- Decision of October 30, 2012

30/10/2012 - M10-5-0416/7336

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In het vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 18 december 2009 worden de feiten als volgt beschreven:

"Op 27 december 2008 gaat X. bij de politie klacht neerleggen tegen haar gewezen vriend, huidige beklaagde [Lucien Z. ° 1972], die zij via chat leerde kennen toen zij 17 jaar oud was.

In een later verhoor vertelt zij op zeer gedetailleerde wijze wat haar gedurende de vier maanden durende relatie met beklaagde allemaal is overkomen:

- hoe zij op mensonterende wijze door hem werd behandeld, hoe hij haar manipuleerde en intimideerde en haar totaal isoleerde van familie en vriendinnen, zodat hij haar totaal in zijn macht had;

- hoe hij haar dwong tot verregaande zelfs perverse seksuele handelingen en haar kleineerde en psychisch en fysiek pijnigde.

Nadat zij de relatie met behulp van haar ouders had kunnen verbreken, was zij totaal ontredderd en lichamelijk helemaal ontregeld omwille van het feit dat zij van beklaagde 's nachts diende te leven.

Hij liet uitschijnen een grote erfenis te verwachten, maar vroeg in afwachting van de uitbetaling herhaaldelijk om leningen en voorschotten, zodat op korte tijd haar spaarrekening volledig werd leeggeplunderd. Hij sloot ook zonder haar medeweten een contract voor een telenet installatie op haar naam.

Bovendien was hij dusdanig dominant dat hij haar ertoe kon brengen bij haar grootvader op kerstavond omwille van een smoes een bedrag te ontlenen van 400 euro."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 18 december 2009 werd de heer Lucien Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als verkrachting en onmenselijke behandeling), veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vijf jaar en tot een geldboete van euro 550.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisionele schadevergoeding (materieel-moreel vermengd) van euro 10.000 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

In de nota burgerlijke partijstelling staat het volgende te lezen:

"Het spreekt voor zich dat de door beklaagde gepleegde feiten aan de burgerlijke partij aanzienlijke schade hebben veroorzaakt.

Mevrouw X. was en is zeer sterk onder de indruk van de gebeurtenissen die haar overkomen zijn.

(...)

Bovendien is hic et nunc nog niet geweten welke trauma's X. heeft opgelopen, noch wat de mogelijke gevolgen zijn op lange termijn.

X. vraagt dan ook over te gaan tot aanstelling van een geneesheer-deskundige."

De door verzoekster gevorderde aanstelling van een deskundige werd door de rechtbank afgewezen omdat "de vordering niet gesteund wordt door enig bewijsstuk".

Teneinde de door verzoekster opgelopen schade vast te stellen, werd aan de Gerechtelijk-geneeskundige dienst (G.G.D.) de opdracht gegeven om verzoekster medisch te onderzoeken.

De G.G.D. liet zich adviseren door Dr. C. D., die in zijn psychiatrisch verslag d.d. 22 juli 2011 het volgend besluit formuleerde: "geen omschreven psychiatrische stoornis, bij een vrouw zonder persoonlijkheidsstoornis, maar wel met enkele borderline trekken."

In het verslag van de G.G.D., neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 oktober 2011, worden de volgende graden en periodes van tijdelijke invaliditeit bepaald:

35 % van 01.09.08 t.e.m. 31.12.08

25 % van 01.01.09 t.e.m. 28.02.09

15 % van 01.03.09 t.e.m. 30.04.09

10 % van 01.05.09 t.e.m. 30.06.09

5 % van 01.07.09 t.e.m. 31.08.09.

Wegens het ontbreken van een psychiatrische stoornis wordt er geen blijvende schade (invaliditeit of arbeidsongeschiktheid) weerhouden.

Ter zitting van de Commissie d.d. 10 oktober 2012 werd meegedeeld dat de psychische problemen van verzoekster thans opnieuw zijn toegenomen, gelet op het feit dat het strafeinde van de heer Z. in zicht komt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Het sub II vermeld vonnis d.d. 18 december 2009 werd bij deurwaardersexploot d.d. 24 maart 2010 betekend aan de heer Z., maar hierop volgde geen reactie.

In zijn schrijven d.d. 18 mei 2010 deelt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder mee dat de heer Z. totaal insolvabel is (hij is ambtelijk geschrapt, verblijft in de gevangenis en bezit geen onroerend goed).

* (De ouders van) verzoekster beschikten ten tijde van de feiten over een rechtsbijstandsverzekering (Euromex), maar de daarin opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is slechts van toepassing indien het gaat om een verkeersongeval.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 13.873,03:

- materiële schade: euro 10.114,50

- leegmaken spaarrekening: euro 7.316,75

- stukken m.b.t. BASE: euro 944,54

- stukken m.b.t. Telenet: euro 353,21

- stukken m.b.t. Cetelem: euro 1.500,00

- morele schade TAO: euro 1.895,00

35 % van 01.09.08 t.e.m. 31.12.08 : 122 d. x euro 8,75 = euro 1.067,50

25 % van 01.01.09 t.e.m. 28.02.09 : 59 d. x euro 6,25 = euro 368,75

15 % van 01.03.09 t.e.m. 30.04.09 : 61 d. x euro 3,75 = euro 228,75

10 % van 01.05.09 t.e.m. 30.06.09 : 61 d. x euro 2,50 = euro 152,50

5 % van 01.07.09 t.e.m. 31.08.09 : 62 d. x euro 1,25 = euro 77,50

- verlies economische waarde huishoudelijke arbeid: euro 464,25

- intresten: euro 299,28

- rechtsplegingsvergoeding: euro 1.100,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Verlies economische waarde huishoudelijke arbeid' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de gevraagde hulp voor de materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

In het licht van die rechtspraak komen de door verzoekster gemaakte kosten voor het leegmaken van de spaarrekening e.d. niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

Voor de rechtsplegingsvergoeding meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen, nu de procedurekosten in principe ten laste worden genomen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

Bij de beoordeling van de morele schade houdt de Commissie rekening met:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten (gekwalificeerd als verkrachting en onmenselijke behandeling);

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de psychische gevolgen voor verzoekster, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt;

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik.

Gelet op die omstandigheden kent de Commissie in billijkheid een hulp toe van euro 11.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 11.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 30 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 april 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.