- Decision of October 17, 2012

17/10/2012 - M12-1-05059/8706

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Jesse X., de minderjarige zoon van verzoekster, werd tussen 1 juli en 31 augustus 2010 op 12-jarige leeftijd herhaaldelijk verkracht en aangerand in de eerbaarheid door zijn grootvader.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 18 januari 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Julien Z. (° 1936) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 5 jaar effectieve gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ..., herhaaldelijk in de periode van 01.07.2010 t/m 31.08.2010:

A. De misdaad die beschouwd wordt als zijnde verkrachting met behulp van geweld, gepleegd te hebben, door een daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van tien jaar dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt,

namelijk op X. Jesse, geboren op ../../1998

met de omstandigheid dat de schuldige gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoonde en over het slachtoffer gezag had.

B. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten,

namelijk op de persoon van X. Jesse, geboren op ../../1998,

de aanranding bestaande van zodra er een begin van uitvoering is,

met de omstandigheid dat de schuldige gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoonde en over het slachtoffer gezag had."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan:

- Johnny V. (stiefvader v/h slachtoffer) euro 3.500 moreel + euro 312,50 als RPV

- verzoekster in eigen naam: euro 3.500 moreel + euro 312,50 als RPV

- verzoekster q.q. Jesse X.: euro 7.500 morele schade

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder stelde op 25 juli 2011 een attest van onvermogen op: ten laste van de veroordeelde zijn geen roerende uitvoeringsmogelijkheden aanwezig.

III-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt in eigen naam om de toekenning van een hulp van euro 3.500 meer de intresten, meer een RPV van euro 312,50, zijnde de bedragen toegekend bij vonnis van 18/01/2011.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 3, van de wet van 1 augustus 1985:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° de procedurekosten.

De door verzoekster gevraagde post ‘intresten' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 1.500, therapiekosten en RPV inbegrepen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 23 januari 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.