- Decision of November 20, 2012

20/11/2012 - M11-3-1353/8650

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Uit het vonnis van de Rechtbank va Eerste Aanleg te ... d.d. 9 februari 2010:

"M.b.t. de feiten gepleegd in de nacht van 21 op 22 augustus 2009 stelde beklaagde (Christophe Z.), initieel zich niets meer te herinneren en door overdreven alcoholgebruik een black-out te hebben. Erna ging hij over tot bekentenissen. Hij had het plan opgevat een nachtwinkel te overvallen. Daar aangekomen had hij het lef niet om zijn plan uit te voeren. Hij kocht een fles citroenjenever en ging opnieuw naar buiten. Hij dronk buiten van de jenever. Toen een paar meisjes op de fiets voorbij kwamen gereden, zou hij het plan opgevat hebben om één van hen te overvallen."

Beklaagde heeft zijn fiets opzij gelegd en het meisje opgewacht. Hij had zich verdekt opgesteld, zich onherkenbaar gemaakt door een pet op te zetten en daarover de kap van zijn sweater te trekken en een mes in de hand. Toen het meisje voorbij kwam gereden, trok hij haar van haar fiets. Beklaagde verklaarde dat hij zich hierbij bezeerde aan zijn mes. Hij verklaarde:'Ik ben haar beginnen te slaan op haar gezicht. Of ik haar nog elders anders heb geslagen of geschopt weet ik niet meer. Ze is dan beginnen roepen en toen heb ik weer de klik gekregen zoals vorige keer. Ze lag dan op de grond en ik heb haar verschillende keren geslagen en geschopt op haar hoofd en lichaam. Ik denk niet dat ik haar met het mes heb gestoken.'

De beklaagde heeft vervolgens een prop in de mond van het slachtoffer geduwd en tape gebruikt om de mond van het slachtoffer dicht te kleven. Hij bond met een koord de handen van het meisje vast en maakte met het mes haar kleding los. Vervolgens heeft beklaagde het slachtoffer anaal verkracht. Beklaagde verklaarde verder dat hij nadien terug tot zijn zinnen zou zijn gekomen en zou hebben gepanikeerd.

Hij besefte dat de toestand van zijn slachtoffer ernstig was en verklaarde dat hij nog even heeft getwijfeld om de hulpdiensten te bellen. Hij heeft dit niet gedaan maar heeft wel alle kleren van het slachtoffer, haar handtas en inhoud ervan, alsook de door hem gebruikte spullen zorgvuldig bij elkaar geraapt, waarna hij is weggereden. De kleren en spullen van het slachtoffer heeft hij dan op verschillende plaatsen gedumpt. Eenmaal thuisgekomen ging beklaagde onmiddellijk slapen. Toen zijn ouders beklaagde daags nadien confronteerden met het feit dat de door hem gebruikte fiets besmeurd was met bloed, verzon beklaagde meteen een verklarend verhaal."

II. Vervolging

II.1 Christophe Z. werd voor deze en andere feiten veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 20 jaar en tot 10 jaar ontzetting uit zijn rechten wegens: "de misdaad van verkrachting gepleegd te hebben, zijnde elke daad van penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt, toestemming er met name niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardig of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer, de misdaad gepleegd zijnde op de persoon van X., met de omstandigheid dat de verkrachting is voorafgegaan op gepaard gegaan met de handeling bedoeld in art. 417ter, lid 1 van het SWB."

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot het betalen van een materiële schadevergoeding van euro 5.692,92 en een morele schadevergoeding van euro 15.000,00. Tevens werd Dokter D. S. aangesteld als gerechtsdeskundige.

II.2 Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 7 december 2010 werd het bestreden vonnis op strafrechtelijk gebied bevestigd en werd Z. veroordeeld tot betaling van euro 55.560,72 aan verzoekster meer de intresten en een rechtsplegingsvergoeding van euro 2.000,00.

Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Gerechtsdeurwaarderskantoor S. verklaart dat de dader zich voor lange tijd in de gevangenis te Dendermonde bevindt Hij bezit geen onroerende goederen. Gedwongen uitvoering heeft geen zin, aldus de gerechtsdeurwaarder.

- De rechtsbijstandsverzekeraar Fidea heeft uiteindelijk euro 10.251,14 uitbetaald in het kader van de clausule insolventie van de aansprakelijke derde.

IV. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

• De advocaat deelt mee dat verzoekster haar verdere leven in behandeling zal moeten blijven, reden waarom zij voor de strafrechter de kapitalisatie heeft gevraagd van de kosten van psychische en psychologische consultaties.

