- Decision of January 7, 2013

07/01/2013 - M10-7-0851

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoekster werd op 31 januari 2007, samen met haar moeder, beschoten door haar vader met een machinegeweer. Haar rechtervoorarm werd geperforeerd en zij liep een schampschot op onder de linkerelleboog.

De dader pleegde kort na de feiten zelfmoord.

II. Vervolging

Bij beschikking dd. 25 oktober 2007 van de raadkamer van eerste aanleg te ... werd de

strafvordering vervallen verklaard ingevolge de zelfdoding van de inverdenkinggestelde.

III. Gevolgen van de feiten

Verslag van gerechtsdeskundige Dr. W. dd. 4 februari 2007

Bespreking en besluiten:

Mercedes Y. werd op 31.01.2007 door haar vader beschoten met een mitraillette.

Betrokkene vertoonde een ballistische perforatie doorheen de rechtervoorarm (net boven de pols)

en een schampschot net onder de linkerelleboogplooi.

De ballistische perforatie van de rechtervoorarm heeft aanleiding gegeven tot een breuk van één van de voorarmbeenderen.

Eventuele duur/graden der tijdelijke of blijvende werkonbekwaamheid kunnen pas ten vroegste 6

à 8 weken na de feiten beoordeeld worden.

Toen verzoekster op 17 juli 2009 haar verzoekschrift voor de Commissie indiende, was zij niet in staat om haar schade naar behoren te begroten bij gebrek aan een definitief deskundigenverslag. Zij vroeg de Commissie om hiertoe de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst in werking te stellen.

*

* *

De GGD legde op 31 maart 2011 het deskundigenverslag neer:

GERECHTELIJK-GENEESKUNDIGE BESPREKING:

31.01.2007: betrokkene werd door haar vader beschoten met een mitraillette.

-> fractuur rechter pols

Schampschot linker pols

R/ gips.

Omwille van gevoelsstoornissen werd EMG genomen: er werd zenuwletsel vastgesteld.

Laatste RX op 17.07.2007 -> geconsolideerde fractuur.

Betrokkene heeft studies gestopt - werkt als verkoopster.

Huidig klinisch onderzoek toont een discrete stramheid van het rechter polsgewricht.

Betrokkene meldt gevoelsstoornissen.

-> percentage wordt voor de restletsels toegekend

(betrokkene was studente -> tijdelijke invaliditeit wordt toegekend)

(n.b.: betrokkene meldde geen psychische klachten)

Esthetische schade wordt toegekend.

Tijdelijke invaliditeit:

100 % van 31.01.2007 tot en met 31.03.2007

30 % van 01.04.2007 tot en met 30.04.2007

20 % van 01.05.2007 tot en met 31.05.2007

10 % van 01.06.2007 tot en met 30.06.2007

5 % van 01.07.2007 tot en met 31.07.2007

Consolidatie: 01.08.2007 - 3 % blijvende invaliditeit

Esthetische schade: 1/7

De aanvrager heeft geen recht op een bijzondere vergoeding voor bestendige hulp van een derde persoon

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader (vader van verzoekster) is overleden kort na de feiten. Verzoekster heeft zijn nalatenschap aanvaard maar deze was zo goed als waardeloos.

IV-2. De familiaal verzekeraar verstrekt geen tussenkomst nu de geweldfeiten gepleegd werden door een lid van het gezin.

V. Begroting van de schade door verzoekster

Ter rechtszitting dd. 5 december 2012 vraagt verzoekster om een financiële hulp van euro 17.552,89 meer de intresten.

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- kledijschade euro 375,00

- medische kosten euro 648,14

- TWO moreel euro 1.974,75

- B.I. (3% x euro 1.470) euro 4.410,00

- esthetische schade (1 op 7) euro 520,00

- verlies twee schooljaren euro 9.500,00

- intresten pro memorie

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt, is hier niet van toepassing is; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Het gebrek aan stavingstukken (bv., schoolattesten) verhindert de Commissie om zich een gefundeerd oordeel te vormen over de voorgehouden schadepost ‘verlies van twee schooljaren'.

Gelet op de ongetwijfeld traumatische impact van de feiten op de nog jeugdige verzoekster en op haar studies is het verloren gaan van een schooljaar aannemelijk en kan hiervoor ex aequo et bono euro 4.500 worden toegekend.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 12.500.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 12.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 7 januari 2013.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 juli 2010 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.