- Decision of November 13, 2012

13/11/2012 - M11-5-0821/8349

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 14 augustus 2009 werd verzoekster in het zwembadcomplex "De T." te ... aangerand door de heer Omar Z. (° 1983), een man die haar geheel onbekend was. Luidens het verzoekschrift ging het meer bepaald om "betasten van de borsten boven het bovenstukje van de bikini en van de vagina boven de broek."

De specifieke omstandigheden van de feiten werden door de raadsman van verzoekster nader toegelicht ter zitting van de Commissie d.d. 18 oktober 2012.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 23 maart 2010 werd de heer Omar Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden (met gewoon uitstel gedurende een termijn van drie jaar).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de provisionele som van euro 1 aan de heer Freddy X. q.q. zijn minderjarige dochter Maura.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie tegen hem.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 21 oktober 2010 werd het bestreden vonnis bevestigd op strafgebied.

Op burgerlijk gebied werd aan de heer Freddy X. q.q. Maura een provisie van euro 500 op alle morele en materiële schade toegekend. Terzake staat in het arrest het volgende te lezen:

"Spijts de door de burgerlijke partij neergelegde attesten van huisarts Els P. (d.d. 12/1/2010 en 15/9/2010) is het Hof van oordeel dat het aanstellen van een geneesheer-deskundige zich thans nog niet opdringt. Wanneer de burgerlijke partij beweert dat er op heden nog geen consolidatie is, dan moet het Hof toch vaststellen dat, hoewel het misdrijf reeds dateert van 14/8/2009, er geen enkel bewijs voorligt van enige behandeling van Maura X. met betrekking tot de beweerdelijke nog bestaande psychische en emotionele klachten en dit door een psychiater of psycholoog.

In die omstandigheden is het Hof van oordeel dat op heden zeker de mogelijkheid bestaat dat er wel reeds een consolidatie plaatsgreep, temeer de feiten - hoewel ten zeerste verwerpelijk - niet van zulkdanige ernstige aard waren dat ze bij ieder normaal reagerend slachtoffer zware trauma's moeten teweegbrengen.

In afwachting van eventuele nadere gegevens omtrent de aard en de ernst van de psychische letsels wordt ex aequo et bono thans aan deze burgerlijke partij een provisie toegekend van 500,00 euro."

Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld.

III. Gevolgen van de feiten

In haar medische attesten d.d. 12 januari 2010 en 15 september 2010 verklaart huisarts Dr. Els P. dat verzoekster als gevolg van de zedenfeiten emotionele en psychische last ondervindt (angstig, vermijdingsgedrag, slaapstoornissen, relationele problemen, enz.).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

* Uit het schrijven van gerechtsdeurwaarderskantoor G. d.d. 3 juni 2011 blijkt dat de heer Z. compleet insolvabel is en dat er bijgevolg geen uitvoeringsmogelijkheden zijn.

De raadsman van verzoekster deelde mee dat het in die omstandigheden zinloos is om de burgerlijke procedure te activeren.

* Verzoekster beschikt over een verzekering rechtsbijstand (LAR), maar de in de polis opgenomen waarborg ‘onvermogen van derden' is niet van toepassing indien de lichamelijke schade voortvloeit uit een zedenfeit.

V. Begroting van de gevraagde hulp

In het initieel verzoekschrift werd om de toekenning gevraagd van een hulp van euro 1.500 voor de morele schade.

Ter zitting d.d. 18 oktober 2012 verklaarde de raadsman van verzoekster zich namens zijn cliënte te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het bedrag van de gevraagde hulp.

VI. Beoordeling door de Commissie

A. Ontvankelijkheid

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 21 oktober 2010 werd aan de heer Freddy X. q.q. Maura een provisie van euro 500 toegekend en werd de zaak voor verdere behandeling onbepaald uitgesteld.

De raadsman van verzoekster deelde mee dat het, gelet op de insolvabiliteit van de heer Z., zinloos is om de burgerlijke procedure te activeren.

De Commissie is van oordeel dat toepassing kan gemaakt worden van artikel 31bis, § 1, 6°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

"Wanneer de verzoeker door omstandigheden volledig buiten zijn wil om geen klacht kon indienen, de hoedanigheid van benadeelde partij niet kon aannemen, zich geen burgerlijke partij kon stellen, geen vordering kon instellen of geen vonnis kon bekomen of wanneer het instellen van een vordering of het bekomen van een vonnis gelet op de insolvabiliteit van de dader kennelijk onredelijk lijkt, kan de commissie oordelen dat de door de verzoeker aangehaalde redenen voldoende zijn om hem te ontslaan van de in 3° en 4° voorziene voorwaarden."

De in artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet bedoelde voorwaarde luidt als volgt:

"Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank. (...)."

In die omstandigheden is het verzoekschrift ontvankelijk.

B. Ten gronde

Bij de beoordeling van het voorliggend hulpverzoek houdt de Commissie rekening met:

- de aard en de ernst van de feiten, alsook de specifieke omstandigheden waarin ze zich hebben voorgedaan (zoals nader toegelicht ter zitting);

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de psychische gevolgen voor verzoekster, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de raadsman van verzoekster (uit de toelichting blijkt dat verzoekster het opgelopen trauma nog steeds niet volledig heeft verwerkt);

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

Gelet op die omstandigheden meent de Commissie in billijkheid een hulp van euro 3.500 te kunnen toekennen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 3.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 november 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 28 juli 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.