."

- Kwalificatie ten aanzien van:

1. Mohamed Z.

2. Mohamed W.

3. Khalid V.

"hetzij de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd.

a. Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van zakenkantoor N.V. De S.

euro 20.000 en vier reservesleutels die hen niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben, de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen, de schuldigen om de diefstal te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren, gebruik gemaakt hebbende van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig, wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldigen hebbende doen geloven dat zij gewapend waren, het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische onge-schiktheid ten gevolge gehad hebbend.

b. ten nadele van Y. Annie, een portefeuille met inhoud."

II. Vervolging

De daders werden bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 8 december 2008 veroordeeld als volgt:

- eerste beklaagde Mohamed Z.: een gevangenisstraf van 4 jaar;

- tweede beklaagde Mohamed W.: een gevangenisstraf van 3 jaar; met uitstel voor 5 jaar, uitgezonderd 1 jaar effectieve gevangenisstraf;

- vierde beklaagde Khalid V.: een autonome werkstraf van 240 uren

Op burgerlijk gebied werden zij solidair veroordeeld om de volgende bedragen te betalen:

- aan Brigitte X.: - morele schade euro 15.248,81

- RPV euro 1.100,00

- aan Annie Y.: - morele en materiële schade euro 2.644,33

- RPV euro 650,00

- aan Leo De S.: - morele en materiële schade euro 3.760,92

- RPV euro 650,00

- aan Annelies A.: - morele schade euro 14.443,00

- RPV euro 1.100,00

- aan Bruce B.: - morele schade euro 1,00

Enkel Z. tekende hoger beroep aan tegen de uitspraak.

Bovenvermeld vonnis werd (op burgerlijk gebied) bevestigd bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 9 april 2009. Z. werd bijkomend veroordeeld tot betaling van de RPV.

Door Mohamed Z. werd op 14 april 2009 beroep in cassatie aangetekend tegen alle beschikkingen van het arrest.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Met betrekking tot de daders

- Mohamed Z.: verblijft in de gevangenis te .... Hij bezit geen onroerend goed

- Mohamed W. betrekt een appartement gelegen in een middelmatige buurt. Hij is in schuldbemiddeling; de waarde van de in beslag genomen goederen is onvoldoende om de kosten van een eventuele verkoop te dekken. Hij leeft nog steeds van een uitkering en is gekend zonder onroerend bezit. Uit een gerechtsdeurwaardersattest ter zitting neergelegd blijkt dat hij zich thans in de gevangenis bevindt.

- Khalid V.: het pand waar betrokkene officieel ingeschreven is betreft een verarmd appartementje. Hij bezit geen voertuig. Hij werd opgeroepen voor de Arbeidsrechtbank te ... d.d. 14 maart 2011 i.v.m. collectieve schuldenregeling.

- Verzoeker is gedekt door de arbeidsongevallenverzekeraar: Providis rechtsbijstand

IV. Gevolgen van de feiten voor verzoeker

Hierover werd niets medegedeeld.

V. Begroting van de gevraagde hulp

- Bruce B.:

- morele schade euro 500,00 ex aequo et bono

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daders zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoeker vraagt euro 500 ex aequo et bono.

2. De Commissie stelt vast dat verzoeker geen ernstig letsel, zoals voorzien in artikel 31 van de wet van 1 augustus 1985, heeft opgelopen. Er werd geen enkel bewijsstuk overgemaakt waaruit blijkt dat hij enige schade heeft geleden.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 11 oktober 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 januari 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.