- Decision of February 27, 2014

27/02/2014 - M12-1-0603

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoekster:

" Op 20/07/2011 werd een gewapende overval gepleegd op de SPAR winkel mede-uitgebaat door mevr. Y.. De gemaskerde mannen gingen erg gewelddadig te werk.

Mevr. Y. was dan ook erg bang voor deze oninschatbare daders. Zeker toen zij onder dreiging van een vuurwapen zich naar de kluis diende te begeven terwijl er een schot in de lucht werd afgevuurd, was zij erg bang er niet heelhuids uit te komen."

Vonnis dd. 16/12/2011, f° 4-5

" Beklaagden hebben op 20 juli 2011 een gewapende overval gepleegd op een 'Spar' warenhuis te ... . Gewapend met een alarmpistool en twee messen en vermomd met bivakmutsen en sjaals drongen ze net voor sluitingsuur de winkel binnen. Ze dwongen alle aanwezigen onder dreiging van de wapens op de grond te gaan liggen en namen hun portefeuilles en handtassen af.

Ze dwongen de zaakvoerster onder dreiging van een pistool de dagopbrengst te halen en te over-handigen.

Nadien verlieten ze de winkel en vluchtten ze weg met hun voertuig waarna ze met de hulp van luchtsteun konden worden gevolgd en gevat. Ze verscholen zich in een hok langs de rand van een bos. In een rattengang onder de grond van het hok werd een zak met euro 3.795,00 teruggevonden."

II. Vervolging

Bij eindvonnis dd. 16 december 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Mohamed Z. (° 1990), Redouan W. (° 1989) en Mohamed V. (° 1988):

" BEKLAAGD VAN :

a) Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben

b) Om, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden

De eerste (Z. Mohamed). de tweede (W. Redouan) en de

derde (V. Mohamed):

Te ..., op 20 juli 2011:

Een zaak die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben door middel van geweld of bedreiging, namelijk de hiernabepaalde goederen ten nadele van de hiernabepaalde personen, met de omstandigheid dat wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of dat de schuldige heeft doen geloven dat hij gewapend was en met met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd onder twee van de in artikel 471 van het Strafwetboek vermelde omstandigheden, terzake dat het misdrijf gepleegd werd door twee of meer

personen en dat de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik heeft gemaakt van een voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven tuig:

A. Een geldlade met een geldsom van 3.795 euro, niet nader bepaalde hoeveelheid Lunch Pass Tickets én Tickets Restaurant, ten nadele van de BVBA DE SPAR, David X. ("..., ../../1975) en Claudia Y. (°... ../../1974);

B. [...] "

Op burgerlijk vlak werden Z., W. en V. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan:

- verzoekster: euro 1.000 morele schadevergoeding;

- de heer X., haar echtgenoot euro 500 morele schadevergoeding;

- de bvba VT FOOD FACTORY euro 2.000 materiële schadevergoeding

meer de intresten en een rechtsplegingsvergoeding van euro 412,50 aan deze 3 burgerlijke partijen samen (-> euro 137,50 aan verzoekster in persoon).

"Mevrouw Y. is de zaakvoerster van de winkel, zij werd onder bedreiging van een pistool en onder begeleiding van één van beklaagden gedwongen de dagopbrengsten te gaan halen en af te geven. Zij stelt zich burgerlijke partij en vraagt beklaagden te veroordelen tot de betaling van een morele schadevergoeding van euro 3.000,00.

De rechtbank heeft oog voor het morele leed dat mevrouw Y. werd aangedaan, anderzijds heeft de hoogte van het toegekende bedrag weinig invloed op de verzachting van het leed. Het gevraagde bedrag wordt in billijkheid herleid naar een bedrag van euro 1.000,00, vergoedende interesten inbegrepen."

III. Gevolgen van de feiten

"Mijn cliënten laten weten dat zij in de dagelijkse uitoefening van hun handel in wezen nog hinder ondervinden wanneer een groepje allochtonen samen de winkel binnenkomt.

Zij wensen te verduidelijken dat zij geenszins racistisch willen overkomen, maar onwillekeurig gaan hun gedachten daardoor terug naar de feiten zelf. Het probleem is dat de winkel van mijn cliënten ligt in een buitenwijk van ... en dus nogal frequent door allochtonen bezocht wordt.

Bijkomend is er recent het gegeven geweest dat één van de beklaagden (Mohamed Z.) bij zijn overbrenging van de gevangenis naar de rechtbank voor een andere zaak ontsnapt is. Toen cliënten dit vernamen, hebben zij zich bijzonder onrustig en angstig gevoeld. Gelukkig is Z. kort nadien terug opgepakt.

Er is dus nog een bepaalde bezorgdheid en verwerkt zijn de feiten zeker niet, al mag eerlijkheidshalve ook niet gezegd worden dat zich dit dagdagelijks zeer ernstig manifesteert."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De pro Deo advocaten van de daders delen mee dat hun cliënten, gelet op hun langdurig verblijf in de gevangenis, onvermogend zijn.

IV-2. Verzoekster heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij MERCATOR die het ereloon en de kosten van de raadsman betaalde. In de polis is geen waarborg ‘onvermogen van derden' vervat.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.137,50 conform de beschikkingen van het vonnis van 16/12/2011.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Inzake de financiële hulpaanvraag voor de rechtsplegingsvergoeding wordt opgemerkt dat verzoekster een rechtsbijstandverzekering heeft afgesloten. Nu haar advocaat haar burgerlijke partijstelling inleidde, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer

ten goede (hetgeen niet kadert binnen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985)

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 1.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 1.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 juni 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.