- Decision of February 5, 2014

05/02/2014 - M12-5-1108

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

In het vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 12 januari 2011 worden de feiten als volgt weergegeven:

"X. Sofie neemt dagelijks de bus van ... naar ....

Op 3 februari 2010 viel een manspersoon, later geïdentificeerd als de beklaagde [de heer Herwig Z.] de passagiers van de bus lastig waaronder X. Sofie; wanneer ze afstapte "lichtte de beklaagde haar voet". Wanneer zij van de bus was, trok de beklaagde baar rechter oorbel uit en gaf haar een duw waardoor zij op de grond viel. X. Sofie werd hierdoor gekwetst en was werkonbekwaam (doktersattest van 3/02/2010).

Op 26 februari 2010 werd zij terug bedreigd door de beklaagde, hij gaf haar op de bus een kopstoot. Ze was hierdoor 5 dagen werkonbekwaam.

Ondervraagd verklaarde de beklaagde met betrekking tot de feiten van 3 februari 2010 dat de dame in kwestie, zijnde X. Sofie, hem al dikwijls "geaffronteerd" had, dat hij om die reden zegde: "Ik ga Uw oorbel uittrekken en in Uw gat steken", dat hij onmiddellijk de daad bij het woord gevoegd heeft.

Met betrekking tot het gebeurde op 26 februari 2010 verklaarde de beklaagde dat hij haar had opgewacht om haar duidelijk te maken dat het moest gedaan zijn met hem te verwijten; hij gaf haar een kopstoot.

Hij bevestigde ook dat hij X. Sofie reeds diverse malen had aangesproken aan het station."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 12 januari 2011 werd de heer Herwig Z. wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten bij verstek veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van een jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 420,75 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten

Luidens de medische attesten van Dr. L. B. d.d. 3 februari en 26 februari 2010 liep verzoekster de volgende letsels op: contusie rechterknie en hals, spierhypertonie t.h.v. de hals (feiten d.d. 3 februari 2010), drukpijn en zwelling t.h.v. voorhoofd, emotionele stress (feiten d.d. 26 februari 2010). Er was arbeidsongeschiktheid van 27 februari 2010 t.e.m. 3 maart 2010.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Uit de overgemaakte stukken blijkt dat er geen uitvoeringsmogelijkheden zijn ten aanzien van de heer Z..

Aangezien de feiten erkend werden als een arbeids(weg)ongeval, werden de medische kosten ten laste genomen door de arbeidsongevallenverzekeraar (AXA).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een noodhulp van euro 420,75 én van een aanvullende hulp van euro 1.200.

a) noodhulp

Het gevraagde noodhulpbedrag stemt overeen met de schadevergoeding toegekend bij vonnis d.d. 12 januari 2011:

- pijn en smarten (7 d. x euro 25/dag) euro 175,00

- angst en psychisch trauma euro 200,00

- verlies busabonnement euro 45,75

b) aanvullende hulp

Het gevraagde bedrag voor aanvullende hulp heeft betrekking op de kosten voor de huur van een garage (24 maanden x euro 50 per maand). Verzoekster huurt sinds 1 november 2010 een garage teneinde de heer Z. niet meer te moeten tegenkomen op de bus.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

a) noodhulp

De voorwaarden tot toekenning van een noodhulp liggen vervat in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

Luidens de eerste alinea van het hierboven geciteerd artikel 36 kan de Commissie aan het slachtoffer een noodhulp toekennen indien het in financiële moeilijkheden verkeert. Een uitzondering op deze voorwaarde wordt gemaakt voor de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten (zie het laatste lid van artikel 36: "de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°"): voor deze kosten wordt de dringendheid verondersteld.

In de voorliggende zaak wordt voor de medische kosten geen (nood)hulp gevraagd, aangezien deze kosten ten laste werden genomen door de arbeidsongevallenverzekeraar.

Volgens de constante rechtspraak van de Commissie komt morele schade (in casu betreft het pijn en smarten, angst en psychisch trauma) niet voor de toekenning van een noodhulp in aanmerking.

De gevraagde noodhulp voor verlies van het busabonnement dient eveneens te worden afgewezen, gelet op de vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Goederen die naar aanleiding van de gewelddaad werden gestolen, vallen niet onder de materiële kosten en komen bijgevolg niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking.

b) aanvullende hulp

De modaliteiten betreffende de aanvullende hulp liggen vervat in artikel 37 van voornoemde wet:

"De commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen, onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1.

De aanvullende hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro verminderd met de reeds toegekende hulp en de eventuele noodhulp.

Het verzoek tot toekenning van een aanvullende hulp wordt, op straffe van verval, binnen tien jaar te rekenen van de dag waarop de hulp uitbetaald is, ingediend."

Een aanvullende hulp kan dus slechts gevraagd worden nadat eerder al een (hoofd)hulp werd toegekend.

Aangezien dit in de voorliggende zaak niet het geval is, is het verzoek tot aanvullende hulp onontvankelijk.

* * *

Aangezien er in de onderhavige zaak reeds een vonnis werd uitgesproken, meent de Commissie dat verzoekster in aanmerking komt voor de toekenning van een hoofdhulp.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak wordt de toegekende hoofdhulp begroot op euro 500.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek tot toekenning van een noodhulp en van een aanvullende onontvankelijk.

Kent aan verzoekster een hoofdhulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 november 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.