- Decision of November 13, 2012

13/11/2012 - M90767/6844

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 26 december 2008 werd verzoeker, werkend als taxichauffeur bij D.-taxibedrijf te ..., opgeroepen om een klant op te halen. Deze klant (de heer Matthew Z.) nam plaats op de passagierszetel.

In de Esdoornlaan te ... vroeg de klant om te stoppen. Plots begon de heer Z. messteken toe te brengen aan verzoeker en vroeg hij diens geld. Verzoeker kreeg in totaal zeven messteken in de borst en de halsstreek. De heer Z. ontvreemdde ook de gsm en de portefeuille (met daarin euro 180) van verzoeker.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 21 april 2009 werd de heer Matthew Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens poging tot doodslag en diefstal met geweld ten nadele van verzoeker veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 40 maanden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 4.000 meer intresten aan verzoeker. Tevens werd aan Dr. G. V. opdracht gegeven om de fysische letsels en aan psychiater J. B. om de psychische letsels van verzoeker te beschrijven.

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de heer Z. bij vonnis d.d. 6 februari 2012 veroordeeld tot betaling van de som van euro 30.538,75 meer intresten aan verzoeker.

Tegen voornoemde vonnissen werd geen hoger beroep aangetekend.

III. Gevolgen van de feiten

A. Fysiek

Verzoeker liep als gevolg van de feiten zeven steekwonden op, verspreid in het bovenste deel van de borststreek en aan de basis van de rechter hals. Eén steekwonde reikte tot juist boven en voor het hart en tot tegenaan de grote thoracale slagader, een andere steekwonden reikte tot op het borstbeen.

Verzoeker werd overgebracht naar het AZ D... te ....

In zijn deskundig verslag d.d. 18 juli 2011 weerhoudt Dr. G. V. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid (als gevolg van de fysieke letsels):

100 % van 26.12.08 t.e.m. 25.02.09

40 % van 26.02.09 t.e.m. 13.03.09

20 % van 14.03.09 t.e.m. 25.03.09

7 % van 26.03.09 t.e.m. 25.04.09.

Er is consolidatie op 26 april 2009 met een blijvende invaliditeit van 3 %, zonder economische weerslag.

De esthetische schade bedraagt 2 op de schaal van 7 (diverse littekens t.h.v. borst en hals).

B. Psychisch

Luidens het deskundig psychiatrisch verslag van Dr. J. B. d.d. 27 augustus 2010 ontwikkelde verzoeker een matige chronische posttraumatische stressstoornis met angstige en depressieve componenten.

Er waren twee psychiatrische opnames nodig van telkens zes weken. Tussendoor en nadien ging verzoeker op regelmatig psychatrisch consult. Na het onderzoek door Dr. J. B. (14 april 2010) werd verzoeker nog gehospitaliseerd van 9 juli 2010 tot en met 16 juli 2010. Hij volgde ook nog in het psychiatrisch dagziekenhuis therapie van 25 oktober 2010 tot en met 7 januari 2011.

Verzoeker was volledig arbeidsongeschikt van 26 december 2008 (dag van de feiten) tot en met 31 januari 2010 (na de tweede psychiatrische opname). Vanaf 1 februari 2010 bepaalt de deskundige een blijvende ongeschiktheid van 12 à 15 %.

De deskundige meent dat verzoeker best nog een hele tijd (zeker tot eind 2010) begeleid wordt door zijn behandelende psychiater.

C. Professioneel

Na de feiten werd verzoeker ontslagen bij het D.-taxibedrijf te .... Hij volgde via de VDAB dactylolessen in avondschool, maar onderbrak dit ingevolge zijn depressie. Hij is thans ten laste van de mutualiteit.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Aangezien de feiten een arbeidsongeval betreffen, werden de medische kosten en het loonverlies reeds grotendeels vergoed.

In zijn schrijven d.d. 30 juli 2012 deelde de raadsman van verzoeker mee dat de procedurekosten niet betaald werden door de arbeidsongevallenverzekeraar, gezien het om een procedure gemeen recht ging.

In het schrijven van rechtsbijstandsverzekeraar Audi d.d. 7 augustus 2012 staat het volgende te lezen:

"De waarborg "vergoeding bij onvermogen van derden" bepaalt dat het vergoedingsbedrag van maximaal 10.000 euro verminderd moet worden met alle uitkeringen die verzekerde uit hoofde van het schadegeval heeft ontvangen of moet ontvangen van enige andere persoon, verzekeraar of instelling.

Daar verzekerde de verwondingen heeft opgelopen tijdens de uitoefening van zijn werk, dient de wetsverzekeraar tussenkomst te verlenen voor het inkomstenverlies, de medische onkosten en de vergoeding voor het percentage blijvende werkongeschiktheid. Dit bedrag overtreft de voorziene eerste schadeschijf van 10.000 euro, waardoor er geen beroep meer gedaan kan worden op de waarborg "onvermogen van derden"."

Gerechtsdeurwaarder A. W. ging over tot een poging tot gedwongen uitvoering tegen de heer Z., maar per brief van 7 augustus 2009 stuurde hij het dossier terug bij gebrek aan verdere uitvoerings- en invorderingsmogelijkheden gezien betrokkene in de gevangenis te ... verblijft (blijkens een uittreksel uit het rijksregister d.d. 30 juli 2012 is dit nog steeds het geval).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 35.191,25 meer intresten:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 06.02.2012: euro 30.538,75

- materiële schade: euro 759,00

- ontvreemde gsm + geld: euro 280,00

- kledijschade: euro 375,00

- administratiekosten: euro 80,00

- verplaatsingskosten naar Dr. Baeke: euro 24,00

- morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid: euro 10.037,00

hospital. 26.12.08 - 27.12.08 : 2 d. x euro 31 = euro 62,00

100 % van 29.12.08 t.e.m. 31.01.10 : 399 d. x euro 25 = euro 9.975,00

- materiële schade huisman: euro 5.000,00

- morele schade blijvende ongeschiktheid: euro 14.742,75

16,5 % (*) x euro 1.787 per punt / 2

- expertisekosten: euro 3.552,50

- rechtsplegingsvergoeding: euro 1.100,00

(*) Dr. B. bepaalde een blijvende psychische ongeschiktheid van 12 à 15 %, hetzij gemiddeld 13,50 %. Dr. Van P. weerhield een blijvende fysieke invaliditeit van 3 %.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie wenst te benadrukken dat ze geen integrale schadeloosstelling verzekert. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Materiële schade huisman' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet in aanmerking komen voor een financiële hulp. De Commissie is van oordeel dat het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, niet van toepassing is in het stelsel van financiële hulpverlening aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. De schuldenaar van de toegekende hulp, met name de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Bovendien brengt ook in het gemeen recht de toepassing van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek niet mee dat de intresten automatisch verschuldigd zijn, vermits zij moeten gevraagd of gevorderd worden door het slachtoffer en de rechter ze niet mag toekennen wanneer een dergelijke vraag of vordering ontbreekt.

De Raad van State heeft zich in een uitvoerig gemotiveerd arrest bij de stellingname van de Commissie aangesloten (arrest nr. 165.787 van 12 december 2006).

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 759 voor materiële schade dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen (in casu de ontvreemde gsm en geld ten bedrage van euro 280) vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking.

Voor de expertisekosten meent de Commissie evenmin een hulp te moeten toekennen, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Hetzelfde geldt voor de procedurekosten, zodat ook voor de rechtsplegingsvergoeding geen hulp wordt toegekend.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven uiteengezet, meent de Commissie in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 25.258,75.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 25.258,75.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 november 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 augustus 2009, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.