- Decision of November 22, 2012

22/11/2012 - M11-1-0791

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoekster, cipier in de gevangenis te ..., opende op 5 april 2008 de celdeur van gedetineerde Brahim Z. waarop deze haar een vuistslag in het aangezicht toediende.

II. Vervolging

Bij vonnis dd.14 april 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Brahim Z. (° 1974), en waarvoor deze geïnterneerd werd (door forensisch psychiater dr. M.:'in ernstige staat van geestesstoorniss' bevonden)

"Te ...:

In de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van diens bediening, de hierna vermelde personen, ministerieel ambtenaar, slagen toegebracht te hebben; de slagen bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaakt hebbende;

I. op 5 april 2008

X. Maria

II. [...]"

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster het bedrag van ex aequo et bono euro 750 morele schadevergoeding meer de intresten en een RPV van euro 200.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster liep verwondingen op in het aangezicht. De feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval' zonder blijvend letsel.

Uit de attesten van de Administratieve Gezondheidsdienst blijkt een volledige werkongeschiktheid van 5 april tot 13 juli 2008 (92 dagen) "ten gevolge van een acute stressstoornis die psychotherapie als noodzakelijk gevolg had. Verzoekster was immers dermate onder de indruk van de feiten dat zij angst had om haar beroep als penitentiair beambte verder te zetten. Na een uitgebreid verwerkingsproces onder begeleiding van een psychiater kon zij toch haar functie terug opnemen. "

Verzoekster leed geen loonverlies. Haar medische kosten werden door de Staat ten laste genomen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader is nog steeds geïnterneerd en blijkt over geen enkele mogelijkheid te beschikken om verzoekster te vergoeden.

IV-2. De feiten werden gekwalificeerd als arbeidsongeval waardoor tussenkomst van de familiale verzekeraar is uitgesloten.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 950 conform het vonnis van 14 april 2010.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 950.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 950.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 juli 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.