- Decision of November 22, 2012

22/11/2012 - M12-1-0394

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

" In de nacht van 2 op 3 juli 2008 ontstond er een hevige discussie tussen beklaagde en zijn overburen naar aanleiding van de vraag wiens kelder er het eerst mocht worden leeggepompt na hevige wateroverlast in de straat.

Beklaagde sleurde zijn overbuur X. uit haar huis en sloeg haar met het hoofd op een geparkeerd voertuig, daarvoor was hij ongevraagd de woning van het slachtoffer en haar moeder binnengedrongen.

De feiten zijn bewezen op grond van de overeenstemmende verklaringen van het slachtoffer en haar moeder en de andere objectieve ooggetuigen. "

(vonnis 19/10/2010, f° 4)

II. Vervolging

Bij vonnis op verzet dd. 19 oktober 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Dagmar Z. (° 1960) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 65 uren autonome werkstraf:

"Te ... op 3 juli 2008:

A. Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Lindsay, de slagen of verwondingen hebbende een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van euro 2.847,05 meer de intresten en een RPV van euro 650.

- administratie en verplaatsingskosten euro 50,00

- medische kosten euro 93,27

- TWO moreel euro 1.052,50

- B.I. (1% x euro 2.062 / 2) euro 1.031,00

- inkomstenverlies euro 378,28

- meerinspanningen euro 242,00

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. V. in zijn verslag van 19/12/2009:

X. Lyndsay werd geagresseerd op 3-7-2008.

Liep hierbij een kneuzing op van het achterhoofd, distorsio van linker pink en ringvinger.

Ze is een maand arbeidsongeschikt geweest, tot en met 1-8-2009, geattesteerd, aanvaardbaar.

Er wordt nog last aangegeven ter hoogte van het achterhoofd, aanvaardbaar, posttraumatisch, hiervoor kan er 1 % blijvende invaliditeit toegekend worden.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100% van 3-7-2008 tot en met 1-8-2008

20% van 2-8-2008 tot en met 31-8-2008

tijdelijke invaliditeit:

5% van 1-9-2008 tot en met 31-12-2008;

consolidatiedatum: 1-1-2009

blijvende invaliditeit: 1 %, geen meerinspanning, geen blijvende arbeidsongeschiktheid;

esthetische schade: geen

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde is onvermogend, was toegelaten tot het systeem van collectieve schuldenregeling maar deze schuldenregeling werd herroepen aangezien hij zijn verplichtingen niet nakwam (vonnis 21/02/2011 arbeidsrechtbank ...).

Er is geen tussenkomst van de verzekeraar bij niet geïdentificeerde dader.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij EUROPAEA.

De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op gewelddaden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 3.927,15:

- hoofdsom volgens vonnis van 19/10/2010 euro 2.847,05

- intresten euro 397,10

- RPV euro 650,00

- afschrift + attest kracht van gewijsde euro 33,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘intresten' en ‘meerinspanningen' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de intresten als de meerinspanningen werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Inzake de intresten kan nog worden opgemerkt dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - hier niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

Terzake de gevorderde ‘rechtsplegingsvergoeding' merkt de Commissie het volgende op. Uit de dossierstukken blijkt dat de raadsman van verzoekster optrad in de gerechtelijke procedure in opdracht van verzekeringsmaatschappij EUROPAEA. Welnu, indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.605.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.605.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 april 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.