- Decision of February 5, 2014

05/02/2014 - M13-5-0117

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In de nacht van 1 op 2 april 2009 werd verzoekster te ... op een brutale wijze vaginaal, oraal en anaal verkracht door de heer Isokamwa Z. (° 1984). Het slachtoffer raakte zwanger en diende een abortus te ondergaan.

De heer Mohamed W. (° 1983) was mededader, in die zin dat hij zijn kamer ter beschikking stelde aan Z. om seks te hebben met verzoekster.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 2 november 2010 werden Isokamwa Z. en Mohamed W., zich allebei bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (verkrachting + aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) onder meer veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van respectievelijk 37 maanden en 18 maanden.

Op burgerlijk gebied werden ze solidair veroordeeld tot betaling van een provisie van euro 500 aan mevrouw Helga Y. q.q. haar minderjarige dochter Suraya X.. Tevens werd Dr. H. H. (psychiater) als deskundige aangesteld (nadien vervangen door Dr. J. B.).

Dit vonnis werd t.o.v. de heer W. uitgesproken bij verstek.

Tegen alle beschikkingen van dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door Z. (niet door W.), alsook door het Openbaar Ministerie.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 22 september 2011 werd de aan Z. opgelegde effectieve gevangenisstraf verhoogd tot vijf jaar. Op burgerlijk gebied werd het bestreden vonnis bevestigd en werd de zaak naar de eerste rechter verwezen voor verdere afhandeling van de rechtsvordering van mevrouw Y. q.q. Suraya X..

In de zaak ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Z. bij vonnis d.d. 4 juni 2013 veroordeeld tot betaling van de som van euro 18.292,15 (= euro 18.792,15 verminderd met de provisie van euro 500) meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een attest van de griffie verkreeg laatstgenoemd vonnis kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

Als gevolg van de verkrachting raakte verzoekster zwanger en diende ze een abortus te ondergaan. Ze werd opgenomen in de psychiatrie en ondernam een zelfmoordpoging. Als gevolg van de feiten moest ze ook het derde jaar middelbaar overzitten.

In zijn deskundig verslag d.d. 14 juni 2011 komt Dr. J. B. tot het volgend besluit:

"Na kennisname van het dossier, na psychiatrisch onderzoek en na intelligentiebepaling kunnen we stellen:

• dat de gevolgen van de feiten van seksueel geweld op X. Suraya exclusief op het psychisch vlak te situeren zijn;

• dat de feiten, waarvoor Z. en W. veroordeeld werden, een aanpassingsstoornis veroorzaakt hebben bij X. Suraya;

• dat deze aanpassingsstoornis tijdelijk matige gevolgen gegeven heeft, en dat eerder lichte blijvende gevolgen te verwachten zijn;

• dat van alle psychiatrische opnames enkel de opname in directe aansluiting op de feiten (...) aan de feiten kan gelinkt worden;

• dat de therapeutische gesprekken, die betrokkene gevolgd heeft na de feiten tot zo'n jaar geleden, voor de helft kunnen toegedicht worden aan de feiten; de frequentie van die gesprekken is ons niet bekend;

• dat de geplande begeleidende gesprekken los staan van de feiten.

We geven de Rechtbank volgende adviezen voor de begroting van de schade:

• we zouden de tijdelijke ongeschiktheid bij X. Suraya, ten gevolge van de litigieuze feiten, tussen 02.04.2009 en 31.07.2010 begroten op 15 %;

• we zouden, met ingang van 01.08.2010, consolideren op 5 % blijvende schade;

• we adviseren de therapeutische kosten te begroten zoals hierboven aangegeven."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Er zijn geen uitvoeringsmogelijkheden lastens de heer Z.. Hij werd toegelaten tot de collectieve schuldenregeling; de schuldbemiddelaar (mr. Filip Van B.) deelde op 2 juli 2013 echter mee dat hij niets van inkomsten mocht ontvangen aangezien Z. in de gevangenis verblijft.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster niet over enige verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 21.019,65:

- hoofdsom conform vonnis d.d. 04.06.13 euro 18.792,15

- morele schade euro 12.000,00

- meerinspanningen bij het schoolgaan euro 842,15

- verlies van een schooljaar euro 3.750,00

- seksuele schade euro 2.000,00

- verplaatsings- en administratiekosten: euro 200,00

- procedurekosten: euro 2.227,50

- kosten gerechtsdeskundige euro 1.540,00

- rechtsplegingsvergoeding euro 687,50

Met betrekking tot de morele schade verwees de rechtbank naar "de bijzonder verfoeilijke omstandigheden van de verkrachting en niet in het minst naar de abortieve zwangerschapsbeëindiging ingevolge de feiten, waaraan ook door het Hof van Beroep te ... in haar arrest van 22.09.2011 zwaar werd getild."

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van voornoemde wet. ‘Meerinspanningen (bij het schoolgaan)' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor de toekenning van een hulp.

Bij de beoordeling van het voorliggend hulpverzoek houdt de Commissie rekening met:

- de aard en de ernst van de feiten (gekwalificeerd als verkrachting en aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging);

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer;

- de omstandigheid dat verzoekster zwanger raakte en een abortus diende te ondergaan;

- de ernstige (psychische) gevolgen, zoals zij onder meer blijken uit het deskundig verslag van Dr. J. Baeke, alsook uit de mondelinge toelichting ter zitting verstrekt door de advocaat van verzoekster;

- de door de Commissie gehanteerde tarieven in analoge dossiers inzake seksueel misbruik van minderjarigen.

Gelet op die omstandigheden meent de Commissie voor de morele schade (met inbegrip van de seksuele schade) in billijkheid een hulp van euro 12.000 te kunnen toekennen.

Daarnaast zijn de gevraagde hulpbedragen voor het verlies van een schooljaar, voor de verplaatsings- en administratiekosten en voor de procedurekosten integraal toekenbaar.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 18.177,50.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 juli 2013, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.