• Het vonnis verwijst naar de psychologe Eva Van N.: "De burgerlijke partij lichtte toe dat X. deze psychologe vertrouwt en haar verhaal kent. X. wenst niet opnieuw onderzocht of geholpen te worden door een andere deskundige, reden waarom er geen aanstelling van een deskundige wordt gevraagd. De psychologe attesteert dat X. gevoelens van spanning en onrust heeft gepaard gaande met prikkelbaarheid, een overmatige waakzaamheid en overmatig piekeren. X. heeft de neiging zichzelf terug te trekken binnen de veiligheid van het gezin. Zo vermijdt zij prikkels en situaties die haar herinneren aan het trauma. De psychologe attesteert dat zij een cognitieve gedragstherpie heeft opgestart met als doel het doen afnemen en verdwijnen van de angst. Zij stelt dat er zeer ernsige psychologische schade is en dat intensieve en langdurige begeleiding noodzakelijk is."

• Uit een attest van Eva Van N. d.d. 23 februari 2012: "Bovenstaande patiënt heeft zich in november 2009 bij mij aangemeld op verwijzing van haar huisarts, Dr. S., met ernstige PTSS-symptomen ten gevolge van een brutale aanranding in augustus 2009. Heden slaagt mevrouw erin zich in het dagdagelijks leven te organiseren. Desondanks blijft mevrouw nood hebben aan verdere psychotherapeutische begeleiding. Het doel van de therapie is patiënte te begeleiden in het lereen hanteren van angst en de vermijding ten gevolge van het trauma. Patiënt is door mij heden tweewekelijks opgevolgd. De therapie wordt ook op deze basis gecontinueerd. De prijs per consultatie bedraagt euro 50."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Materiële schade

- geld uit portefeuille euro 20,00

- GSM euro 55,00

- kledijschade euro 193,80

- fietsslot euro 34,50

- kotsleutel euro 9,49

- autosleutel euro 55,36

- kaart NMBS euro 4,80

- horloge euro 27,85

- portefeuille euro 23,00

- MP3-speler euro 35,00

- bibliotheekkaart euro 2,50

- duplicaat identiteitskaart euro 12,00

- pasfoto's voor duplicaten euro 8,00

- duplicaat rijbewijs euro 11,00

- verplaatsingskosten euro 102,00

- inkomstenverlies jobstudent euro 401,00

- geschenk als dank voor opvang na de feiten euro 20,00

- administratiekosten euro 125,00

- overige materiële schade ( euro 5.692,29 - euro 4.125,04) euro 1.567,92

Medische kosten

- medische kosten euro 87,45

- persoonlijk aandeel medische zorgen euro 319,04

- kosten psychologische en psychiatrische begeleiding provisioneel euro 4.125,04

- therapiekosten voor de toekomst euro 39.002,80

Morele schade ex aequo et bono euro 15.000,00

euro 55.560,72

verminderd met tussenkomst verzekering - euro 10.251,47

TOTAAL euro 45.309,25

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. De schadeposten «intresten» werden daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

2. Het maximumbedrag van de in aanmerking te nemen materiële kosten is vastgesteld op

euro 1.250. Als materiële kosten worden beschouwd enkel die kosten die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel zoals kledij die door de gewelddaad met bloed is besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten. Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen, vallen niet onder de materiële kosten .

3. In het vonnis staat inzake de post ‘inkomstenverlies als jobstudent': "Uit de stukken blijkt dat zij minimaal 4 weken werkonbekwaam was en dat zij op dat ogenblik een studentenjob had (het bruto loon is quasi gelijk met het nettoloon)". Verzoekster werkt thans als logopediste en woont bij haar vriend met wie ze op het ogenblik van de feiten reeds een relatie had.

4. Aangaande de morele schade vermeldt het vonnis: "Het staat vast dat de door beklaagde gepleegde feiten een verwoestende en traumatiserende weerslag hebben gehad op de belevingswereld van X..".

5. De verzoekster vordert voor therapiekosten euro 4.125,04 en euro 39.002,80. Voor het Hof van beroep werd de kapitalisatiemethode toegepast.

De Commissie is in haar uitspraak ook niet gebonden door de schadevergoeding die door de rechtbank aan de schadelijder werd toegekend. Evenmin is de Commissie er toe gehouden om de richtbedragen van de indicatieve tabel te hanteren.

6. Verzoekster werd niet onderzocht door een psychiater. Er werd geen blijvende economische weerslag bepaald.

7. Er dient rekening gehouden te worden met de tussenkomst van de verzekeringsmaatschappij.

8. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen kent de Commissie in billijkheid euro 25.000 toe.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

-- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985, houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 25.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 20 november 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 21 december 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.