- Decision of February 27, 2014

27/02/2014 - M13-1-0152

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Persoonlijk schrijven van verzoekster dd. 11/09/2007, 15 jaar oud op ogenblik van de feiten

Ik was langs de ...straat naar huis aan het stappen, ik moest 2 zebrapaden oversteken. Toen ik het tweede zebrapad overstak kwam er achter mij een zwarte auto op het voetpad gereden. Ik had het niet gezien.

Er kwam een man uit de auto en hij heeft mij langs vanachter vastgenomen.

Hij boog een beetje naar voor waardoor ik mij ook een beetje naar voor moest buigen. Toen duwde hij mij in de auto.

Er zaten nog twee mannen in de auto. Eén aan het stuur, hij was nogal breed gebouwd. En nog eentje naast mij. Toen we reden kwam de man die mij in de auto duwde over mij zitten.

De man die naast mij zat hield mijn ene hand vast en de man die op mij zat mijn andere hand.

Toen deed die ene man mijn T-shirt naar omhoog nadat hij mijn ritsen van mijn gilets had open gedaan.

Hij begon mij te strelen en aan mijn borsten te zitten.

Toen deed hij zijn broek open en begon te masturberen.

Ik werd zo kwaad dat ik mijn handen kon loskrijgen en hem van mij afduwen.

Toen ging de auto zachter rijden en ik wou er uit springen, ik dacht dat het de moment was om weg te kunnen geraken. Ik ben met mijn ene knie op de man die op mij zat zijn rug gegaan. Ik heb de deur open gedaan en uit de auto gegaan.

Ze zijn door gereden, ik heb hun niet achterna gekeken, ik was in paniek en wist niet wat te doen.

Ik durfde eerst niet naar huis gaan, maar uiteindelijk ben ik toch gegaan.

Toen ik thuis kwam zag mijn mama dat er iets scheelde, ik ben beginnen wenen en heb gezegd wat er gebeurd was. "

II. Vervolging

Verzoekster legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 20 januari 2011 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader onbekend ".

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van dr. K. R., neuropsychiater, dd. 14/06/2011:

" Bij deze patiënte weerhouden we nog aspecten van een posttraumatisch stresssyndroom na een agressie op 5 maart 2007 's avonds door drie vermoedelijk allochtone jongeren. Deze hebben patiënte plots vastgegrepen en in hun wagen getrokken; patiënte heeft zich hardnekkig verdedigd zodat zij uiteindelijk kon ontsnappen van de achterbank van de wagen waar ze tussen twee van haar agressoren was geduwd. Zij ïs er dan in geslaagd om uit de rijdende wagen te springen. Zij heeft klacht ingediend; ze werd geholpen door Slachtofferhulp. Zij is kunnen ontsnappen zonder fysische letsels. Gans deze scène heeft toch enige tijd geduurd (1 a 2 minuten ?).

Patiënte heeft daarna een posttraumatisch stresssyndroom ontwikkeld dat beantwoordt aan de criteria : patiënte is geconfronteerd geweest met een gebeurtenis die een feitelijke of dreigende dood of ernstige verwonding met zich kon meebrengen of die een bedreiging vormde voor haar fysieke integriteit; tot haar reacties behoorden intense angst, hulpeloosheid en afschuw.

Dit posttraumatisch stresssyndroom heeft bij patiënte aanleiding gegeven tot recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis; flashbacks bij interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis doen herinneren; recidiverende angstdromen althans in de beginfase; pogingen om gedachten omtrent het gebeuren te vermijden; gevoelens van onthechting en vervreemding aanvankelijk; beperkt uiten van affect; slaapstoornissen; prikkelbaarheid; concentratiestoornissen; overmatige waakzaamheid; vermijdingsgedragingen; beperkingen in het sociaal functioneren.

Bij patiënte weerhouden we ook wantrouwen ten opzichte van personen of situaties die herinneringen aan de traumatisering oproepen.

in eerste instantie hebben we bij haar in de loop van 2007 EMDR (eye movement desensitisation reprocessing) volgens Shapiro toegepast.

Noteren we verder ook dat patiënte lijdt aan een vrij ernstige migrainepathologie, type migraine accompagnée, en dat ook hogervermelde problematiek bij verhoogde nervositas aanleiding geeft tot toegenomen pathologie van migraine accompagnée. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van zowel een noodhulp van euro 13.000 als een hoofdhulp van euro 13.000 bestaande uit euro 12.500 morele schade en euro 500 medische kosten.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Verzoekster vraagt zowel een noodhulp van euro 13.000 als een hoofdhulp van euro 13.000.

Vermits de hulp begroot is op euro 12.500 moreel + euro 500 medische kosten, wordt aangenomen dat de som van euro 13.000 eenmalig wordt gevraagd onder hetzij de noemer van een noodhulp, hetzij van een hoofdhulp.

Luidens artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

" Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie. "

Aangezien:

- de feiten inmiddels dateren van 2007 en het verzoekschrift haast zes jaar later werd neergelegd;

- een sepot wegens onbekende dader(s) werd uitgesproken waardoor mag worden verondersteld dat het verzoekschrift voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 31bis, §1, 3° van de wet van 1 augustus 1985;

- het aantal voor een noodhulp in aanmerking komende schadeposten beperkter is dan het aantal posten voor een (hoofd)hulp zoals ‘morele schade', een bestanddeel van de schade dat in de regel niet in aanmerking komt voor een noodhulp (terwijl het leeuwenaandeel van het begrote hulpbedrag precies morele schade omvat),

verdient het aanbeveling om de in het kader van de noodhulp voorgelegde schadeposten te hernemen in het verzoekschrift tot (hoofd)hulp dat gelijktijdig én in hetzelfde document als dat van de noodhulpaanvraag werd ingediend.

De Commissie buigt zich derhalve meteen over het verzoek tot hoofdhulp.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Het door verzoekster gevraagde bedrag voor de morele schade is aan de hoge kant en komt niet overeen met het gebruikelijk tarief dat de Commissie in analoge casussen hanteert. Gelet evenwel op de jeugdige leeftijd waarop verzoekster met deze zeer ernstige feiten geconfronteerd werd, de impact ervan op haar psyche en het deel van de medische kosten waarvan de causaliteit met de geweldfeiten vaststaat, meent de Commissie, naar billijkheid oordelend, haar een globale hulp te kunnen toekennen die zij ex aequo et bono op euro 10.000 begroot.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 10.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 18 februari 2013 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.